Vertalingen voor 'afkeek'

Voor 'afkeek' werden 32 vertaling(en) gevonden:

Nederlands Deutsch
Direkte Treffer
afkijken | keek af [afkeek] -- heeft afgekeken | [spieken] abgucken | guckte ab [abguckte] -- hat abgeguckt |
afkijken | keek af [afkeek] -- heeft afgekeken | [spieken] abkieken | kiekte ab [abkiekte] -- hat abgekiekt |
afkijken | keek af [afkeek] -- heeft afgekeken | [spieken] ablinsen | linste ab [ablinste] -- hat abgelinst |
afkijken | keek af [afkeek] -- heeft afgekeken | [spieken] abschauen | schaute ab [abschaute] -- hat abgeschaut |
afkijken | keek af [afkeek] -- heeft afgekeken | [spieken] abschreiben | schrieb ab [abschrieb] -- hat abgeschrieben |
afkijken | keek af [afkeek] -- heeft afgekeken | [spieken] absehen | sah ab [absah] -- hat abgesehen |
afkijken | keek af [afkeek] -- heeft afgekeken | [spieken] abspicken | spickte ab [abspickte] -- hat abgespickt |
afkijken | keek af [afkeek] -- heeft afgekeken | [naar beneden kijken] entlangblicken | blickte entlang [entlangblickte] -- hat entlanggeblickt | [eine Straße]
afkijken | keek af [afkeek] -- heeft afgekeken | [naar beneden kijken] entlanggucken | guckte entlang [entlangguckte] -- hat entlanggeguckt | [eine Straße]
afkijken | keek af [afkeek] -- heeft afgekeken | [naar beneden kijken] entlangschauen | schaute entlang [entlangschaute] -- hat entlanggeschaut | [eine Straße]
afkijken | keek af [afkeek] -- heeft afgekeken | [naar beneden kijken] herabblicken | blickte herab [herabblickte] -- hat herabgeblickt |
afkijken | keek af [afkeek] -- heeft afgekeken | [naar beneden kijken] herabgucken | guckte herab [herabguckte] -- hat herabgeguckt |
afkijken | keek af [afkeek] -- heeft afgekeken | [naar beneden kijken] herabschauen | schaute herab [herabschaute] -- hat herabgeschaut |
afkijken | keek af [afkeek] -- heeft afgekeken | [naar beneden kijken] herabsehen | sah herab [herabsah] -- hat herabgesehen |
afkijken | keek af [afkeek] -- heeft afgekeken | [naar beneden kijken] herunterblicken | blickte herunter [herunterblickte] -- hat heruntergeblickt |
afkijken | keek af [afkeek] -- heeft afgekeken | [naar beneden kijken] heruntergucken | guckte herunter [herunterguckte] -- hat heruntergeguckt |
afkijken | keek af [afkeek] -- heeft afgekeken | [naar beneden kijken] herunterschauen | schaute herunter [herunterschaute] -- hat heruntergeschaut |
afkijken | keek af [afkeek] -- heeft afgekeken | [naar beneden kijken] heruntersehen | sah herunter [heruntersah] -- hat heruntergesehen |
afkijken | keek af [afkeek] -- heeft afgekeken | [naar beneden kijken] hinabblicken | blickte hinab [hinabblickte] -- hat hinabgeblickt |
afkijken | keek af [afkeek] -- heeft afgekeken | [naar beneden kijken] hinabgucken | guckte hinab [hinabguckte] -- hat hinabgeguckt |
afkijken | keek af [afkeek] -- heeft afgekeken | [naar beneden kijken] hinabschauen | schaute hinab [hinabschaute] -- hat hinabgeschaut |
afkijken | keek af [afkeek] -- heeft afgekeken | [naar beneden kijken] hinabsehen | sah hinab [hinabsah] -- hat hinabgesehen |
afkijken | keek af [afkeek] -- heeft afgekeken | [naar beneden kijken] hinunterblicken | blickte hinunter [hinunterblickte] -- hat hinuntergeblickt |
afkijken | keek af [afkeek] -- heeft afgekeken | [naar beneden kijken] hinuntergucken | guckte hinunter [hinunterguckte] -- hat hinuntergeguckt |
afkijken | keek af [afkeek] -- heeft afgekeken | [naar beneden kijken] hinunterschauen | schaute hinunter [hinunterschaute] -- hat hinuntergeschaut |
afkijken | keek af [afkeek] -- heeft afgekeken | [naar beneden kijken] hinuntersehen | sah hinunter [hinuntersah] -- hat hinuntergesehen |
afkijken | keek af [afkeek] -- heeft afgekeken | [naar beneden kijken] runterblicken | blickte runter [runterblickte] -- hat runtergeblickt | [umgangssprachlich]
afkijken | keek af [afkeek] -- heeft afgekeken | [naar beneden kijken] runtergucken | guckte runter [runterguckte] -- hat runtergeguckt | [umgangssprachlich]
afkijken | keek af [afkeek] -- heeft afgekeken | [naar beneden kijken] runterkieken | kiekte runter [runterkiekte] -- hat runtergekiekt | [umgangssprachlich]
afkijken | keek af [afkeek] -- heeft afgekeken | [naar beneden kijken] runterschauen | schaute runter [runterschaute] -- hat runtergeschaut | [umgangssprachlich]
afkijken | keek af [afkeek] -- heeft afgekeken | [naar beneden kijken] runtersehen | sah runter [runtersah] -- hat runtergesehen | [umgangssprachlich]
afkijken | keek af [afkeek] -- heeft afgekeken | zu Ende sehen
Wähle den Eintrag durch Anklicken/Berühren aus.
Hinweise übermittelt – Anzahl: