Vertalingen voor 'afkijken'

Voor 'afkijken' werden 37 vertaling(en) gevonden:

Nederlands Deutsch
Direkte Treffer
afkijken | keek af [afkeek] -- heeft afgekeken | [spieken] abgucken | guckte ab [abguckte] -- hat abgeguckt |
afkijken | keek af [afkeek] -- heeft afgekeken | [spieken] abkieken | kiekte ab [abkiekte] -- hat abgekiekt |
afkijken | keek af [afkeek] -- heeft afgekeken | [spieken] ablinsen | linste ab [ablinste] -- hat abgelinst |
afkijken | keek af [afkeek] -- heeft afgekeken | [spieken] abschauen | schaute ab [abschaute] -- hat abgeschaut |
afkijken | keek af [afkeek] -- heeft afgekeken | [spieken] abschreiben | schrieb ab [abschrieb] -- hat abgeschrieben |
afkijken | keek af [afkeek] -- heeft afgekeken | [spieken] absehen | sah ab [absah] -- hat abgesehen |
afkijken | keek af [afkeek] -- heeft afgekeken | [spieken] abspicken | spickte ab [abspickte] -- hat abgespickt |
afkijken | keek af [afkeek] -- heeft afgekeken | [naar beneden kijken] entlangblicken | blickte entlang [entlangblickte] -- hat entlanggeblickt | [eine Straße]
afkijken | keek af [afkeek] -- heeft afgekeken | [naar beneden kijken] entlanggucken | guckte entlang [entlangguckte] -- hat entlanggeguckt | [eine Straße]
afkijken | keek af [afkeek] -- heeft afgekeken | [naar beneden kijken] entlangschauen | schaute entlang [entlangschaute] -- hat entlanggeschaut | [eine Straße]
afkijken | keek af [afkeek] -- heeft afgekeken | [naar beneden kijken] herabblicken | blickte herab [herabblickte] -- hat herabgeblickt |
afkijken | keek af [afkeek] -- heeft afgekeken | [naar beneden kijken] herabgucken | guckte herab [herabguckte] -- hat herabgeguckt |
afkijken | keek af [afkeek] -- heeft afgekeken | [naar beneden kijken] herabschauen | schaute herab [herabschaute] -- hat herabgeschaut |
afkijken | keek af [afkeek] -- heeft afgekeken | [naar beneden kijken] herabsehen | sah herab [herabsah] -- hat herabgesehen |
afkijken | keek af [afkeek] -- heeft afgekeken | [naar beneden kijken] herunterblicken | blickte herunter [herunterblickte] -- hat heruntergeblickt |
afkijken | keek af [afkeek] -- heeft afgekeken | [naar beneden kijken] heruntergucken | guckte herunter [herunterguckte] -- hat heruntergeguckt |
afkijken | keek af [afkeek] -- heeft afgekeken | [naar beneden kijken] herunterschauen | schaute herunter [herunterschaute] -- hat heruntergeschaut |
afkijken | keek af [afkeek] -- heeft afgekeken | [naar beneden kijken] heruntersehen | sah herunter [heruntersah] -- hat heruntergesehen |
afkijken | keek af [afkeek] -- heeft afgekeken | [naar beneden kijken] hinabblicken | blickte hinab [hinabblickte] -- hat hinabgeblickt |
afkijken | keek af [afkeek] -- heeft afgekeken | [naar beneden kijken] hinabgucken | guckte hinab [hinabguckte] -- hat hinabgeguckt |
afkijken | keek af [afkeek] -- heeft afgekeken | [naar beneden kijken] hinabschauen | schaute hinab [hinabschaute] -- hat hinabgeschaut |
afkijken | keek af [afkeek] -- heeft afgekeken | [naar beneden kijken] hinabsehen | sah hinab [hinabsah] -- hat hinabgesehen |
afkijken | keek af [afkeek] -- heeft afgekeken | [naar beneden kijken] hinunterblicken | blickte hinunter [hinunterblickte] -- hat hinuntergeblickt |
afkijken | keek af [afkeek] -- heeft afgekeken | [naar beneden kijken] hinuntergucken | guckte hinunter [hinunterguckte] -- hat hinuntergeguckt |
afkijken | keek af [afkeek] -- heeft afgekeken | [naar beneden kijken] hinunterschauen | schaute hinunter [hinunterschaute] -- hat hinuntergeschaut |
afkijken | keek af [afkeek] -- heeft afgekeken | [naar beneden kijken] hinuntersehen | sah hinunter [hinuntersah] -- hat hinuntergesehen |
afkijken | keek af [afkeek] -- heeft afgekeken | [naar beneden kijken] runterblicken | blickte runter [runterblickte] -- hat runtergeblickt | [umgangssprachlich]
afkijken | keek af [afkeek] -- heeft afgekeken | [naar beneden kijken] runtergucken | guckte runter [runterguckte] -- hat runtergeguckt | [umgangssprachlich]
afkijken | keek af [afkeek] -- heeft afgekeken | [naar beneden kijken] runterkieken | kiekte runter [runterkiekte] -- hat runtergekiekt | [umgangssprachlich]
afkijken | keek af [afkeek] -- heeft afgekeken | [naar beneden kijken] runterschauen | schaute runter [runterschaute] -- hat runtergeschaut | [umgangssprachlich]
afkijken | keek af [afkeek] -- heeft afgekeken | [naar beneden kijken] runtersehen | sah runter [runtersah] -- hat runtergesehen | [umgangssprachlich]
afkijken | keek af [afkeek] -- heeft afgekeken | zu Ende sehen
Zusammensetzungen
een weg afkijken eine Straße entlangblicken
een weg afkijken eine Straße entlangschauen
iemand een kunstje afkijken jemandem einen Kunstgriff absehen
Redewendungen
Ik heb het moois eraf gekeken. Ich habe es bis zum Abwinken gesehen.
Ik heb het moois eraf gekeken. Ich habe es bis zum Überdruss gesehen. / Ich habe es bis zum Überdruß gesehen.
Wähle den Eintrag durch Anklicken/Berühren aus.
Hinweise übermittelt – Anzahl: