Übersetzungen für 'zerlegen'

Für 'zerlegen' wurden 12 Übersetzung(en) gefunden:

Nederlands Deutsch
Direkte Treffer
uit elkaar nemen zerlegen | zerlegte -- hat zerlegt |
ontleden | ontleedde -- heeft ontleed | zerlegen | zerlegte -- hat zerlegt |
ontbinden | ontbond -- heeft ontbonden | zerlegen | zerlegte -- hat zerlegt |
uit elkaar halen zerlegen | zerlegte -- hat zerlegt |
analyseren | analyseerde -- heeft geanalyseerd | zerlegen | zerlegte -- hat zerlegt |
trancheren | trancheerde -- heeft getrancheerd | zerlegen | zerlegte -- hat zerlegt | [Fleisch / Braten / Geflügel]
voorsnijden | sneed voor [voorsneed] -- heeft voorgesneden | zerlegen | zerlegte -- hat zerlegt | [Fleisch / Braten / Geflügel]
Zusammensetzungen
verkavelen | verkavelde -- heeft verkaveld | in Parzellen zerlegen
segmenteren | segmenteerde -- heeft gesegmenteerd | in Segmente zerlegen
in delen met dezelfde afmetingen gesneden in gleich große Stücke zerlegen [z.B. Fleisch]
fractioneren | fractioneerde -- heeft gefractioneerd | in seine Einzelteile zerlegen
depolymeriseren | depolymeriseerde -- heeft gedepolymeriseerd | polymere Stoffe zerlegen
Wähle den Eintrag durch Anklicken/Berühren aus.
Hinweise übermittelt – Anzahl: