Übersetzungen für 'hetzte'

Für 'hetzte' wurden 27 Übersetzung(en) gefunden:

Nederlands Deutsch
Direkte Treffer
ophitsen | hitste op [ophitste] -- heeft opgehitst | aufhetzen | hetzte auf [aufhetzte] -- hat aufgehetzt |
opruien | ruide op [opruide] -- heeft opgeruid | aufhetzen | hetzte auf [aufhetzte] -- hat aufgehetzt |
aanhitsen | hitste aan [aanhitste] -- heeft aangehitst | aufhetzen | hetzte auf [aufhetzte] -- hat aufgehetzt |
aanstoken | stookte aan [aanstookte] -- heeft aangestookt | aufhetzen | hetzte auf [aufhetzte] -- hat aufgehetzt |
opstoken | stookte op [opstookte] -- heeft opgestookt | aufhetzen | hetzte auf [aufhetzte] -- hat aufgehetzt |
opnaaien | naaide op [opnaaide] -- heeft opgenaaid | [opjutten] aufhetzen | hetzte auf [aufhetzte] -- hat aufgehetzt |
opjuinen | juinde op [opjuinde] -- heeft opgejuind | aufhetzen | hetzte auf [aufhetzte] -- hat aufgehetzt |
opjagen | jaagde op [opjaagde] -- heeft opgejaagd |
[alternatief :]
opjagen | joeg of [opjoeg] -- heeft opgejaagd |
aufhetzen | hetzte auf [aufhetzte] -- hat aufgehetzt |
wegijlen | ijlde weg [wegijlde] -- heeft/is weggeijld | davonhetzen | hetzte davon [davonhetzte] -- ist davongehetzt |
weghollen | holde weg [wegholde] -- heeft/is weggehold | davonhetzen | hetzte davon [davonhetzte] -- ist davongehetzt |
jagen | jaagde -- heeft gejaagd |
[alternatief:]
jagen | joeg -- heeft gejaagd | [op jacht zijn]
hetzen | hetzte -- hat gehetzt |
ophitsen | hitste op [ophitste] -- heeft opgehitst | hetzen | hetzte -- hat gehetzt |
stoken | stookte -- heeft gestookt | [opruien] hetzen | hetzte -- hat gehetzt |
aanhitsen | hitste aan [aanhitste] -- heeft aangehitst | hetzen | hetzte -- hat gehetzt |
jachten | jachtte -- heeft gejacht | hetzen | hetzte -- hat gehetzt |
opjuinen | juinde op [opjuinde] -- heeft opgejuind | hetzen | hetzte -- hat gehetzt |
achtervolgen | achtervolgde -- heeft achtervolgd | hetzen | hetzte -- hat gehetzt |
opjagen | jaagde op [opjaagde] -- heeft opgejaagd |
[alternatief :]
opjagen | joeg of [opjoeg] -- heeft opgejaagd |
hetzen | hetzte -- hat gehetzt | [antreiben]
jakkeren | jakkerde -- heeft gejakkerd | [aandrijven / voortjagen] hetzen | hetzte -- ist gehetzt |
haasten | haastte -- heeft gehaast | hetzen | hetzte -- ist gehetzt |
jagen | jaagde -- heeft gejaagd |
[alternatief:]
jagen | joeg -- heeft gejaagd |
hetzen | hetzte -- ist gehetzt | [hasten]
jachten | jachtte -- heeft gejacht | rumhetzen | hetzte rum [rumhetzte] -- ist rumgehetzt |
Zusammensetzungen
zich afjakkeren | jakkerde zich af [zich afjakkerde] -- heeft zich afgejakkerd | sich abhetzen | hetzte sich ab [sich abhetzte] -- hat sich abgehetzt |
zich het apezuur lopen sich abhetzen | hetzte sich ab [sich abhetzte] -- hat sich abgehetzt |
jachten | jachtte -- heeft gejacht | sich hetzen | hetzte sich -- hat sich gehetzt |
opjagen | jaagde op [opjaagde] -- heeft opgejaagd |
[alternatief :]
opjagen | joeg of [opjoeg] -- heeft opgejaagd | [jakkeren]
sich hetzen | hetzte sich -- hat sich gehetzt |
jakkeren | jakkerde -- heeft gejakkerd | [aandrijven / voortjagen] sich hetzen | hetzte sich -- hat sich gehetzt |
Wähle den Eintrag durch Anklicken/Berühren aus.
Hinweise übermittelt – Anzahl: