Übersetzungen für 'absolvieren'

Für 'absolvieren' wurden 14 Übersetzung(en) gefunden:

Nederlands Deutsch
Direkte Treffer
afsluiten | sloot af [afsloot] -- heeft afgesloten | absolvieren | absolvierte -- hat absolviert |
slagen voor absolvieren | absolvierte -- hat absolviert |
afronden | rondde af [afronde] -- heeft afgerond | absolvieren | absolvierte -- hat absolviert |
volgen | volgde -- heeft/is gevolgd | absolvieren | absolvierte -- hat absolviert |
absolveren | absolveerde -- heeft geabsolveerd | absolvieren | absolvierte -- hat absolviert |
debriefen | debriefte -- heeft gedebrieft |
[alternatief:]
debriefen | debriefde -- heeft gedebriefd |
absolvieren | absolvierte -- hat absolviert |
doorlopen | liep door [doorliep] -- heeft/is doorgelopen | absolvieren | absolvierte -- hat absolviert | [Schule]
voltooien | voltooide -- voltooid | absolvieren | absolvierte -- hat absolviert | [Studium]
afmaken | maakte af [afmaakte] -- heeft afgemaakt | absolvieren | absolvierte -- hat absolviert | [Studium]
uitdoen | deed uit [uitdeed] -- heeft uitgedaan | [afmaken / volbrengen] [België] absolvieren | absolvierte -- hat absolviert | [Studium]
de doorloping [f] das Absolvieren
Zusammensetzungen
afstuderen | studeerde af [afstudeerde] -- heeft afgestudeerd | das Studium absolvieren
een opleiding volgen eine Ausbildung absolvieren
zijn studie afsluiten sein Studium absolvieren
Wähle den Eintrag durch Anklicken/Berühren aus.
Hinweise übermittelt – Anzahl: