Übersetzungen für 'hakte'

Für 'hakte' wurden 23 Übersetzung(en) gefunden:

Nederlands Deutsch
Direkte Treffer
afhaken | haakte af [afhaakte] -- heeft afgehaakt | [van een haak nemen] abhaken | hakte ab [abhakte] -- hat abgehakt |
afchecken | checkte af [afcheckte] -- heeft afgecheckt | abhaken | hakte ab [abhakte] -- hat abgehakt |
afstrepen | streepte af [afstreepte] -- heeft afgestreept | abhaken | hakte ab [abhakte] -- hat abgehakt |
afvinken | vinkte af [afvinkte] -- heeft afgevinkt | abhaken | hakte ab [abhakte] -- hat abgehakt |
kwijten | kweet -- heeft gekweten | abhaken | hakte ab [abhakte] -- hat abgehakt | [eine Aufgabe]
eindigen | eindigde -- is geëindigd | abhaken | hakte ab [abhakte] -- hat abgehakt | [umgangssprachlich für beenden]
aanhaken | haakte aan [aanhaakte] -- heeft aangehaakt | anhaken | hakte an [anhakte] -- hat angehakt |
haken | haakte -- heeft gehaakt | [aan een haak bevestigen] anhaken | hakte an [anhakte] -- hat angehakt |
vasthaken | haakte vast [vasthaakte] -- heeft vastgehaakt | anhaken | hakte an [anhakte] -- hat angehakt |
inhaken | haakte in [inhaakte] -- heeft ingehaakt | einhaken | hakte ein [einhakte] -- hat eingehakt |
aanhaken | haakte aan [aanhaakte] -- heeft aangehaakt | einhaken | hakte ein [einhakte] -- hat eingehakt | [im übertragenen Sinn]
vasthaken | haakte vast [vasthaakte] -- heeft vastgehaakt | festhaken | hakte fest [festhakte] -- hat festgehakt |
haken | haakte -- heeft gehaakt | [aan een haak bevestigen] festhaken | hakte fest [festhakte] hat festgehakt |
haken | haakte -- heeft gehaakt | [aan een haak bevestigen] haken | hakte -- hat gehakt |
nader vragen stellen nachhaken | hakte nach [nachhakte] -- hat nachgehakt |
terugkomen | kwam terug [terugkwam] -- is teruggekomen | nachhaken | hakte nach [nachhakte] -- hat nachgehakt |
haken | haakte -- heeft gehaakt | nachhaken | hakte nach [nachhakte] -- hat nachgehakt | [Fußball]
inpoten | pootte in [inpootte] -- heeft ingepoot | unterhaken | hakte unter [unterhakte] -- hat untergehakt | [jemanden]
Zusammensetzungen
vasthaken | haakte vast [vasthaakte] -- heeft vastgehaakt | sich anhaken | hakte sich an [sich anhakte] -- hat sich angehakt |
inhaken | haakte in [inhaakte] -- heeft ingehaakt | sich einhaken | hakte sich ein [sich einhakte] -- hat sich eingehakt |
haken | haakte -- heeft gehaakt | [met een haak grijpen] sich festhaken | hakte sich fest [sich festhakte] -- hat sich festgehakt |
vasthaken | haakte vast [vasthaakte] -- heeft vastgehaakt | sich festhaken | hakte sich fest [sich festhakte] -- hat sich festgehakt |
inhaken | haakte in [inhaakte] -- heeft ingehaakt | sich unterhaken | hakte sich unter [sich unterhakte] -- hat sich untergehakt |
Wähle den Eintrag durch Anklicken/Berühren aus.
Hinweise übermittelt – Anzahl: