Vertalingen voor 'haakte'

Voor 'haakte' werden 33 vertaling(en) gevonden:

Nederlands Deutsch
Direkte Treffer
afhaken | haakte af [afhaakte] -- heeft afgehaakt | [van een haak nemen] abhaken | hakte ab [abhakte] -- hat abgehakt |
afhaken | haakte af [afhaakte] -- heeft afgehaakt | [van wagen] abhängen | hängte ab [abhängte] -- hat abgehängt | [Wagen]
afhaken | haakte af [afhaakte] -- heeft afgehaakt | [van wagen] abkoppeln | koppelte ab [abkoppelte] -- hat abgekoppelt | [Wagen]
afhaken | haakte af [afhaakte] -- heeft afgehaakt | [niet meer meedoen] abspringen | sprang ab [absprang] -- ist abgesprungen |
aanhaken | haakte aan [aanhaakte] -- heeft aangehaakt | anhaken | hakte an [anhakte] -- hat angehakt |
haken | haakte -- heeft gehaakt | [aan een haak bevestigen] anhaken | hakte an [anhakte] -- hat angehakt |
vasthaken | haakte vast [vasthaakte] -- heeft vastgehaakt | anhaken | hakte an [anhakte] -- hat angehakt |
aanhaken | haakte aan [aanhaakte] -- heeft aangehaakt | anhängen | hing an [anhing] -- hat angehangen |
afhaken | haakte af [afhaakte] -- heeft afgehaakt | [niet meer meedoen] aufhören | hörte auf [aufhörte] -- hat aufgehört |
afhaken | haakte af [afhaakte] -- heeft afgehaakt | [niet meer meedoen] aussteigen | stieg aus [ausstieg] -- ist ausgestiegen |
haken | haakte -- heeft gehaakt | [hevig verlangen] dürsten | dürstete -- hat gedürstet |
inhaken | haakte in [inhaakte] -- heeft ingehaakt | einhacken | hackte ein [einhackte] -- hat eingehackt |
inhaken | haakte in [inhaakte] -- heeft ingehaakt | einhaken | hakte ein [einhakte] -- hat eingehakt |
aanhaken | haakte aan [aanhaakte] -- heeft aangehaakt | einhaken | hakte ein [einhakte] -- hat eingehakt | [im übertragenen Sinn]
inhaken | haakte in [inhaakte] -- heeft ingehaakt | einhauen | haute ein [einhaute] -- hat eingehauen |
aanhaken | haakte aan [aanhaakte] -- heeft aangehaakt | einklinken | klinkte ein [einklinkte] -- hat eingeklinkt |
vasthaken | haakte vast [vasthaakte] -- heeft vastgehaakt | festhaken | hakte fest [festhakte] -- hat festgehakt |
haken | haakte -- heeft gehaakt | [aan een haak bevestigen] festhaken | hakte fest [festhakte] hat festgehakt |
haken | haakte -- heeft gehaakt | [aan een haak bevestigen] haken | hakte -- hat gehakt |
haken | haakte -- heeft gehaakt | [m.b.t. handwerken] häkeln | häkelte -- hat gehäkelt |
haken | haakte -- heeft gehaakt | [hevig verlangen] lechzen | lechzte -- hat gelechzt |
haken | haakte -- heeft gehaakt | nachhaken | hakte nach [nachhakte] -- hat nachgehakt | [Fußball]
haken | haakte -- heeft gehaakt | [hevig verlangen] trachten | trachtete -- hat getrachtet |
afhaken | haakte af [afhaakte] -- heeft afgehaakt | [haakwerk voltooien] fertig häkeln
haken | haakte -- heeft gehaakt | [aan een haak blijven hangen] hängen bleiben | blieb hängen [hängenblieb] -- ist hängen geblieben |
[alte Rechtschreibung:]
hängenbleiben | blieb hängen [hängenblieb] -- ist hängengeblieben |
vasthaken | haakte vast [vasthaakte] -- heeft vastgehaakt | sich anhaken | hakte sich an [sich anhakte] -- hat sich angehakt |
inhaken | haakte in [inhaakte] -- heeft ingehaakt | sich einhaken | hakte sich ein [sich einhakte] -- hat sich eingehakt |
inhaken | haakte in [inhaakte] -- heeft ingehaakt | sich einhängen | hängte sich ein [sich einhängte] -- hat sich eingehängt |
haken | haakte -- heeft gehaakt | [met een haak grijpen] sich festhaken | hakte sich fest [sich festhakte] -- hat sich festgehakt |
vasthaken | haakte vast [vasthaakte] -- heeft vastgehaakt | sich festhaken | hakte sich fest [sich festhakte] -- hat sich festgehakt |
haken | haakte -- heeft gehaakt | [blijven vastzitten] sich festhängen | hängte sich fest [sich festhängte] -- hat sich festgehangen |
inhaken | haakte in [inhaakte] -- heeft ingehaakt | sich unterhaken | hakte sich unter [sich unterhakte] -- hat sich untergehakt |
vasthaken | haakte vast [vasthaakte] -- heeft vastgehaakt | [in elkaar vasthaken] sich verhaken | verhakte sich [sich verhakte] -- hat sich verhakt |
Wähle den Eintrag durch Anklicken/Berühren aus.
Hinweise übermittelt – Anzahl: