Übersetzungen für 'wagen'

Für 'wagen' wurden 55 Übersetzung(en) gefunden:

Nederlands Deutsch
Direkte Treffer
de formule 1-wagen | de formule 1-wagens [p] der Formel-1-Wagen | die Formel-1-Wagen [p]
de wagen [m] | de wagens [p] der Wagen | die Wagen [p]
de auto [m] | de auto's [p] der Wagen | die Wagen [p]
het rijtuig | de rijtuigen [p] der Wagen | die Wagen [p]
de kar [f] | de karren [p] der Wagen | die Wagen [p]
het autootje | de autootjes [p] der Wagen | die Wagen [p]
het wagentje | de wagentjes [p] [wagen] der Wagen | die Wagen [p]
het karretje | de karretjes [p] der Wagen | die Wagen [p]
de trolley [m] | de trolleys [p] [trolleybus] der Wagen | die Wagen [p] [z.B. auf einer Oberleitung]
durven | durfde / dorst -- heeft gedurfd | wagen | wagte -- hat gewagt |
wagen | waagde -- heeft gewaagd | wagen | wagte -- hat gewagt |
aandurven | durfde aan / dorst aan [aandurfde / aandorst] -- heeft aangedurfd | wagen | wagte -- hat gewagt |
riskeren | riskeerde -- heeft geriskeerd | wagen | wagte -- hat gewagt |
Zusammensetzungen
de auto keren den Wagen wenden
de stoute stap wagen den kühnen Schritt wagen
de sleep [m] | de slepen [p]
een sleep | slepen [p] [auto]
der abgeschleppte Wagen | die abgeschleppten Wagen [p]
ein abgeschleppter Wagen| abgeschleppte Wagen [p]
de oprijwagen [m] | de oprijwagens [p]
een oprijwagen | oprijwagens [p]
der aufgefahrene Wagen | die aufgefahrenen Wagen [p]
ein aufgefahrener Wagen | aufgefahrene Wagen [p]
de garagewagen [m] | de garagewagens [p]
een garagewagen | garagewagens [p]
der garagengepflegte Wagen | die garagengepflegten Wagen [p]
ein garagengepflegter Wagen | garagengepflegte Wagen [p]
de drakenwagen [m] | de drakenwagens [p]
een drakenwagen | drakenwagens [p]
der mit Drachen bespannte Wagen | die mit Drachen bespannten Wagen [p]
ein mit Drachen bespannter Wagen | mit Drachen bespannte Wagen [p]
het soms hevige klotsen van de auto der mitunter hart aufsetzende Wagen
de sloopwagen [m] | de sloopwagens [p]
een sloopwagen | sloopwagens [p]
der schrottreife Wagen | die schrottreifen Wagen [p]
ein schrottreifer Wagen | schrottreife Wagen [p]
de sloopauto [m] | de sloopauto's [p]
een sloopauto | sloopauto's [p]
der schrottreife Wagen | die schrottreifen Wagen [p]
ein schrottreifer Wagen | schrottreife Wagen [p]
de met vier paarden bespannen wagen | de met vier paarden bespannen wagens [p]
een met vier paarden bespannen wagen | met vier paarden bespannen wagens [p]
der vierspännige Wagen | die vierspännigen Wagen [p]
ein vierspänniger Wagen | vierspännige Wagen [p]
de bochten- en rechtuitstabiliteit van de wagen die Fahreigenschaften des Wagens
een auto met open dak ein Wagen mit offenem Verdeck
een volwassen auto ein ausgereifter Wagen
een stout stuk ein gewagtes Unternehmen
een wagen opladen einen Wagen aufladen
een auto inhalen einen Wagen vorlassen
een wagen overladen einen Wagen überladen
het erop wagen es wagen
iets uit de wagen tillen etwas aus dem Wagen herausheben
iemand in de wagen induwen jemanden in den Wagen stoßen
Zungenbrecher
Toen wij nog in de wieg lagen, waren er nog geen couchettewagen. Nu kun je in de wagen liggen en je in alle standen laten wegen. [letterlijk] Als wir noch in der Wiege lagen gab's noch keine Liegewagen. Jetzt kann man in den Wagen liegen und sich in allen Lagen wiegen.
Mevrouw von Hagen, mag ik u vragen welke kraag u droeg toen u lag, maagziek in het ziekenhuis te Kopenhagen, zonder klagen, zonder vrezen, zonder ook maar één woord te zeggen? Frau von Hagen darf ich wagen Sie zu fragen welchen Kragen Sie getragen als Sie lagen, krank am Magen, im Spital zu Kopenhagen, ohne Klagen, ohne Zagen, ohne nur ein Wort zu sagen?
Redewendungen
Maar we durven het niet hardop te zeggen. Aber wir wagen nicht, es laut zu sagen.
Hij is daar over de hand. Er is da das fünfte Rad am Wagen.
Hij is de dertiende big. Er ist das fünfte Rad am Wagen.
Ik bungelde er maar zo'n beetje bij. Ich war das fünfte Rad am Wagen.
Wie waagt, wint. Wer wagt, gewinnt.
voor spek en bonen erbij zitten als fünftes Rad am Wagen dabeisitzen
voor spek en bonen meedoen als fünftes Rad am Wagen mitmachen
er voor evenveel bijzitten fünftes Rad am Wagen sein
Sprichwörter
De zot wil liever wagen dan twijfelen en vragen. Ein Narr wird lieber wagen als fragen.
de stoute schoenen aantrekken Frisch gewagt, ist halb gewonnen.
Waag wat gewaagd moet worden.
[Aude audenda]
Wage, was gewagt werden muss.
[Aude audenda]
Niets schieten is zeker mis. Wer nichts wagt, der nichts gewinnt.
Beispiele
De oude vrouw heeft niet durfen over te steken. Die alte Frau hat es nicht gewagt, die Straße zu überqueren.
Aan een prognose over het jaar van oplevering waagt hij zich niet meer. Eine Prognose über das Jahr der Bauabnahme wagt er sich nicht mehr zu stellen.
Hij durfde zijn baas niet aan te kijken. Er wagte nicht, seinen Boss anzuschauen.
[alte Rechtschreibung:]
Er wagte nicht, seinen Boß anzuschauen.
Ik vind dat gewaagd, maar desondanks wel goed geslaagd. Ich finde das gewagt, aber nichtdestotrotz sehr erfolgreich.
Morgen moet onze auto naar de APK keuring. Morgen muss unser Wagen zum TÜV.
[alte Rechtschreibung:]
Morgen muß unser Wagen zum TÜV.
Zij zal het niet aandurven. Sie wird es sich nicht wagen.
de visies van Zacharia: [5-8]
-- Jozuas kleding
-- de kandelaar en de twee olijfbomen
-- de vliegende boekrol
-- vier wagens
die Visionen Sacharjas: [5-8]
-- Der wahre Hohepriester
-- Leuchter und Ölbäume, die beiden Ölsöhne
-- Die fliegende Schriftrolle und die Frau im Scheffelmaß
-- Die vier Wagen
Titel
Ophaalbrug met rijtuigje [Vincent van Gogh, 1853-1890] Zugbrücke mit Wagen
Wähle den Eintrag durch Anklicken/Berühren aus.
Hinweise übermittelt – Anzahl:

Ähnliche Wörter