Übersetzungen für 'schrie'

Für 'schrie' wurden 29 Übersetzung(en) gefunden:

Nederlands Deutsch
Direkte Treffer
aanblaffen | blafte aan [aanblafte] -- heeft aangeblaft | anschreien | schrie an [anschrie] -- hat angeschrien |
een gil slaken aufschreien | schrie auf [aufschrie] -- hat aufgeschrien |
een kreet slaken aufschreien | schrie auf [aufschrie] -- hat aufgeschrien |
uitschreeuwen | schreeuwde uit [uitschreeuwde] -- heeft uitgeschreeuwd | aufschreien | schrie auf [aufschrie] -- hat aufgeschrien |
uitkrijsen | krijste uit [uitkrijste] -- heeft uitgekrijst | aufschreien | schrie auf [aufschrie] -- hat aufgeschrien |
uitroepen | riep uit [uitriep] -- heeft uitgeroepen | ausschreien | schrie aus [ausschrie] -- hat ausgeschrien |
omroepen | riep om [omriep] -- heeft omgeroepen | ausschreien | schrie aus [ausschrie] -- hat ausgeschrien |
uitschreeuwen | schreeuwde uit [uitschreeuwde] -- heeft uitgeschreeuwd | ausschreien | schrie aus [ausschrie] -- hat ausgeschrien |
uitschreeuwen | schreeuwde uit [uitschreeuwde] -- heeft uitgeschreeuwd | herausschreien | schrie heraus [herausschrie] -- hat herausgeschrien |
uitkrijsen | krijste uit [uitkrijste] -- heeft uitgekrijst | herausschreien | schrie heraus [herausschrie] -- hat herausgeschrien |
uitschreeuwen | schreeuwde uit [uitschreeuwde] -- heeft uitgeschreeuwd | hinausschreien | schrie hinaus [hinausschrie] -- hat hinausgeschrien |
uitkrijsen | krijste uit [uitkrijste] -- heeft uitgekrijst | hinausschreien | schrie hinaus [hinausschrie] -- hat hinausgeschrien |
naschreeuwen | schreeuwde na [naschreeuwde] -- heeft nageschreeuwd | hinterherschreien | schrie hinterher [hinterherschrie] -- hat hinterhergeschrien |
naschreeuwen | schreeuwde na [naschreeuwde] -- heeft nageschreeuwd | nachschreien | schrie nach [nachschrie] -- hat nachgeschrien |
uitschreeuwen | schreeuwde uit [uitschreeuwde] -- heeft uitgeschreeuwd | rausschreien | schrie raus [rausschrie] -- hat rausgeschrien | [umgangssprachlich]
uitkrijsen | krijste uit [uitkrijste] -- heeft uitgekrijst | rausschreien | schrie raus [rausschrie] -- hat rausgeschrien | [umgangssprachlich]
schreeuwen | schreeuwde -- heeft geschreeuwd | schreien | schrie -- hat geschrien |
gillen | gilde -- heeft gegild | schreien | schrie -- hat geschrien |
krijten | kreet -- heeft gekreten | schreien | schrie -- hat geschrien |
krollen | krolde -- heeft gekrold | schreien | schrie -- hat geschrien |
uitschreeuwen | schreeuwde uit [uitschreeuwde] -- heeft uitgeschreeuwd | schreien | schrie -- hat geschrien |
uitkrijsen | krijste uit [uitkrijste] -- heeft uitgekrijst | schreien | schrie -- hat geschrien |
toeteren | toeterde -- heeft getoeterd | [schetteren] schreien | schrie -- hat geschrien |
trompen | trompte -- heeft getrompt | schreien | schrie -- hat geschrien |
balken | balkte -- heeft gebalkt | schreien | schrie -- hat geschrien | [Esel / Mensch]
Zusammensetzungen
naar hartenlust schreeuwen sich ausschreien | schrie sich aus [sich ausschrie] -- hat sich ausgeschrien |
Beispiele
Ze schreeuwde het uit van vreugde. Sie schrie vor Freude.
Zij krijste het uit van de pijn. Sie schrie vor Schmerzen.
Dronken van vreugde schreeuwde het volk victorie. Trunken vor Freude schrie das Volk "Victory".
Wähle den Eintrag durch Anklicken/Berühren aus.
Hinweise übermittelt – Anzahl:

Ähnliche Wörter

Nederlands

Deutsch

  1. schrieb
  2. Schriebe
  3. schrieben