Vertalingen voor 'riep'

Voor 'riep' werden 43 vertaling(en) gevonden:

Nederlands Deutsch
Direkte Treffer
afroepen | riep af [afriep] -- heeft afgeroepen | abrufen | rief ab [abrief] -- hat abgerufen |
oproepen | riep op [opriep] -- heeft opgeroepen | abrufen | rief ab [abrief] -- hat abgerufen | [EDV]
aanroepen | riep aan [aanriep] -- heeft aangeroepen | anrufen | rief an [anrief] -- hat angerufen |
inroepen | riep in [inriep] -- heeft ingeroepen | anrufen | rief an [anrief] -- hat angerufen |
omroepen | riep om [omriep] -- heeft omgeroepen | ansagen | sagte an [ansagte] -- hat angesagt |
oproepen | riep op [opriep] -- heeft opgeroepen | auffordern | forderte auf [aufforderte] -- aufgefordert |
oproepen | riep op [opriep] -- heeft opgeroepen | aufrufen | rief auf [aufrief] -- hat aufgerufen |
aanroepen | riep aan [aanriep] -- heeft aangeroepen | aufrufen | rief auf [aufrief] -- hat aufgerufen | [EDV]
omroepen | riep om [omriep] -- heeft omgeroepen | aufrufen | rief auf [aufrief] -- hat aufgerufen | [auch EDV]
uitroepen | riep uit [uitriep] -- heeft uitgeroepen | ausrufen | rief aus [ausrief] -- hat ausgerufen |
afroepen | riep af [afriep] -- heeft afgeroepen | ausrufen | rief aus [ausrief] -- hat ausgerufen |
omroepen | riep om [omriep] -- heeft omgeroepen | ausrufen | rief aus [ausrief] -- hat ausgerufen | [Bekanntmachung]
uitroepen | riep uit [uitriep] -- heeft uitgeroepen | ausschreien | schrie aus [ausschrie] -- hat ausgeschrien |
omroepen | riep om [omriep] -- heeft omgeroepen | ausschreien | schrie aus [ausschrie] -- hat ausgeschrien |
oproepen | riep op [opriep] -- heeft opgeroepen | beschwören | beschwor -- hat beschworen | [jemanden]
oproepen | riep op [opriep] -- heeft opgeroepen | beschwören | beschwörte -- hat beschwört | [Geister]
omroepen | riep om [omriep] -- heeft omgeroepen | durchsagen | sagte durch [durchsagte] -- hat durchgesagt |
bijeenroepen | riep bijeen [bijeenriep] -- heeft bijeengeroepen | einberufen | berief ein [einberief] -- hat einberufen | [Sitzung]
samenroepen | riep samen [samenriep] -- heeft samengeroepen | einberufen | berief ein [einberief] -- hat einberufen | [Sitzung]
oproepen | riep op [opriep] -- heeft opgeroepen | einberufen | berief ein [einberief] -- hat einberufen | [militärisch]
oproepen | riep op [opriep] -- heeft opgeroepen | einziehen | zog ein [einzog] -- hat eingezogen | [militärisch]
uitroepen | riep uit [uitriep] -- heeft uitgeroepen | [onafhankelijkheid] erklären | erklärte -- hat erklärt |
oproepen | riep op [opriep] -- heeft opgeroepen | heraufbeschwören | schwörte herauf [heraufschwörte] -- hat heraufbeschworen | [Geister]
inroepen | riep in [inriep] -- heeft ingeroepen | herbeirufen | rief herbei [herbeirief] -- hat herbeigerufen |
binnenroepen | riep binnen [binnenriep] -- heeft binnengeroepen | hereinrufen | rief herein [hereinrief] -- hat hereingerufen |
oproepen | riep op [opriep] -- heeft opgeroepen | hervorrufen | rief hervor [hervorrief] -- hat hervorgerufen |
binnenroepen | riep binnen [binnenriep] -- heeft binnengeroepen | hineinrufen | rief hinein [hineinrief] -- hat hineingerufen |
naroepen | riep na [nariep] -- heeft nageroepen | hinterherrufen | rief hinterher [hinterherrief] -- hat hinterhergerufen |
naroepen | riep na [nariep] -- heeft nageroepen | nachrufen | rief nach [nachrief] -- hat nachgerufen |
uitroepen | riep uit [uitriep] -- heeft uitgeroepen | proklamieren | proklamierte -- hat proklamiert |
oproepen | riep op [opriep] -- heeft opgeroepen | raufbeschwören | schwörte rauf [raufschwörte] -- hat raufbeschworen | [umgangssprachlich] [Geister]
binnenroepen | riep binnen [binnenriep] -- heeft binnengeroepen | reinrufen | rief rein [reinrief] -- hat reingerufen | [umgangssprachlich]
roepen | riep -- heeft geroepen | rufen | rief -- hat gerufen |
uitroepen | riep uit [uitriep] -- heeft uitgeroepen | verkünden | verkündete -- hat verkündet |
bijeenroepen | riep bijeen [bijeenriep] -- heeft bijeengeroepen | versammeln | versammelte -- hat versammelt |
samenroepen | riep samen [samenriep] -- heeft samengeroepen | versammeln | versammelte -- hat versammelt |
oproepen | riep op [opriep] -- heeft opgeroepen | vorladen | lud vor [vorlud] -- hat vorgeladen | [Zeugen]
oproepen | riep op [opriep] -- heeft opgeroepen | wachrufen | rief wach [wachrief] -- hat wachgerufen |
oproepen | riep op [opriep] -- heeft opgeroepen | wecken | weckte -- hat geweckt |
bijeenroepen | riep bijeen [bijeenriep] -- heeft bijeengeroepen | zusammenrufen | rief zusammen [zusammenrief] -- hat zusammengerufen |
samenroepen | riep samen [samenriep] -- heeft samengeroepen | zusammenrufen | rief zusammen [zusammenrief] -- hat zusammengerufen |
Beispiele
Engeland riep in 1747 de Dress Act (kledingwet) in het leven, die de Schotse mannen verbood om zich in tartans te hullen. England rief 1747 den Dress Act (Kleidungsgesetz) ins Leben, das den schottischen Männern das Tragen von Tartans verbot.
Iemand riep mijn naam in het donker. Jemand rief meinen Namen in der Dunkelheit.
Wähle den Eintrag durch Anklicken/Berühren aus.
Hinweise übermittelt – Anzahl: