Übersetzungen für 'sagte'

Für 'sagte' wurden 54 Übersetzung(en) gefunden:

Nederlands Deutsch
Direkte Treffer
afkondigen | kondigde af [afkondigde] -- heeft afgekondigd | [communicatie / media] absagen | sagte ab [absagte] -- hat abgesagt |
afzeggen | zei af [afzei] -- heeft afgezegd |
[alternatief:]
afzeggen | zegde af [afzegde] -- heeft afgezegd |
absagen | sagte ab [absagte] -- hat abgesagt |
afgelasten | gelastte af [afgelastte] -- heeft afgelast | absagen | sagte ab [absagte] -- hat abgesagt |
het laten afweten absagen | sagte ab [absagte] -- hat abgesagt |
cancellen | cancelde -- heeft gecanceld | absagen | sagte ab [absagte] -- hat abgesagt |
cancelen | cancelde -- heeft gecanceld | absagen | sagte ab [absagte] -- hat abgesagt |
afschrijven | schreef af [afschreef] -- heeft afgeschreven | absagen | sagte ab [absagte] -- hat abgesagt | [schriftlich]
aankondigen | kondigde aan [aankondigde] -- heeft aangekondigd | ansagen | sagte an [ansagte] -- hat angesagt |
omroepen | riep om [omriep] -- heeft omgeroepen | ansagen | sagte an [ansagte] -- hat angesagt |
annonceren | annonceerde -- heeft geannonceerd | [kaartspel] ansagen | sagte an [ansagte] -- hat angesagt |
opzeggen | zei op [opzei] -- heeft opgezegd |
[alternatief:]
opzeggen | zegde op [opzegde] -- heeft opgezegd |
aufsagen | sagte auf [aufsagte] -- hat aufgesagt |
een verklaring afleggen aussagen | sagte aus [aussagte] -- hat ausgesagt |
getuigen | getuigde -- heeft getuigd | aussagen | sagte aus [aussagte] -- hat ausgesagt |
verklaren | verklaarde -- heeft verklaard | aussagen | sagte aus [aussagte] -- hat ausgesagt | [juristisch]
omroepen | riep om [omriep] -- heeft omgeroepen | durchsagen | sagte durch [durchsagte] -- hat durchgesagt |
doorgeven | gaf door [doorgaf] -- heeft doorgegeven | durchsagen | sagte durch [durchsagte] -- hat durchgesagt |
opzeggen | zei op [opzei] -- heeft opgezegd |
[alternatief:]
opzeggen | zegde op [opzegde] -- heeft opgezegd |
hersagen | sagte her [hersagte] -- hat hergesagt |
opnoemen | noemde op [opnoemde] -- heeft opgenoemd | hersagen | sagte her [hersagte] -- hat hergesagt |
vertellen | vertelde -- heeft verteld | nachsagen | sagte nach [nachsagte] -- hat nachgesagt |
nazeggen | zei na [nazei] -- heeft nagezegd |
[alternatief:]
nazeggen | zegde na [nazegde] -- heeft nagezegd |
nachsagen | sagte nach [nachsagte] -- hat nachgesagt |
zeggen | zei -- heeft gezegd |
[alternatief:]
zeggen | zegde -- heeft gezegd |
sagen | sagte -- hat gesagt |
toevoegen | voegde toe [toevoegde] -- heeft toegevoegd | sagen | sagte -- hat gesagt |
stellen | stelde -- heeft gesteld | sagen | sagte -- hat gesagt | [behaupten]
voorspellen | voorspelde -- heeft voorspeld | voraussagen | sagte voraus [voraussagte] -- hat vorausgesagt |
voorzeggen | zei voor [voorzei] / [meervoud:] zeien voor [voorzeien] -- heeft voorgezegd |
[alternatief:]
voorzeggen | zegde voor [voorzegde] -- heeft voorgezegd |
voorzeggen | zeide voor [voorzeide] -- heeft voorgezegd |
voraussagen | sagte voraus [voraussagte] -- hat vorausgesagt |
prediceren | prediceerde -- heeft geprediceerd | [voorspellen / voorzeggen] voraussagen | sagte voraus [voraussagte] -- hat vorausgesagt |
voorspellen | voorspelde -- heeft voorspeld | vorhersagen | sagte vorher [vorhersagte] -- hat vorhergesagt |
voorzeggen | zei voor [voorzei] / [meervoud:] zeien voor [voorzeien] -- heeft voorgezegd |
[alternatief:]
voorzeggen | zegde voor [voorzegde] -- heeft voorgezegd |
voorzeggen | zeide voor [voorzeide] -- heeft voorgezegd |
vorhersagen | sagte vorher [vorhersagte] -- hat vorhergesagt |
orakelen | orakelde -- heeft georakeld | vorhersagen | sagte vorher [vorhersagte] -- hat vorhergesagt |
prediceren | prediceerde -- heeft geprediceerd | [voorspellen / voorzeggen] vorhersagen | sagte vorher [vorhersagte] -- hat vorhergesagt |
voorzeggen | zei voor [voorzei] / [meervoud:] zeien voor [voorzeien] -- heeft voorgezegd |
[alternatief:]
voorzeggen | zegde voor [voorzegde] -- heeft voorgezegd |
[alternatief:]
voorzeggen | zeide voor [voorzeide] -- heeft voorgezegd |
vorsagen | sagte vor [vorsagte] -- hat vorgesagt |
voorschotelen | schotelte voor [voorschotelte] -- heeft voorgeschotelt | vorsagen | sagte vor [vorsagte] -- hat vorgesagt |
wichelen | wichelde -- heeft gewicheld | wahrsagen | sagte wahr [wahrsagte] -- hat wahrgesagt |
waarzeggen | zegde waar -- heeft waargezegd | wahrsagen | sagte wahr [wahrsagte] -- hat wahrgesagt |
voorzeggen | zei voor [voorzei] / [meervoud:] zeien voor [voorzeien] -- heeft voorgezegd |
[alternatief:]
voorzeggen | zegde voor [voorzegde] -- heeft voorgezegd |
[alternatief:]
voorzeggen | zeide voor [voorzeide] -- heeft voorgezegd |
weitersagen | sagte weiter [weitersagte] -- hat weitergesagt |
toezeggen | zegde toe [toezegde] -- heeft toegezegd | zusagen | sagte zu [zusagte] -- hat zugesagt |
aanstaan | stond aan [aanstond] -- heeft aangestaan | zusagen | sagte zu [zusagte] -- hat zugesagt |
bevallen | beviel -- is bevallen | zusagen | sagte zu [zusagte] -- hat zugesagt |
conveniëren | convenieerde -- heeft geconvenieerd | zusagen | sagte zu [zusagte] -- hat zugesagt |
Zusammensetzungen
ontvallen | ontviel -- is ontvallen | [afvallig worden] sich lossagen | sagte sich los [sich lossagte] -- hat sich losgesagt |
afbellen | belde af [afbelde] -- heeft afgebeld | telefonisch absagen | sagte telefonisch ab [telefonisch absagte] -- hat telefonisch abgesagt |
Redewendungen
Zij piepte nergens over. Sie sagte keinen Ton.
Sprichwörter
Laat de gek maar lopen, zei malle Jan, en hij zag zijn vâar naar de galg geleiden. [vâar: vader] Lass den Narren laufen, sagte Jerms, als man seinen Vater zum Galgen führte. [Jerms: Jeremias]
Beispiele
Cheiro voorspelde o.a. de dood van Queen Victoria en King Edward VII, het vreselijke lot van de Russische Tsaar en zijn familie en de moordaanslag op de Sjah van Perzie. Cheiro sagte u.a. den Tod von Königin Victoria und König Edward VII., das schreckliche Schicksal des russischen Zaren und seiner Familie sowie den Mordanschlag auf den Schah von Persien voraus.
De gesprekleider kapte de discussie af door te zeggen dat het woord aan de volgende spreker was. Der Gesprächsleiter beendete die Diskussion abrupt, indem er sagte, der
nächste Sprecher habe das Wort.
Hij zei niet welke maatregelen ze precies in gedachten had. Er sagte nicht, an welche Maßnahmen sie genau dachten.
Ik kan wat dat betreft alleen maar onderstrepen wat mevrouw ... heeft gezegd. Ich kann von meiner Seite aus nur unterstreichen, was Frau ... sagte.
Ik zei het zostraks. Ich sagte es eben.
Van de weeromstuit zei hij ook niets. Seinerseits sagte er auch nichts.
Ze knikte, zei niets en dat was genoeg. Sie nickte, sagte nichts, und das genügte.
Zij zei iets in de geest van ... Sie sagte etwas im Sinne von ...
Zij voegde hem toe: 'Zwijg!' Sie sagte zu ihm: "Schweig!" / Sie sagte zu ihm: "Schweige!"
Titel
Beer heeft een probleempje Ich hab ein kleines Problem, sagte der Bär [Heinz Janisch, Silke Leffler] [hab: habe]
Ik heet Anne, zei ze, Anne Frank [Jacqueline van Maarsen] Ich heiße Anne, sagte sie, Anne Frank
Wähle den Eintrag durch Anklicken/Berühren aus.
Hinweise übermittelt – Anzahl:

Ähnliche Wörter

Nederlands

Deutsch

  1. sagten
  2. sagte ab