Vertalingen voor 'gaf'

Voor 'gaf' werden 131 vertaling(en) gevonden:

Nederlands Deutsch
Direkte Treffer
afgeven | gaf af [afgaf] -- heeft afgegeven | abfärben | färbte ab [abfärbte] -- hat abgefärbt | [Farbe]
afgeven | gaf af [afgaf] -- heeft afgegeven | abgeben | gab ab [abgab] -- hat abgegeben |
afgeven | gaf af [afgaf] -- heeft afgegeven | [waren] abliefern | lieferte ab [ablieferte] -- hat abgeliefert |
aangeven | gaf aan [aangaf] -- heeft aangegeven | [bekendmaken] andeuten | deutete an [andeutete] -- hat angedeutet |
opgeven | gaf op [opgaf] -- heeft opgegeven | anführen | führte an [anführte] -- hat angeführt | [Grund]
opgeven | gaf op [opgaf] -- heeft opgegeven | angeben | gab an [angab] -- hat angegeben |
geven | gaf -- heeft gegeven | angeben | gab an [angab] -- hat angegeben |
aangeven | gaf aan [aangaf] -- heeft aangegeven | [bekendmaken / ter kennis brengen van de overheid / met tekens aanduiden] angeben | gab an [angab] -- hat angegeben |
aangeven | gaf aan [aangaf] -- heeft aangegeven | anmelden | meldete an [anmeldete] -- hat angemeldet | [anzeigen]
aangeven | gaf aan [aangaf] -- heeft aangegeven | anreichen | reichte an [anreichte] -- hat angereicht |
overgeven | gaf over [overgaf] -- heeft overgegeven | [toevertrouwen] anvertrauen | vertraute an [anvertraute] -- hat anvertraut |
aangeven | gaf aan [aangaf] -- heeft aangegeven | [bekendmaken / ter kennis brengen van de overheid /
met tekens aanduiden]
anzeigen | zeigte an [anzeigte] -- hat angezeigt |
aangeven | gaf aan [aangaf] -- heeft aangegeven | anzeigen | zeigte an [anzeigte] -- hat angezeigt | [Diebstahl]
weergeven | gaf weer [weergaf] -- heeft weergegeven | anzeigen | zeigte an [anzeigte] -- hat angezeigt | [EDV]
afgeven | gaf af [afgaf] -- heeft afgegeven | aufgeben | gab auf [aufgab] -- hat aufgegeben |
prijsgeven | gaf prijs [prijsgaf] -- heeft prijsgegeven | aufgeben | gab auf [aufgab] -- hat aufgegeben | [preisgeben]
opgeven | gaf op [opgaf] / gaven op [opgaven] -- heeft opgegeven | aufgeben | gab auf [aufgab] / gaben auf [aufgaben] -- hat aufgegeben |
uitgeven | gaf uit [uitgaf] -- heeft uitgegeven | [geld] aufwenden | wendete auf [aufwendete] -- hat aufgewendet |
[alternativ:]
aufwenden | wandte auf [aufwandte] -- hat aufgewandt | [Geld]
afgeven | gaf af [afgaf] -- heeft afgegeven | ausbluten | blutete aus [ausblutete] -- ist ausgeblutet | [Farbe]
uitgeven | gaf uit [uitgaf] -- heeft uitgegeven | ausgeben | gab aus [ausgab] -- ausgegeben | [Geld]
afgeven | gaf af [afgaf] -- heeft afgegeven | ausgeben | gab aus [ausgab] -- hat ausgegeben | [Fahrkarte]
afgeven | gaf af [afgaf] -- heeft afgegeven | [als bevoegde uitreiken] aushändigen | händigte aus [aushändigte] -- hat ausgehändigt |
overgeven | gaf over [overgaf] -- heeft overgegeven | [overhandigen] aushändigen | händigte aus [aushändigte] -- hat ausgehändigt |
prijsgeven | gaf prijs [prijsgaf] -- heeft prijsgegeven | ausliefern | lieferte aus [auslieferte] -- hat ausgeliefert | [preisgeben]
afgeven | gaf af [afgaf] -- heeft afgegeven | ausstellen | stellte aus [ausstellte] -- hat ausgestellt | [Pass / Urkunde]
opgeven | gaf op [opgaf] -- heeft opgegeven | auswerfen | warf aus [auswarf] -- hat ausgeworfen | [Blut]
uitgeven | gaf uit [uitgaf] -- heeft uitgegeven | begeben | begab -- hat begeben | [Handel]
overgeven | gaf over [overgaf] -- heeft overgegeven | [braken] brechen | brach -- hat gebrochen |
opgeven | gaf op [opgaf] -- heeft opgegeven | brechen | brach -- hat gebrochen | [Blut]
weergeven | gaf weer [weergaf] -- heeft weergegeven | darstellen | stellte dar [darstellte] -- hat dargestellt |
aangeven | gaf aan [aangaf] -- heeft aangegeven | [ter kennis brengen van de overheid] denunzieren | denunzierte -- hat denunziert |
vormgeven | gaf vorm [vormgaf] -- heeft vormgegeven | designen | designtehat designt |
doorgeven | gaf door [doorgaf] -- heeft doorgegeven | durchgeben | gab durch [durchgab] -- hat durchgegeben |
doorgeven | gaf door [doorgaf] -- heeft doorgegeven | durchsagen | sagte durch [durchsagte] -- hat durchgesagt |
ingeven | gaf in [ingaf] -- heeft ingegeven | eingeben | gab ein [eingab] -- hat eingegeben |
toegeven | gaf toe [toegaf] -- heeft toegegeven | eingestehen | gestand ein [eingestand] -- hat eingestanden |
afgeven | gaf af [afgaf] -- heeft afgegeven | einliefern | lieferte ein [einlieferte] -- hat eingeliefert |
toegeven | gaf toe [toegaf] -- heeft toegegeven | einräumen | räumte ein [einräumte] -- hat eingeräumt |
overgeven | gaf over [overgaf] -- heeft overgegeven | [braken] erbrechen | erbrach -- hat erbrochen |
opgeven | gaf op [opgaf] -- heeft opgegeven | erbrechen | erbrach -- hat erbrochen | [Blut]
vrijgeven | gaf vrij [vrijgaf] -- heeft vrijgegeven | freigeben | gab frei [freigab] -- hat freigegeben |
vrijgeven | gaf vrij [vrijgaf] -- heeft vrijgegeven | freischalten | schaltete frei [freischaltete] -- hat freigeschaltet |
geven | gaf -- heeft gegeven | geben | gab -- hat gegeben |
aangeven | gaf aan [aangaf] -- heeft aangegeven | [overhandigen] geben | gab -- hat gegeben |
aangeven | gaf aan [aangaf] -- heeft aangegeven | geben | gab -- hat gegeben | [Textil]
vormgeven | gaf vorm [vormgaf] -- heeft vormgegeven | gestalten | gestaltete -- hat gestaltet |
toegeven | gaf toe [toegaf] -- heeft toegegeven | gestehen | gestand -- hat gestanden |
uitgeven | gaf uit [uitgaf] -- heeft uitgegeven | herausbringen | brachte heraus [herausbrachte] -- hat herausgebracht | [Buch]
teruggeven | gaf terug [teruggaf] -- heeft teruggegeven | herausgeben | gab heraus [herausgab] -- hat herausgegeben |
afgeven | gaf af [afgaf] -- heeft afgegeven | herausgeben | gab heraus [herausgab] -- hat herausgegeben |
uitgeven | gaf uit [uitgaf] -- heeft uitgegeven | [boek / aandelen] herausgeben | gab heraus [herausgab] -- hat herausgegeben | [Buch / Anteile]
afgeven | gaf af [afgaf] -- heeft afgegeven | herausrücken | rückte heraus [herausrückte] -- hat herausgerückt |
teruggeven | gaf terug [teruggaf] -- heeft teruggegeven | hergeben | gab her [hergab] -- hat hergegeben |
rondgeven | gaf rond [rondgaf] -- heeft rondgegeven | herumgeben | gab herum [herumgab] -- hat herumgegegen |
rondgeven | gaf rond [rondgaf] -- heeft rondgegeven | herumreichen | reichte herum [herumreichte] -- hat herumgereicht |
aangeven | gaf aan [aangaf] -- heeft aangegeven | herüberreichen | reichte herüber [herüberreichte] -- hat herübergereicht |
doorgeven | gaf door [doorgaf] -- heeft doorgegeven | herüberreichen | reichte herüber [herüberreichte] -- hat herübergereicht |
geven | gaf -- heeft gegeven | [zich wijden aan] hingeben | gab hin [hingab] -- hat hingegeben |
aangeven | gaf aan [aangaf] -- heeft aangegeven | hinüberreichen | reichte hinüber [hinüberreichte] -- hat hinübergereicht |
doorgeven | gaf door [doorgaf] -- heeft doorgegeven | hinüberreichen | reichte hinüber [hinüberreichte] -- hat hinübergereicht |
overgeven | gaf over [overgaf] -- heeft overgegeven | [capituleren] kapitulieren | kapitulierte -- hat kapituliert |
doorgeven | gaf door [doorgaf] -- heeft doorgegeven | melden | meldete -- hat gemeldet |
opgeven | gaf op [opgaf] -- heeft opgegeven | melden | meldete -- hat gemeldet |
aangeven | gaf aan [aangaf] -- heeft aangegeven | [ter kennis brengen van de overheid] melden | meldete -- hat gemeldet |
meegeven | gaf mee [meegaf] -- heeft meegegeven | mitgeben | gab mit [mitgab] -- hat mitgegeben |
meegeven | gaf mee [meegaf] -- heeft meegegeven | nachgeben | gab nach [nachgab] -- hat nachgegeben |
toegeven | gaf toe [toegaf] -- heeft toegegeven | [inwilligen] nachgeben | gab nach [nachgab] -- hat nachgegeben |
prijsgeven | gaf prijs [prijsgaf] -- heeft prijsgegeven | preisgeben | gab preis [preisgab] -- hat preisgegeben |
geven | gaf -- heeft gegeven | reichen | reichte -- gereicht |
aangeven | gaf aan [aangaf] -- heeft aangegeven | [overhandigen] reichen | reichte -- hat gereicht |
rondgeven | gaf rond [rondgaf] -- heeft rondgegeven | rumgeben | gab rum [rumgab] -- hat rumgegegen |
rondgeven | gaf rond [rondgaf] -- heeft rondgegeven | rumreichen | reichte rum [rumreichte] -- hat rumgereicht |
doorgeven | gaf door [doorgaf] -- heeft doorgegeven | rüberreichen | reichte rüber [rüberreichte] -- hat rübergereicht |
aangeven | gaf aan [aangaf] -- heeft aangegeven | rüberreichen | reichte rüber [rüberreichte] -- hat rübergereicht |
overgeven | gaf over [overgaf] -- heeft overgegeven | [braken] speien | spie -- hat gespien [p]
doorgeven | gaf door [doorgaf] -- heeft doorgegeven | tradieren | tradierte -- hat tradiert |
lesgeven | gaf les [lesgaf] -- heeft lesgegeven | unterrichten | unterrichtete -- hat unterrichtet |
afgeven | gaf af [afgaf] -- heeft afgegeven | [verspreiden] verbreiten | verbreitete -- hat verbreitet |
weggeven | gaf weg [weggaf] -- heeft weggegeven | vergeben | vergab -- hat vergeben |
uitgeven | gaf uit [uitgaf] -- heeft uitgegeven | [voor zijn levensonderhoud] verleben | verlebte -- hat verlebt |
uitgeven | gaf uit [uitgaf] -- heeft uitgegeven | verlegen | verlegte -- hat verlegt | [Buch]
weggeven | gaf weg [weggaf] -- heeft weggegeven | verschenken | verschenkte -- hat verschenkt |
aangeven | gaf aan [aangaf] -- heeft aangegeven | versteuern | versteuerte -- hat versteuert |
aangeven | gaf aan [aangaf] -- heeft aangegeven | verzollen | verzollte -- hat verzollt |
weggeven | gaf weg [weggaf] -- heeft weggegeven | weggeben | gab weg [weggab] -- hat weggegeben |
doorgeven | gaf door / gaven door [doorgaaf / doorgaven] -- heeft doorgegeven | weitergeben | gab weiter / gaben weiter [weitergab / weitergaben] -- hat weitergegeben |
verdergeven | gaf verder [verdergaf] -- heeft verdergegeven | weitergeben | gab weiter [weitergab] -- hat weitergegeben |
doorgeven | gaf door [doorgaf] -- heeft doorgegeven | weiterleiten | leitete weiter [weiterleitete] -- hat weitergeleitet |
doorgeven | gaf door [doorgaf] -- heeft doorgegeven | weiterreichen | reichte weiter [weiterreichte] -- hat weitergereicht |
aangeven | gaf aan [aangaf] -- heeft aangegeven | [met tekens aanduiden] zeigen | zeigte -- hat gezeigt |
toegeven | gaf toe [toegaf] -- heeft toegegeven | zugeben | gab zu [zugab] -- hat zugegeben |
toegeven | gaf toe [toegaf] -- heeft toegegeven | zugestehen | gestand zu [zugestand] -- hat zugestanden |
teruggeven | gaf terug [teruggaf] -- heeft teruggegeven | zurückgeben | gab zurück [zurückgab] -- hat zurückgegeben |
aangeven | gaf aan [aangaf] -- heeft aangegeven | [in staat achten] zutrauen | traute zu [zutraute] -- hat zugetraut |
overgeven | gaf over [overgaf] -- heeft overgegeven | [aan iemand anders geven / verder geven / toevertrouwen] übergeben | übergab -- hat übergeben |
doorgeven | gaf door [doorgaf] -- heeft doorgegeven | übermitteln | übermittelte -- hat übermittelt |
overgeven | gaf over [overgaf] -- heeft overgegeven | [aan iemand anders geven / vooral plechtig of feestelijk] überreichen | überreichte -- hat überreicht |
overgeven | gaf over [overgaf] -- heeft overgegeven | [toevertrouwen] anheim geben
opgeven | gaf op [opgaf] / gaven op [opgaven] -- heeft opgegeven | [een race] aus dem Rennen gehen
opgeven | gaf op [opgaf] / gaven op [opgaven] -- heeft opgegeven | [een race] das Rennen aufgeben
overgeven | gaf over [overgaf] -- heeft overgegeven | [kaartspel] noch einmal austeilen
[alternativ:]
noch mal austeilen
[umgangssprachlich:]
nochmal austeilen
[alternativ:]
nochmals austeilen
overgeven | gaf over [overgaf] -- heeft overgegeven | [kaartspel] noch einmal geben
[alternativ:]
noch mal geben
[umgangssprachlich:]
nochmal geben
[alternativ:]
nochmals geben
overgeven | gaf over [overgaf] -- heeft overgegeven | [zich wijden aan] sich anheim geben
overgeven | gaf over [overgaf] -- heeft overgegeven | [braken] sich erbrechen | erbrach sich -- hat sich erbrochen |
overgeven | gaf over [overgaf] -- heeft overgegeven | [capituleren / verslaafd raken aan] sich ergeben | ergab sich [sich ergab] -- hat sich ergeben |
overgeven | gaf over [overgaf] -- heeft overgegeven | [braken] sich übergeben | übergab sich [sich übergab] -- hat sich übergeben | [erbrechen]
toegeven | gaf toe [toegaf] -- heeft toegegeven | weich werden
weergeven | gaf weer [weergaf] -- heeft weergegeven | wieder geben | gab wieder [wieder gab] -- hat wieder gegeben |
[alternativ:]
wiedergeben | gab wieder [wiedergab] -- hat wiedergegeben |
teruggeven | gaf terug [teruggaf] -- heeft teruggegeven | wieder geben | gab wieder [wieder gab] -- hat wieder gegeben |
[alternativ:]
wiedergeben | gab wieder [wiedergab] -- hat wiedergegeben | [zurückgeben]
Zusammensetzungen
aanleiding geven | gaf aanleiding -- heeft aanleiding gegeven | veranlassen | veranlasste -- hat veranlasst |
[alte Rechtschreibung:]
veranlassen | veranlaßte -- hat veranlaßt |
de vriend aan wie ik het boek gaf der Freund, dem ich das Buch gab
ik gaf af
jij gaf af
hij gaf af
wij gaven af
jullie gaven af
zij gaven af [afgeven]
ich gab ab
du gabst ab
er gab ab
wir gaben ab
ihr gabt ab [alternativ:] ihr gabet ab
sie gaben an [abgeben]
ik gaf aan
jij gaf aan
hij gaf aan
wij gaven aan
jullie gaven aan
zij gaven aan [aangeven]
ich gab an
du gabst an
er gab an
wir gaben an
ihr gabt an
sie gaben an [angeben]
ik gaf
jij gaf
hij gaf
wij gaven
jullie gaven
zij gaven [geven]
ich gab
du gabst
er gab
wir gaben
ihr gabt
sie gaben [geben]
zich afgeven | gaf zich af [zich afgaf] -- heeft zich afgegeven | sich abgeben | gab sich ab [sich abgab] -- hat sich abgegeben |
zich afgeven | gaf zich af [zich afgaf] -- heeft zich afgegeven | sich einlassen | ließ sich ein [sich einließ] -- hat sich eingelassen |
zich geven | gaf zich -- heeft zich gegeven | [zich wijden aan] sich hingeben | gab sich hin [sich hingab] -- hat sich hingegeben |
Redewendungen
Dat gaf de doorslag. Das gab den Ausschlag.
Dat gaf hem de nekslag. Das gab ihm den Rest.
Dat gaf hem de nekslag. Das gab ihm den Todesstoß.
Dat gaf de doorslag. Das war ausschlaggebend.
Beispiele
Dat gaf de uitslag. Das gab den Ausschlag.
De radio gaf een melding door. Der Rundfunk sendete eine Durchsage.
De zuster gaf hem een spuitje tegen de pijn. Die Schwester gab ihm eine Schmerzspritze.
De stad gaf zich over. Die Stadt ergab sich.
De Zuiderzeevloed van 1916 gaf de aanleiding dat de Zuiderzeewerken werden uitgevoerd. Die Zuiderzee-Flut von 1916 war der Anlass, die Zuiderzeewerke zu errichten.
De verklaring gaf de ontspanning in de politiek. Durch diese Erklärung wurde die politische Entspannung herbeigeführt.
Hij gaf me een lesje. Er erteilte mir eine Lehre.
Hij gaf haar de ring op het strand. Er gab ihr den Ring am Strand.
Hij gaf de kroon over aan zijn opvolger. Er übergab die Krone seinem Nachfolger.
Vladimir Kramnik gaf zich na 35 zetten gewonnen. [WK schaken 2008 tegen Anand] Wladimir Kramnik gab nach dem 35. Zug auf.
Wähle den Eintrag durch Anklicken/Berühren aus.
Hinweise übermittelt – Anzahl:

Ähnliche Wörter