Übersetzungen für 'rief'

Für 'rief' wurden 50 Übersetzung(en) gefunden:

Nederlands Deutsch
Direkte Treffer
afroepen | riep af [afriep] -- heeft afgeroepen | abrufen | rief ab [abrief] -- hat abgerufen |
afkondigen | kondigde af [afkondigde] -- heeft afgekondigd | abrufen | rief ab [abrief] -- hat abgerufen |
oproepen | riep op [opriep] -- heeft opgeroepen | abrufen | rief ab [abrief] -- hat abgerufen | [EDV]
opvragen | vroeg op [opvroeg] -- heeft opgevraagd |
[alternatief:]
opvragen | vraagde op [opvraagde] -- heeft opgevraagd |
abrufen | rief ab [abrief] -- hat abgerufen | [EDV]
opbellen | belde op [opbelde] -- heeft opgebeld | [bellen] anrufen | rief an [anrief] -- hat angerufen |
bellen | belde -- heeft gebeld | [opbellen] anrufen | rief an [anrief] -- hat angerufen |
aanroepen | riep aan [aanriep] -- heeft aangeroepen | anrufen | rief an [anrief] -- hat angerufen |
inroepen | riep in [inriep] -- heeft ingeroepen | anrufen | rief an [anrief] -- hat angerufen |
een telefoontje plegen anrufen | rief an [anrief] -- hat angerufen |
oproepen | riep op [opriep] -- heeft opgeroepen | aufrufen | rief auf [aufrief] -- hat aufgerufen |
intrekken | trok in [introk] -- heeft ingetrokken | [geld] aufrufen | rief auf [aufrief] -- hat aufgerufen |
aanroepen | riep aan [aanriep] -- heeft aangeroepen | aufrufen | rief auf [aufrief] -- hat aufgerufen | [EDV]
een beurt geven aufrufen | rief auf [aufrief] -- hat aufgerufen | [Schüler]
omroepen | riep om [omriep] -- heeft omgeroepen | aufrufen | rief auf [aufrief] -- hat aufgerufen | [auch EDV]
dagvaarden | dagvaardde -- heeft daggevaard | aufrufen | rief auf [aufrief] -- hat aufgerufen | [juristisch]
uitroepen | riep uit [uitriep] -- heeft uitgeroepen | ausrufen | rief aus [ausrief] -- hat ausgerufen |
afroepen | riep af [afriep] -- heeft afgeroepen | ausrufen | rief aus [ausrief] -- hat ausgerufen |
exclameren | exclameerde -- heeft geëxclameerd | ausrufen | rief aus [ausrief] -- hat ausgerufen |
afkondiging doen van [noodtoestand / staat van beleg / boycot] ausrufen | rief aus [ausrief] -- hat ausgerufen |
afkondigen | kondigde af [afkondigde] -- heeft afgekondigd | [noodtoestand / uitzonderingstoestand / staat van beleg / boycot / staking] ausrufen | rief aus [ausrief] -- hat ausgerufen |
proclameren | proclameerde -- heeft geproclameerd | ausrufen | rief aus [ausrief] -- hat ausgerufen |
omroepen | riep om [omriep] -- heeft omgeroepen | ausrufen | rief aus [ausrief] -- hat ausgerufen | [Bekanntmachung]
interrumperen | interrumpeerde -- heeft geïnterrumpeerd | dazwischenrufen | rief dazwischen [dazwischenrief] -- hat dazwischengerufen |
inroepen | riep in [inriep] -- heeft ingeroepen | herbeirufen | rief herbei [herbeirief] -- hat herbeigerufen |
binnenroepen | riep binnen [binnenriep] -- heeft binnengeroepen | hereinrufen | rief herein [hereinrief] -- hat hereingerufen |
oproepen | riep op [opriep] -- heeft opgeroepen | hervorrufen | rief hervor [hervorrief] -- hat hervorgerufen |
wekken | wekte -- heeft gewekt | hervorrufen | rief hervor [hervorrief] -- hat hervorgerufen |
veroorzaken | veroorzaakte -- heeft veroorzaakt | hervorrufen | rief hervor [hervorrief] -- hat hervorgerufen |
teweegbrengen | bracht teweeg [teweegbracht] -- heeft teweeggebracht | hervorrufen | rief hervor [hervorrief] -- hat hervorgerufen |
teweeg brengen hervorrufen | rief hervor [hervorrief] -- hat hervorgerufen |
induceren | induceerde -- heeft geïnduceerd | hervorrufen | rief hervor [hervorrief] -- hat hervorgerufen |
uitlokken | lokte uit [uitlokte] -- heeft uitgelokt | [m.b.t. gevoelens, bv. kritiek, protest, reactie] hervorrufen | rief hervor [hervorrief] -- hat hervorgerufen |
evoqueren | evoqueerde -- heeft geëvoqueerd | hervorrufen | rief hervor [hervorrief] -- hat hervorgerufen |
binnenroepen | riep binnen [binnenriep] -- heeft binnengeroepen | hineinrufen | rief hinein [hineinrief] -- hat hineingerufen |
naroepen | riep na [nariep] -- heeft nageroepen | hinterherrufen | rief hinterher [hinterherrief] -- hat hinterhergerufen |
naroepen | riep na [nariep] -- heeft nageroepen | nachrufen | rief nach [nachrief] -- hat nachgerufen |
binnenroepen | riep binnen [binnenriep] -- heeft binnengeroepen | reinrufen | rief rein [reinrief] -- hat reingerufen | [umgangssprachlich]
ontbieden | ontbood -- heeft ontboden | rufen | rief -- hat gerufen [p]
roepen | riep -- heeft geroepen | rufen | rief -- hat gerufen |
oproepen | riep op [opriep] -- heeft opgeroepen | wachrufen | rief wach [wachrief] -- hat wachgerufen |
wakker roepen wachrufen | rief wach [wachrief] -- hat wachgerufen |
terugbellen | belde terug [terugbelde] -- heeft teruggebeld | zurückrufen | rief zurück [zurückrief] -- hat zurückgerufen | [Telefon]
bijeenroepen | riep bijeen [bijeenriep] -- heeft bijeengeroepen | zusammenrufen | rief zusammen [zusammenrief] -- hat zusammengerufen |
dagvaarden | dagvaardde -- heeft daggevaard | zusammenrufen | rief zusammen [zusammenrief] -- hat zusammengerufen |
samenroepen | riep samen [samenriep] -- heeft samengeroepen | zusammenrufen | rief zusammen [zusammenrief] -- hat zusammengerufen |
convoceren | convoceerde -- heeft geconvoceerd | [leden] zusammenrufen | rief zusammen [zusammenrief] -- hat zusammengerufen |
Zusammensetzungen
ontbieden | ontbood -- heeft ontboden | herbeirufen | rief herbei [herbeirief] -- hat herbeigerufen |
Beispiele
Het kind brulde om zijn moeder. Das Kind rief weinend nach seiner Mutter.
Engeland riep in 1747 de Dress Act (kledingwet) in het leven, die de Schotse mannen verbood om zich in tartans te hullen. England rief 1747 den Dress Act (Kleidungsgesetz) ins Leben, das den schottischen Männern das Tragen von Tartans verbot.
Iemand riep mijn naam in het donker. Jemand rief meinen Namen in der Dunkelheit.
Wähle den Eintrag durch Anklicken/Berühren aus.
Hinweise übermittelt – Anzahl:

Ähnliche Wörter

Nederlands

Deutsch

  1. Riefen
  2. Riefe