Übersetzungen für 'zulegen'

Für 'zulegen' wurden 11 Übersetzung(en) gefunden:

Nederlands Deutsch
Direkte Treffer
bijpassen | paste bij [bijpaste] -- heeft bijgepast | [van geld] zulegen | legte zu [zulegte] -- hat zugelegt |
toeleggen | legde toe [toelegde] -- heeft toegelegd | [erop toegeven] zulegen | legte zu [zulegte] -- hat zugelegt |
aankomen | kwam aan [aankwam] -- is aangekomen | zulegen | legte zu [zulegte] -- hat zugelegt | [Gewicht]
Zusammensetzungen
dertig kilo aankomen 30 Kilo zulegen
aangekomen zijn an Gewicht zugelegt haben
een schuilnaam aannemen sich einen Decknamen zulegen
zich aanmeten | mat zich aan [zich aanmat] -- heeft zich aangemeten |
[alternatief:]
zich aanmeten | meette zich aan [zich aanmeette] -- heeft zich aangemeten |
sich zulegen | legte sich zu [sich zulegte] -- hat sich zugelegt |
aanschaffen | schafte aan [aanschafte] -- heeft aangeschaft | sich zulegen | legte sich zu [sich zulegte] -- hat sich zugelegt |
doorstappen | stapte door [doorstapte] -- heeft/is doorgestapt | [flink voortmaken met lopen] tüchtig zulegen
Redewendungen
er een schepje bovenop doen einen Zahn zulegen
doorfietsen | fietste door [doorfietste] -- heeft doorgefietst | [sneller fietsen] etwas Tempo zulegen
Wähle den Eintrag durch Anklicken/Berühren aus.
Hinweise übermittelt – Anzahl: