Vertalingen voor 'organiseren'

Voor 'organiseren' werden 25 vertaling(en) gevonden:

Nederlands Deutsch
Direkte Treffer
organiseren | organiseerde -- heeft georganiseerd | ausrichten | richtete aus [ausrichtete] -- hat ausgerichtet |
organiseren | organiseerde -- heeft georganiseerd | organisieren | organisierte -- hat organisiert |
organiseren | organiseerde -- heeft georganiseerd | veranstalten | veranstaltete -- hat veranstaltet |
Zusammensetzungen
het groepje bewoners van een studentenhuis dat de verdeling van de kamers organiseert der Belegungsausschuss
[alte Rechtschreibung:]
der Belegungsausschuß
het recht zich te organiseren die Koalitionsfreiheit
verkeerd organiseren verplanen | verplante -- hat verplant | [falsch planen]
drank organiseren Alkohol organisieren
zich organiseren | organiseerde zich [zich organiseerde]-- heeft zich georganiseerd | Netzwerke bilden [p]
het verzet organiseren den Widerstand organisieren
de vermogensrechtelijke betrekkingen organiseren
vermogensrechtelijke betrekkingen organiseren
die vermögensrechtlichen Beziehungen regeln
vermögensrechtliche Beziehungen regeln
goed kunnen organiseren ein Organisationstalent besitzen
een bijeenkomst organiseren ein Treffen arrangieren
een bijeenkomst organiseren ein Treffen organisieren
een feest organiseren eine Fete organisieren
een feest organiseren eine Fete steigen lassen
een feest organiseren eine Fete veranstalten
een feest organiseren eine Party organisieren
een feest organiseren eine Party steigen lassen
een feest organiseren eine Party veranstalten
goed kunnen organiseren gut organisieren können
afzonderlijke afdelingen binnen één onderneming organiseren innerhalb ein und desselben Unternehmens voneinander getrennte Unternehmensbereiche einrichten
zich organiseren | organiseerde zich [zich organiseerde]-- heeft zich georganiseerd | sich organisieren | organisierte sich [sich organisierte] -- hat sich organisiert |
zich organiseren | organiseerde zich [zich organiseerde]-- heeft zich georganiseerd | sich vernetzen | vernetzte sich [sich vernetzte] -- hat sich vernetzt |
zich organiseren | organiseerde zich [zich organiseerde]-- heeft zich georganiseerd | sich zusammenschließen | schloss sich zusammen [sich zusammenschloss] -- hat sich zusammengeschlossen |
[alte Rechtschreibung:]
sich zusammenschließen | schloß sich zusammen [sich zusammenschloß] -- hat sich zusammengeschlossen |
Beispiele
Dat is een kwestie van organiseren. Das ist eine Frage der Organisation.
Wähle den Eintrag durch Anklicken/Berühren aus.
Hinweise übermittelt – Anzahl: