Vertalingen voor 'lidwoord'

Voor 'lidwoord' werden 26 vertaling(en) gevonden:

Nederlands Deutsch
Direkte Treffer
het lidwoord | de lidwoorden [p] das Geschlechtswort | die Geschlechtswörter [p]
het lidwoord | de lidwoorden [p] der Artikel | die Artikel [p] [Grammatik]
de [bepaald lidwoord] der [bestimmter Artikel]
de [bepaald lidwoord] die [bestimmter Artikel]
een / ene [onbepaald lidwoord] einer [m] | eine [f] | ein [n] [unbestimmter Artikel]
Zusammensetzungen
het categoriale lidwoord | de categoriale lidwoorden [p] der Objektartikel | die Objektartikel [p] [Grammatik]
het delende lidwoord | de delende lidwoorden [p]
een delend lidwoord | delende lidwoorden [p]
der Teilungsartikel | die Teilungsartikel [p]
ein Teilungsartikel | Teilungsartikel [p]
het partitieve lidwoord | de partitieve lidwoorden [p]
een partitief lidwoord | partitieve lidwoorden [p]
der Teilungsartikel | die Teilungsartikel [p]
ein Teilungsartikel | Teilungsartikel [p]
het bepaalde lidwoord | de bepaalde lidwoorden [p]
een bepaald lidwoord | de bepaalde lidwoorden [p]
der bestimmte Artikel | die bestimmten Artikel [p]
ein bestimmter Artikel | bestimmte Artikel [p]
het bepalende lidwoord | de bepalende lidwoorden [p]
een bepalend lidwoord | bepalende lidwoorden [p]
der bestimmte Artikel | die bestimmten Artikel [p]
ein bestimmter Artikel | bestimmte Artikel [p] [Grammatik]
het bepaalde lidwoord | de bepaalde lidwoorden [p]
een bepaald lidwoord | bepaalde lidwoorden [p]
der bestimmte Artikel | die bestimmten Artikel [p]
ein bestimmter Artikel | bestimmte Artikel [p] [Grammatik]
het bepaalde lidwoord
een bepaald lidwoord
der definite Artikel
ein definiter Artikel
het bepalende lidwoord
een bepalend lidwoord
der definite Artikel
ein definiter Artikel
het generische lidwoord | de generische lidwoorden [p]
een generisch lidwoord | generische lidwoorden [p] [o.a. in het Nederlands]
der generische Artikel | die generischen Artikel [p]
ein generischer Artikel | generische Artikel [p] [Grammatik]
het onbepalende lidwoord
een onbepalend lidwoord
der indefinite Artikel
ein indefiniter Artikel
het onbepaalde lidwoord
een onbepaald lidwoord
der indefinite Artikel
ein indefiniter Artikel
het partitieve lidwoord | de partitieve lidwoorden [p]
een partitief lidwoord | partitieve lidwoorden [p]
der partitive Artikel | die partitiven Artikel [p]
ein partitiver Artikel | partitive Artikel [p]
het delende lidwoord | de delende lidwoorden [p]
een delend lidwoord | delende lidwoorden [p]
der partitive Artikel | die partitiven Artikel [p]
ein partitiver Artikel | partitive Artikel [p]
het onbepaald lidwoord der unbestimmte Artikel
het onbepaalde lidwoord | de onbepaalde lidwoorden [p]
een onbepaald lidwoord | onbepaalde lidwoorden [p]
der unbestimmte Artikel | die unbestimmten Artikel [p]
ein unbestimmter Artikel | unbestimmte Artikel [p] [Grammatik]
het onbepalende lidwoord | de onbepalende lidwoorden [p]
een onbepalend lidwoord | onbepalende lidwoorden [p]
der unbestimmte Artikel | die unbestimmten Artikel [p]
ein unbestimmter Artikel | unbestimmte Artikel [p] [Grammatik]
het lidwoord van onbepaaldheid
een lidwoord van onbepaaldheid [taalkunde]
der unbestimmte Artikel
ein unbestimmter Artikel
de verbuiging van het onbepaald lidwoord 'een' (v), zelfstandig gebruikt:
1. de een / de eene | de enen
2. der een / der eene / van de eene | den enen / der enen
3. der een / der eene / aan de eene | den enen
4. de een / de eene | de enen
die Deklination des unbestimmten Artikels "ein" (eine), selbständig gebraucht:
die eine | die einen [p] [1. Fall]
der einen | der einen [p] [2. Fall]
der einen | den einen [p] [3. Fall]
die eine | die einen [p] [4. Fall]
de verbuiging van het onbepaald lidwoord 'een' (m), zelfstandig gebruikt:
1. de ene / de eene | de enen
2. des eens / des eenen / van den eenen | der enen
3. den enen / den eenen / aan den eenen | den enen
4. den enen / den eenen | de enen
die Deklination des unbestimmten Artikels "ein" (einer), selbständig gebraucht:
der eine | die einen [p] [1. Fall]
des einen | der einen [p] [2. Fall]
dem einen | der einen [p] [3. Fall]
den einen | die einen [p] [4. Fall]
de verbuiging van het onbepaald lidwoord 'een' (o), zelfstandig gebruikt:
1. het ene / het eene | de ene
2. des eens / des eenen / van het eene | der ene
3. den enen / den eenen / aan het eene | den ene
4. het ene / het eene | de enen
die Deklination des unbestimmten Artikels "ein" (eines), selbständig gebraucht:
das eine | die einen [p] [1. Fall]
des einen | der einen [p] [2. Fall]
dem einen | den einen [p] [3. Fall]
das eine | die einen [p] [4. Fall]
Beispiele
Vroeger kende het lidwoord ook in het Nederlands verschillende vormen voor nominatief, genitief, datief en accusatief. Früher kannte der Artikel auch im Niederländischen verschiedene Formen für Nominativ, Genitiv, Dativ und Akkusativ.
Wähle den Eintrag durch Anklicken/Berühren aus.
Hinweise übermittelt – Anzahl:

Ähnliche Wörter

Nederlands

  1. lidwoorden

Deutsch