Übersetzungen für 'anfahren'

Für 'anfahren' wurden 14 Übersetzung(en) gefunden:

Nederlands Deutsch
Direkte Treffer
uitvaren tegen anfahren | fuhr an [anfuhr] -- hat angefahren | [anranzen]
aanblaffen | blafte aan [aanblafte] -- heeft aangeblaft | anfahren | fuhr an [anfuhr] -- hat angefahren | [anschnauzen]
toesnauwen | snauwde toe [toesnauwde] -- heeft toegesnauwd | anfahren | fuhr an [anfuhr] -- hat angefahren | [anschnauzen]
uitvallen tegen | viel tegen ... uit [tegen ... uitviel] -- is tegen ... uitgevallen | anfahren | fuhr an [anfuhr] -- hat angefahren | [im übertragenen Sinn]
afsnauwen | snauwde af [afsnauwde] -- heeft afgesnauwd | anfahren | fuhr an [anfuhr] -- hat angefahren | [jemanden]
uitschieten | schoot uit [uitschoot] -- heeft uitgeschoten | anfahren | fuhr an [anfuhr] -- hat angefahren | [jemanden]
aanrijden | reed aan [aanreed] -- is/heeft aangereden | anfahren | fuhr an [anfuhr] -- ist angefahren |
optrekken | trok op [optrok] -- heeft/is opgetrokken | anfahren | fuhr an [anfuhr] -- ist angefahren | [Auto]
aanvaren | voer aan [aanvoer] -- is aangevaren | anfahren | fuhr an [anfuhr] -- ist angefahren | [zusammenstoßen]
het gesnauw das Anfahren [das Anschnauzen]
Zusammensetzungen
op een plaats aanvaren einen Ort anfahren
tegen iemand uitvliegen jemanden anfahren [schimpfen]
Redewendungen
op iemand brommen jemanden anfahren | fuhr jemanden an [jemanden anfuhr] -- hat jemanden angefahren |
Beispiele
De automobilist, die een fietser aanrijdt, is meestal aansprakelijk voor alle schade, ook al draagt hij geen schuld aan het ongeluk. Der Autofahrer, der einen Radfahrer anfährt, haftet meistens für sämtliche Schäden, auch wenn er am Unfall keine Schuld trägt.
Wähle den Eintrag durch Anklicken/Berühren aus.
Hinweise übermittelt – Anzahl: