Vertalingen voor 'reed'

Voor 'reed' werden 92 vertaling(en) gevonden:

Nederlands Deutsch
Direkte Treffer
wegrijden | reed weg [wegreed] -- is/heeft weggereden | abfahren | fuhr ab [abfuhr] -- ist abgefahren |
oprijden | reed op [opreed] -- is/heeft opgereden | [verslijten] abnutzen | nutzte ab [abnutzte] -- hat/ist abgenutzt |
[alternativ:]
abnützen | nützte ab [abnützte] -- hat/ist abgenützt | [völlig]
aanrijden | reed aan [aanreed] -- is/heeft aangereden | anfahren | fuhr an [anfuhr] -- ist angefahren |
aanrijden | reed aan [aanreed] -- is/heeft aangereden | anreiten | ritt an [anritt] -- ist angeritten |
uitrijden | reed uit [uitreed] -- is/heeft uitgereden | ausfahren | fuhr aus [aufuhr] -- ist/hat ausgefahren |
omrijden | reed om [omreed] -- is/heeft omgereden | ausfahren | fuhr aus [ausfuhr] -- ist ausgefahren |
uitrijden | reed uit [uitreed] -- is/heeft uitgereden | ausreiten | ritt aus [ausritt] – ist ausgeritten |
omrijden | reed om [omreed] -- is/heeft omgereden | ausreiten | ritt aus [ausritt] – ist ausgeritten |
wegrijden | reed weg [wegreed] -- is/heeft weggereden | dahinfahren | fuhr dahin [dahinfuhr] -- ist dahingefahren |
voorbijrijden | reed voorbij [voorbijreed] -- is/heeft voorbijgereden | dahinfahren | fuhr dahin [dahinfuhr] -- ist dahingefahren |
voortrijden | reed voort [voortreed] -- is voortgereden | [op wielen] dahinfahren | fuhr dahin [dahinfuhr] -- ist dahingefahren |
voortrijden | reed voort [voortreed] -- is voortgereden | [te paard] dahinreiten | ritt dahin [dahinritt] -- ist dahingeritten |
doorrijden | reed door [doorreed] -- is/heeft doorgereden | durchfahren | fuhr durch [durchfuhr] -- ist durchgefahren |
doorrijden | reed door [doorreed] -- is/heeft doorgereden | durchreiten | ritt durch / durchritt [durchritt] -- hat/ist durchritten |
oprijden | reed op [opreed] -- is/heeft opgereden | einbiegen | bog ein [einbog] -- ist eingebogen |
binnenrijden | reed binnen [binnenreed] -- is binnengereden | einfahren | fuhr ein [einfuhr] -- ist eingefahren | [z.B. mit dem Auto]
aanrijden | reed aan [aanreed] -- is/heeft aangereden | einreiten | ritt ein [einritt] -- hat/ist eingeritten | [Pferd]
rijden | reed -- is/heeft gereden | fahren | fuhr -- ist/hat gefahren |
wegrijden | reed weg [wegreed] -- is/heeft weggereden | fortfahren | fuhr fort [fortfuhr] -- ist fortgefahren |
heenrijden | reed heen [heenreed] -- is heengereden | fortfahren | fuhr fort [fortfuhr] -- ist fortgefahren | [wegfahren]
oprijden | reed op [opreed] -- is/heeft opgereden | [naar boven rijden] herauffahren | fuhr herauf [herauffuhr] -- ist heraufgefahren |
oprijden | reed op [opreed] -- is/heeft opgereden | [te paard naar boven rijden] heraufreiten | ritt herauf [heraufritt] -- ist heraufgeritten |
binnenrijden | reed binnen [binnenreed] -- is binnengereden | hereinfahren | fuhr herein [hereinfuhr] -- ist hereingefahren |
omrijden | reed om [omreed] -- is/heeft omgereden | herumfahren | fuhr herum [herumfuhr] -- ist herumgefahren |
rondrijden | reed rond [rondreed] -- is rondgereden | herumfahren | fuhr herum [herumfuhr] -- ist herumgefahren |
omrijden | reed om [omreed] -- is/heeft omgereden | herumreiten | ritt herum [herumritt] -- ist herumgeritten |
rondrijden | reed rond [rondreed] -- is rondgereden | herumreiten | ritt herum [herumritt] -- ist herumgeritten |
oprijden | reed op [opreed] -- is/heeft opgereden | [naar boven rijden] hinauffahren | fuhr hinauf [hinauffuhr] -- ist hinaufgefahren |
oprijden | reed op [opreed] -- is/heeft opgereden | [te paard naar boven rijden] hinaufreiten | ritt hinauf [hinaufritt] -- ist hinaufgeritten |
inrijden | reed in [inreed] -- is ingereden | hineinfahren | fuhr hinein [hineinfuhr] -- ist hineingefahren |
binnenrijden | reed binnen [binnenreed] -- is binnengereden | hineinfahren | fuhr hinein [hineinfuhr] -- ist hineingefahren |
rijden | reed -- is/heeft gereden | laufen | lief -- gelaufen | [Schlittschuh]
wegrijden | reed weg [wegreed] -- is/heeft weggereden | losfahren | fuhr los [losfuhr] -- ist losgefahren |
wegrijden | reed weg [wegreed] -- is/heeft weggereden | losreiten | ritt los [losritt] -- ist losgeritten |
meerijden | reed mee [meereed] -- heeft meegereden | [met voertuig] mitfahren | fuhr mit [mitfuhr] -- ist mitgefahren |
meerijden | reed mee [meereed] -- heeft meegereden | [op rijdier] mitreiten | ritt mit [mitritt] -- ist mitgeritten |
binnenrijden | reed binnen [binnenreed] -- is binnengereden | reinfahren | fuhr rein [reinfuhr] -- ist reingefahren | [umgangssprachlich]
paardrijden | reed paard [paardreed] -- is paardgereden | reiten | ritt -- ist geritten | [ein Pferd]
rijden | reed -- is/heeft gereden | reiten | ritt -- ist/hat geritten |
omrijden | reed om [omreed] -- is/heeft omgereden | rumfahren | fuhr rum [rumfuhr] -- ist rumgefahren |
rondrijden | reed rond [rondreed] -- is rondgereden | rumfahren | fuhr rum [rumfuhr] -- ist rumgefahren |
omrijden | reed om [omreed] -- is/heeft omgereden | rumreiten | ritt rum [rumritt] -- ist rumgeritten |
rondrijden | reed rond [rondreed] -- is rondgereden | rumreiten | ritt rum [rumritt] -- ist rumgeritten |
zwartrijden | reed zwart [zwartreed] -- is/heeft zwartgereden | schwarzfahren | fuhr schwarz [schwarzfuhr] -- ist schwarzgefahren |
omrijden | reed om [omreed] -- is/heeft omgereden | spazieren fahren / spazierenfahren | fuhr spazieren [spazierenfuhr] -- ist spazierengefahren |
doodrijden | reed dood [doodreed] -- is/heeft doodgereden | totfahren / tot fahren | fuhr tot [totfuhr] -- hat totgefahren |
omrijden | reed om [omreed] -- is/heeft omgereden | [iemand omwerpen] umfahren | fuhr um [umfuhr] -- hat umgefahren |
omverrijden | reed omver [omverreed] -- is/heeft omvergereden | umfahren | fuhr um [umfuhr] -- hat umgefahren |
omrijden | reed om [omreed] -- is/heeft omgereden | [langs een omweg rijden / om iets heenrijden] umfahren | umfuhr -- hat umfahren |
omrijden | reed om [omreed] -- is/heeft omgereden | umherfahren | fuhr umher [umherfuhr] -- ist umhergefahren |
omrijden | reed om [omreed] -- is/heeft omgereden | umherreiten | ritt umher [umherritt] -- ist umhergeritten |
omrijden | reed om [omreed] -- is/heeft omgereden | [iemand omwerpen] umreiten | ritt um [umritt] -- hat umgeritten |
omrijden | reed om [omreed] -- is/heeft omgereden | [langs een omweg rijden / om iets heenrijden] umreiten | umritt -- hat umritten |
vooroprijden | reed voorop [vooropreed] -- is vooropgereden | [op wielen] vorausfahren | fuhr voraus [vorausfuhr] -- ist voausgefahren |
vooruitrijden | reed vooruit [vooruitreed] -- is vooruitgereden | [voor anderen rijden] vorausfahren | fuhr voraus [vorausfuhr] -- ist vorausgefahren |
vooroprijden | reed voorop [vooropreed] -- is vooropgereden | [op paarden] vorausreiten | ritt voraus [vorausritt] -- ist vorausgeritten |
langsrijden | reed langs [langsreed] -- is langsgereden | vorbeifahren | fuhr vorbei [vorbeifuhr] -- ist vorbeigefahren |
voorbijrijden | reed voorbij [voorbijreed] -- is/heeft voorbijgereden | vorbeifahren | fuhr vorbei [vorbeifuhr] -- ist vorbeigefahren |
voorbijrijden | reed voorbij [voorbijreed] -- is/heeft voorbijgereden | [te paard] vorbeireiten | ritt vorbei [vorbeiritt] -- ist vorbeigeritten |
voorbijrijden | reed voorbij [voorbijreed] -- is/heeft voorbijgereden | vorüberfahren | fuhr vorüber [vorüberfuhr] -- ist vorübergefahren |
voorbijrijden | reed voorbij [voorbijreed] -- is/heeft voorbijgereden | [te paard] vorüberreiten | ritt vorüber [vorüberritt] -- ist vorübergeritten |
losrijden | reed los [losreed] -- heeft losgereden | warmreiten | ritt warm [warmritt] -- hat warmgeritten |
wegrijden | reed weg [wegreed] -- is/heeft weggereden | wegfahren | fuhr weg [wegfuhr] -- ist weggefahren |
heenrijden | reed heen [heenreed] -- is heengereden | wegfahren | fuhr weg [wegfuhr] -- ist weggefahren |
wegrijden | reed weg [wegreed] -- is/heeft weggereden | wegreiten | ritt weg [wegritt] -- ist weggeritten |
doorrijden | reed door [doorreed] -- is/heeft doorgereden | weiterfahren | fuhr weiter [weiterfuhr] -- ist weitergefahren |
voortrijden | reed voort [voortreed] -- is voortgereden | [op wielen] weiterfahren | fuhr weiter [weiterfuhr] -- ist weitergefahren |
doorrijden | reed door [doorreed] -- is/heeft doorgereden | weiterreiten | ritt weiter [weiterritt] -- ist weitergeritten |
voortrijden | reed voort [voortreed] -- is voortgereden | [te paard] weiterreiten | ritt weiter [weiterritt] -- ist weitergeritten |
afrijden | reed af [afreed] -- heeft afgereden | zureiten | ritt zu [zuritt] -- hat zugeritten |
terugrijden | reed terug [terugreed] -- heeft teruggereden | zurückfahren | fuhr zurück [zurückfuhr] -- ist zurückgefahren |
terugrijden | reed terug [terugreed] -- heeft teruggereden | [op rijdier] zurückreiten | ritt zurück [zurückritt] -- ist zurückgeritten |
aanrijden | reed aan [aanreed] -- is/heeft aangereden | zusammenstoßen | stieß zusammen [zusammenstieß] -- ist zusammengestoßen |
voorbijrijden | reed voorbij [voorbijreed] -- is/heeft voorbijgereden | [passeren] überholen | überholte -- hat überholt |
losrijden | reed los [losreed] -- heeft losgereden | überspurten | überspurtete -- hat überspurtet |
paardjerijden | reed paardje [paardjereed] -- is paardjegereden | (das) Hoppe-hoppe-Reiter spielen
autorijden | reed auto [autoreed] -- heeft autogereden | Auto fahren | fuhr Auto [Auto fuhr] -- ist Auto gefahren |
proefrijden | reed proef [proefreed] -- heeft proefgereden | Probe fahren | fuhr Probe -- ist/hat Probe gefahren |
[alte Rechtschreibung:]
probefahren | fuhr Probe [probefuhr] -- ist probegefahren |
oprijden | reed op [opreed] -- is/heeft opgereden | [verslijten] auf Verschleiß fahren
oprijden | reed op [opreed] -- is/heeft opgereden | [verslijten] bis es nicht mehr geht nutzen [etwas]
oprijden | reed op [opreed] -- is/heeft opgereden | [verslijten] bis zuletzt nutzen
oprijden | reed op [opreed] -- is/heeft opgereden | [verslijten] bis zum letzten Ende fahren
omrijden | reed om [omreed] -- is/heeft omgereden | einen Umweg machen
oprijden | reed op [opreed] -- is/heeft opgereden | [voortrijden] fahren auf
losrijden | reed los [losreed] -- heeft losgereden | spurtend überholen
vooruitrijden | reed vooruit [vooruitreed] -- is vooruitgereden | [naar voren rijden] vorwärts fahren | fuhr vorwärts [vorwärts fuhr] -- ist vorwärts gefahren |
[alte Rechtschreibung:]
vorwärtsfahren | fuhr vorwärts [vorwärtsfuhr] -- ist vorwärtsgefahren |
doodrijden | reed dood [doodreed] -- is/heeft doodgereden | zu Tode reiten / zutode reiten
doodrijden | reed dood [doodreed] -- is/heeft doodgereden | zuschanden reiten / zu Schanden reiten
Zusammensetzungen
zwart rijden | reed zwart -- is/heeft zwart gereden | schwarzfahren | fuhr schwarz [schwarzfuhr] -- ist schwarzgefahren |
Redewendungen
omrijden | reed om [omreed] -- is/heeft omgereden | [iemand omwerpen] über den Haufen fahren
Beispiele
De trein reed stipt om acht uur weg. Der Zug fuhr pünktlich um acht ab.
Hij reed de hele dag door de steppe. Er ritt den ganzen Tag durch die Steppe.
Wähle den Eintrag durch Anklicken/Berühren aus.
Hinweise übermittelt – Anzahl:

Ähnliche Wörter

Nederlands

  1. reeds
  2. reedner

Deutsch

  1. Reeder
  2. Reeden
  3. Reede