Übersetzungen für 'redete'

Für 'redete' wurden 32 Übersetzung(en) gefunden:

Nederlands Deutsch
Direkte Treffer
aanspreken | sprak aan [aansprak] -- heeft aangesproken | anreden | redete an [anredete] -- hat angeredet |
aanschieten | schoot aan [aanschoot] -- heeft aangeschoten | anreden | redete an [anredete] -- hat angeredet | [jemanden]
aanpraten | praatte aan [aanpraatte] -- heeft aangepraat | aufreden | redete auf [aufredete] -- hat aufgeredet |
uitspreken | sprak uit [uitsprak] -- heeft uitgesproken | ausreden | redete aus [ausredete] -- hat ausgeredet |
uitpraten | praatte uit [uitpraatte] -- heeft uitgepraat | ausreden | redete aus [ausredete] -- hat ausgeredet |
afpraten | praatte af [afpraatte] -- heeft afgepraat | ausreden | redete aus [ausredete] -- hat ausgeredet | [jemandem etwas]
erop los praten daherreden | redete daher [daherredete] -- hat dahergeredet |
interrumperen | interrumpeerde -- heeft geïnterrumpeerd | dazwischenreden | redete dazwischen [dazwischenredete] -- hat dazwischengeredet |
interpelleren | interpelleerde -- heeft geïnterpelleerd | dazwischenreden | redete dazwischen [dazwischenredete] -- hat dazwischengeredet |
erop los praten drauflosreden | redete drauflos [drauflosredete] -- hat drauflos geredet |
aanpraten | praatte aan [aanpraatte] -- heeft aangepraat | einreden | redete ein [einredete] -- hat eingeredet |
heen praten hinwegreden | redete hinweg [hinwegredete] -- hat hinweggeredet |
wegpraten | praatte weg [wegpraatte] -- heeft weggepraat | hinwegreden | redete hinweg [hinwegredete] -- hat hinweggeredet |
malen | maalde -- heeft gemaald | irrereden | redete irre [irreredete] -- hat irregeredet |
ijlen | ijlde -- heeft geijld | [in koorts / onzin uitslaan] irrereden | redete irre [irreredete] -- hat irregeredet |
raaskallen | raaskalde -- heeft geraaskald | irrereden | redete irre [irreredete] -- hat irregeredet |
wartaal spreken irrereden | redete irre [irreredete] -- hat irregeredet |
praten | praatte -- heeft gepraat | reden | redete -- hat geredet |
uitslaan | sloeg uit [uitsloeg] -- heeft uitgeslagen | reden | redete -- hat geredet |
redeneren | redeneerde -- heeft geredeneerd | reden | redete -- hat geredet |
redekavelen | redekavelde -- heeft geredekaveld | reden | redete -- hat geredet |
oreren | oreerde -- heeft georeerd | reden | redete -- hat geredet |
doorpraten | praatte door [doorpraatte] -- heeft doorgepraat | weiterreden | redete weiter [weiterredete] -- hat weitergeredet |
doorspreken | sprak door [doorsprak] -- heeft doorgesproken | [doorgaan met spreken] weiterreden | redete weiter [weiterredete] -- hat weitergeredet |
toespreken | sprak toe [toesprak] -- heeft toegesproken | zureden | redete zu [zuredete] -- hat zugeredet |
Zusammensetzungen
inbeelden | beeldde in [inbeeldde] -- heeft ingebeeld | sich einreden | redete sich ein [sich einredete] -- hat sich eingeredet |
zich inbeelden | beeldde zich in [zich inbeelde] -- heeft zich ingebeeld | sich einreden | redete sich ein [sich einredete] -- hat sich eingeredet |
zich eruit praten sich herausreden | redete sich heraus [sich herausredete] -- hat sich herausgeredet |
zich eruit praten sich rausreden | redete sich raus [sich rausredete] -- hat sich rausgeredet | [umgangssprachlich]
Redewendungen
Er was geen speld tussen te krijgen. Er redete ohne Punkt und Komma.
Er was geen speld tussen te krijgen. Er redete wie ein Wasserfall.
Er was geen speld tussen te krijgen. Er redete, ohne Luft zu holen.
Wähle den Eintrag durch Anklicken/Berühren aus.
Hinweise übermittelt – Anzahl:

Ähnliche Wörter

Nederlands

Deutsch

  1. redeten