Vertalingen voor 'aanspreken'

Voor 'aanspreken' werden 18 vertaling(en) gevonden:

Nederlands Deutsch
Direkte Treffer
aanspreken | sprak aan [aansprak] -- heeft aangesproken | anbrechen | brach an [anbrach] -- hat angebrochen | [Vorrat]
aanspreken | sprak aan [aansprak] -- heeft aangesproken | angreifen | griff an [angriff] -- hat angegriffen | [Vorrat]
aanspreken | sprak aan [aansprak] -- heeft aangesproken | anreden | redete an [anredete] -- hat angeredet |
aanspreken | sprak aan [aansprak] -- heeft aangesproken | ansprechen | sprach an [ansprach] -- hat angesprochen |
Zusammensetzungen
de durf elkaar aan te spreken die Zivilcourage
met jij aanspreken duzen | duzte -- hat geduzt |
met U aanspreken siezen | siezte -- hat gesiezt |
de overheden aanspreken op hun verantwoordelijkheden die Behörden zur Rechenschaft ziehen
ik sprak aan
jij sprak aan
hij sprak aan
wij spraken aan
jullie spraken aan
zij spraken aan [aanspreken]
ich sprach an
du sprachst an
er sprach an
wir sprachen an
ihr spracht an
sie sprachen an [ansprechen]
iemand aanspreken over jemanden ansprechen auf
iemand in rechte aanspreken jemanden gerichtlich belangen
met U aanspreken / met jij aanspreken mit Sie ansprechen / mit du ansprechen
met U aanspreken / met jij aanspreken per Sie sein / per du sein
[alternativ:]
per Sie sein / per Du sein
Redewendungen
de fles aanspreken der Flasche zusprechen
zijn spaarcenten aanspreken seine Spargroschen angreifen
Beispiele
Geef specifiek aan wat je aanspreekt in het idee of gedrag. Gib im einzelnen an, was dich an der Idee oder dem Verhalten anspricht.
Spreek me aan, user. Sprich mich an, User.
Wanneer ik in het dagelijks leven een respectabele heer of dame tegenkom, spreek ik deze aan met 'u'. Wenn ich im Alltagsleben einer männlichen oder weiblichen Respektsperson begegne, spreche ich diese mit "Sie" an.
Wähle den Eintrag durch Anklicken/Berühren aus.
Hinweise übermittelt – Anzahl:

Ähnliche Wörter

Nederlands

  1. aansprekend
  2. aansprekende

Deutsch