Übersetzungen für 'Griff'

Für 'Griff' wurden 78 Übersetzung(en) gefunden:

Nederlands Deutsch
Direkte Treffer
invreten | vrat in [invrat] -- heeft ingevreten | angreifen | griff an [angriff] -- hat angegriffen |
aanvallen | viel aan [aanviel] -- heeft aangevallen | angreifen | griff an [angriff] -- hat angegriffen |
vastgrijpen | greep vast [vastgreep] -- heeft vastgegrepen | angreifen | griff an [angriff] -- hat angegriffen |
bemachtigen | bemachtigde -- heeft bemachtigd | angreifen | griff an [angriff] -- hat angegriffen |
aanvechten | vocht aan [aanvocht] -- heeft aangevochten | angreifen | griff an [angriff] -- hat angegriffen |
aanranden | randde aan [aanrandde] -- heeft aangerand | angreifen | griff an [angriff] -- hat angegriffen |
aanspreken | sprak aan [aansprak] -- heeft aangesproken | angreifen | griff an [angriff] -- hat angegriffen | [Vorrat]
aantasten | tastte aan [aantastte] -- heeft aangetast | angreifen | griff an [angriff] -- hat angegriffen | [chemisch / physikalisch / medizinisch]
aanvreten | vrat aan [aanvrat] -- heeft aangevreten | angreifen | griff an [angriff] -- hat angegriffen | [durch Rost / medizinisch]
affronteren | affronteerde -- heeft geaffronteerd | angreifen | griff an [angriff] -- hat angegriffen | [durch eine Beleidigung / Kränkung / Beschimpfung]
corroderen | corrodeerde -- heeft gecorrodeerd | angreifen | griff an [angriff] -- hat angegriffen | [korrodieren]
chargeren | chargeerde -- heeft gechargeerd | angreifen | griff an [angriff] -- hat angegriffen | [militärisch]
oppakken | pakte op [oppakte] -- heeft opgepakt | aufgreifen | griff auf [aufgriff] -- hat aufgegriffen | [eine Person]
mistasten | mistastte -- heeft misgetast | danebengreifen | griff daneben [danebengriff] -- hat danebengegriffen |
misgrijpen | greep mis [misgreep] -- heeft misgegrepen | danebengreifen | griff daneben [danebengriff] -- hat danebengegriffen |
de graai [m] der Griff
de greep [m] | de grepen [p] der Griff | die Griffe [p]
het heft | de heften [p] der Griff | die Griffe [p]
het handvat | de handvatten [p] der Griff | die Griffe [p]
het handvatsel | de handvatels [p] der Griff | die Griffe [p]
het hecht | de hechten [p] der Griff | die Griffe [p]
het vat | de vaten [p] [greep] der Griff | die Griffe [p]
de handgreep [m] | de handgrepen [p] der Griff | die Griffe [p]
het greepje | de greepjes [p] der Griff | die Griffe [p]
het gevest | de gevesten [p] der Griff | die Griffe [p]
de grip [m] | de grippen [p] der Griff | die Griffe [p]
de vingerzetting [f] | de vingerzettingen [p] [greep] der Griff | die Griffe [p]
de knop [m] | de knoppen [p] der Griff | die Griffe [p] [Tür]
de kruk [f] | de krukken [p] der Griff | die Griffe [p] [Türgriff]
de kunst [f] | de kunsten [p] der Kunstgriff | die Kunstgriffe [p]
het greepoppervlak | de greepoppervlakken [p] die Grifffläche | die Griffflächen [p]
[alternativ:]
die Griff-Fläche | die Griff-Flächen [p]
[alte Rechtschreibung:]
die Griffläche | die Grifflächen [p]
krachtig optreden | trad krachtig op [krachtig optrad] -- is krachtig opgetreden | durchgreifen | griff durch [durchgriff] -- hat durchgegriffen |
doortasten | tastte door [doortastte] -- heeft doorgetast | durchgreifen | griff durch [durchgriff] -- hat durchgegriffen |
ingrijpen | greep in [ingreep] -- heeft ingegrepen | eingreifen | griff ein [eingriff] -- hat eingegriffen |
mistasten | mistastte -- heeft misgetast | fehlgreifen | griff fehl [fehlgriff] -- hat fehlgegriffen |
misgrijpen | greep mis [misgreep] -- heeft misgegrepen | fehlgreifen | griff fehl [fehlgriff] -- hat fehlgegriffen |
grijpen | greep -- heeft gegrepen | greifen | griff -- hat gegriffen |
pakken | pakte -- heeft gepakt | greifen | griff -- hat gegriffen |
vastgrijpen | greep vast [vastgreep] -- heeft vastgegrepen | greifen | griff -- hat gegriffen |
bemachtigen | bemachtigde -- heeft bemachtigd | greifen | griff -- hat gegriffen |
grabbelen | grabbelde -- heeft gegrabbeld | greifen | griff -- hat gegriffen |
stevig | stevige grifffest | grifffeste
[alternativ:]
Griff-fest | Griff-feste
[alte Rechtschreibung:]
griffest | griffeste
ineengrijpen | greep ineen [ineengreep] -- heeft ineengegrepen | ineinander greifen / ineinandergreifen | griff ineinander [ineinandergriff] -- hat ineinandergegriffen |
vóór zijn vorgreifen | griff vor [vorgriff] -- hat vorgegriffen |
vooruitlopen | liep vooruit [vooruitliep] -- heeft/is vooruitgelopen | vorgreifen | griff vor [vorgriff] -- hat vorgegriffen |
toetasten | tastte toe [toetastte] -- heeft toegetast | zugreifen | griff zu [zugriff] -- hat zugegriffen |
aanpakken | pakte aan [aanpakte] -- heeft aangepakt | [pakken] zugreifen | griff zu [zugriff] -- hat zugegriffen |
opscheppen | schepte op [opschepte] -- heeft opgeschept | zugreifen | griff zu [zugriff] -- hat zugegriffen | [beim Essen]
teruggrijpen | greep terug [teruggreep] -- heeft teruggegrepen | zurückgreifen | griff zurück [zurückgriff] -- hat zurückgegriffen |
overgrijpen | greep over [overgreep] -- heeft overgegrepen | übergreifen | griff über [übergriff] -- hat übergegriffen |
overslaan | sloeg over [oversloeg] -- heeft overgeslagen | übergreifen | griff über [übergriff] | hat übergegriffen | [Feuer]
Zusammensetzungen
dynamo: dynamische beweging naar een verre greep der Dynamo: die dynamische Bewegung nach einem weit entfernten Griff [Klettersport]
de blinde greep | de blinde grepen [p]
een blinde greep | blinde grepen [p]
der blinde Griff | die blinden Griffe [p]
ein blinder Griff | blinde Griffe [p]
de stoute greep
een stoute greep
der kühne Griff
ein kühner Griff
regel van de rechterhandgreep voor solenoïden die Regel des richtigen Griff für Magnete [Physik]
greep krijgen op iets etwas in den Griff bekommen
fraai gelijnde handgrepen schön gezogene Griffe
terugvallen op | viel op ... terug [op ... terugviel] -- is op ... teruggevallen | zurückgreifen auf | griff auf ... zurück [auf ... zurückgriff] -- hat auf ... zurückgegriffen |
Redewendungen
alles in de hand hebben alles im Griff haben
een greep in het wilde weg ein Griff auf gut Glück
een willekeurige greep ein blinder Griff
de lade lichten einen Griff in die Kasse tun
een graai in de kassa doen einen Griff in die Kasse tun
iets onder de knie hebben etwas im Griff haben
iets onder de knie krijgen etwas in den Griff bekommen
grip krijgen op iets etwas in den Griff bekommen
geen greep krijgen op iets etwas nicht in den Griff bekommen
geen grip krijgen op iets etwas nicht in den Griff bekommen
in zijn greep houden fest im Griff halten
onder de knie hebben im Griff haben
onder de knie krijgen in den Griff bekommen
vat krijgen op in den Griff bekommen
Zitate
Foto's geven ons het gevoel de wereld in de hand te hebbenook al begrijpen we haar in werkelijkheid steeds minder. [Susan Sontag, 19332004] Fotografien geben uns das Gefühl, die Welt im Griff zu habenauch wenn wir sie in Wirklichkeit nur noch weniger verstehen. [Susan Sontag, 19332004]
de fijne handgreep en de juiste toon der feine Griff und der rechte Ton [Friedrich von Schiller / Johann Christoph Friedrich von Schiller, 1759-1805]
Beispiele
De leraar greep in toen het uit de hand liep. Der Lehrer griff ein, als es außer Kontrolle geriet.
Met hevigheid viel hij mij aan. Mit Vehemenz griff er mich an.
Ze greep bliksemsnel naar de bal. Sie griff blitzschnell nach dem Ball.
Titel
Gevoelens, gedachten en stukjes uit: Het dagboek van Floortje Peneder [Floortje Peneder] Wie ein kalter Griff an mein Herz: Tagebuch einer Leukämiekranken
Wähle den Eintrag durch Anklicken/Berühren aus.
Hinweise übermittelt – Anzahl:

Ähnliche Wörter

Nederlands

Deutsch

  1. Griffe
  2. Griffs
  3. Griffende