Vertalingen voor 'stroomde'

Voor 'stroomde' werden 53 vertaling(en) gevonden:

Nederlands Deutsch
Direkte Treffer
uitstromen | stroomde uit [uitstroomde] -- is uitgestroomd | abwandern | wanderte ab [abwanderte] -- ist abgewandert |
toestromen | stroomde toe [toestroomde] -- is toegestroomd | anströmen | strömte an [anströmte] -- ist angeströmt |
uitstromen | stroomde uit [uitstroomde] -- is uitgestroomd | ausfließen | floss aus [ausfloss] -- ist ausgeflossen |
[alte Rechtschreibung:]
ausfließen | floß aus [ausfloß] -- ist ausgeflossen |
uitstromen | stroomde uit [uitstroomde] -- is uitgestroomd | ausströmen | strömte aus [ausströmte] -- ist ausgeströmt |
buitenstromen | stroomde buiten [buitenstroomde] -- is buitengestroomd | ausströmen | strömte aus [ausströmte] -- ist ausgeströmt |
doorstromen | stroomde door [doorstroomde] -- heeft/is doorgestroomd | durchströmen | strömte durch [durchströmte] -- hat/ist durchströmt |
binnenstromen | stroomde binnen [binnenstroomde] -- heeft/is binnengestroomd | einfließen | floss ein [einfloss] -- ist eingeflossen |
[alte Rechtschreibung:]
einfließen | floß ein [einfloß] -- ist eingeflossen |
binnenstromen | stroomde binnen [binnenstroomde] -- heeft/is binnengestroomd | einströmen | strömte ein [einströmte] -- ist eingeströmt |
stromen | stroomde -- heeft/is gestroomd | fließen | floss -- ist geflossen |
[alte Rechtschreibung:]
fließen | floß -- ist geflossen |
wegstromen | stroomde weg [wegstroomde] -- is weggestroomd | fortfließen | floss fort [fortfloss] -- ist fortgeflossen |
[alte Rechtschreibung:]
fortfließen | floß fort [fortfloß] -- ist fortgeflossen |
wegstromen | stroomde weg [wegstroomde] -- is weggestroomd | fortströmen | strömte fort [fortströmte] -- ist fortgeströmt |
neerstromen | stroomde neer [neerstroomde] -- is neergestroomd | herabfließen | floss herab [herabfloss] -- ist herabgeflossen |
[alte Rechtschreibung:]
herabfließen | floß herab [herabfloß] -- ist herabgeflossen |
neerstromen | stroomde neer [neerstroomde] -- is neergestroomd | herabströmen | strömte herab [herabströmte] -- ist herabgeströmt |
uitstromen | stroomde uit [uitstroomde] -- is uitgestroomd | herausfließen | floss heraus [herausfloss] -- ist herausgeflossen |
[alte Rechtschreibung:]
herausfließen | floß heraus [herausfloß] -- ist herausgeflossen |
uitstromen | stroomde uit [uitstroomde] -- is uitgestroomd | herausströmen | strömte heraus [herausströmte] -- ist herausgeströmt |
toestromen | stroomde toe [toestroomde] -- is toegestroomd | herbeiströmen | strömte herbei [herbeiströmte] -- ist herbeigeströmt |
binnenstromen | stroomde binnen [binnenstroomde] -- heeft/is binnengestroomd | hereinströmen | strömte herein [heineinströmte] -- ist hereingeströmt |
neerstromen | stroomde neer [neerstroomde] -- is neergestroomd | herniederströmen / hernieder strömen | strömte hernieder [herniederströmte] -- ist herniedergeströmt |
neerstromen | stroomde neer [neerstroomde] -- is neergestroomd | herunterfließen | floss herunter [herunterfloss] -- ist heruntergeflossen |
[alte Rechtschreibung:]
herunterfließen | floß herunter [herunterfloß] -- ist heruntergeflossen |
neerstromen | stroomde neer [neerstroomde] -- is neergestroomd | herunterströmen | strömte herunter [herunterströmte] -- ist heruntergeströmt |
neerstromen | stroomde neer [neerstroomde] -- is neergestroomd | hinabfließen | floss hinab [hinabfloss] -- ist hinabgeflossen |
[alte Rechtschreibung:]
hinabfließen | floß hinab [hinabfloß] -- ist hinabgeflossen |
neerstromen | stroomde neer [neerstroomde] -- is neergestroomd | hinabströmen | strömte hinab [hinabströmte] -- ist hinabgeströmt |
uitstromen | stroomde uit [uitstroomde] -- is uitgestroomd | hinausfließen | floss hinaus [hinausfloss] -- ist hinausgeflossen |
[alte Rechtschreibung:]
hinausfließen | floß hinaus [hinausfloß] -- ist hinausgeflossen |
uitstromen | stroomde uit [uitstroomde] -- is uitgestroomd | hinausströmen | strömte hinaus [hinausströmte] -- ist hinausgeströmt |
binnenstromen | stroomde binnen [binnenstroomde] -- heeft/is binnengestroomd | hineinströmen | strömte hinein [heineinströmte] -- ist hineingeströmt |
neerstromen | stroomde neer [neerstroomde] -- is neergestroomd | hinunterfließen | floss hinunter [hinunterfloss] -- ist hinuntergeflossen |
[alte Rechtschreibung:]
hinunterfließen | floß hinunter [hinunterfloß] -- ist hinuntergeflossen |
neerstromen | stroomde neer [neerstroomde] -- is neergestroomd | hinunterströmen | strömte hinunter [hinunterströmte] -- ist hinuntergeströmt |
uitstromen | stroomde uit [uitstroomde] -- is uitgestroomd | [uitmonden] münden | mündete -- hat gemündet |
nastromen | stroomde na [nastroomde] -- heeft/is nagestroomd | nachfließen | floss nach [nachfloss] -- ist nachgeflossen |
[alte Rechtschreibung:]
nachfließen | floß nach [nachfloß] -- ist nachgeflossen |
nastromen | stroomde na [nastroomde] -- heeft/is nagestroomd | nachströmen | strömte nach [nachströmte] -- ist nachgeströmt |
neerstromen | stroomde neer [neerstroomde] -- is neergestroomd | niederströmen | strömte nieder [niederströmte] -- ist niedergeströmt |
uitstromen | stroomde uit [uitstroomde] -- is uitgestroomd | rausfließen | floss raus [rausfloss] -- ist rausgeflossen |
[alte Rechtschreibung:]
rausfließen | floß raus [rausfloß] -- ist rausgeflossen | [umgangssprachlich]
uitstromen | stroomde uit [uitstroomde] -- is uitgestroomd | rausströmen | strömte raus [rausströmte] -- ist rausgeströmt | [umgangssprachlich]
binnenstromen | stroomde binnen [binnenstroomde] -- heeft/is binnengestroomd | reinströmen | strömte rein [reinströmte] -- ist reingeströmt | [umgangssprachlich]
neerstromen | stroomde neer [neerstroomde] -- is neergestroomd | runterfließen | floss runter [runterfloss] -- ist runtergeflossen |
[alte Rechtschreibung:]
runterfließen | floß runter [runterfloß] -- ist runtergeflossen | [umgangssprachlich]
neerstromen | stroomde neer [neerstroomde] -- is neergestroomd | runterströmen | strömte runter [runterströmte] -- ist runtergeströmt | [umgangssprachlich]
stromen | stroomde -- heeft/is gestroomd | strömen | strömte -- ist geströmt |
wegstromen | stroomde weg [wegstroomde] -- is weggestroomd | wegfließen | floss weg [wegfloss] -- ist weggeflossen |
[alte Rechtschreibung:]
wegfließen | floß weg [wegfloß] -- ist weggeflossen |
wegstromen | stroomde weg [wegstroomde] -- is weggestroomd | wegströmen | strömte weg [wegströmte] -- ist weggeströmt |
terugstromen | stroomde terug [terugstroomde] -- is teruggestroomd | zurückfließen | floss zurück [zurückfloss] -- ist zurückgeflossen |
[alte Rechtschreibung:]
zurückfließen | floß zurück [zurückfloß] -- ist zurückgeflossen |
terugstromen | stroomde terug [terugstroomde] -- is teruggestroomd | zurückfluten | flutete zurück [zurückflutete] -- ist zurückgeflutet |
terugstromen | stroomde terug [terugstroomde] -- is teruggestroomd | zurücklaufen | lief zurück [zurücklief] -- ist zurückgelaufen |
terugstromen | stroomde terug [terugstroomde] -- is teruggestroomd | zurückströmen | strömte zurück [zurückströmte] -- ist zurückgeströmt |
samenstromen | stroomde samen [samenstroomde] -- is samengestroomd | zusammenfließen | floss zusammen [zusammenfloss] -- ist zusammengeflossen |
[alte Rechtschreibung:]
zusammenfließen | floß zusammen [zusammenfloß] -- ist zusammengeflossen |
samenstromen | stroomde samen [samenstroomde] -- is samengestroomd | zusammenströmen | strömte zusammen [zusammenströmte] -- ist zusammengeströmt |
toestromen | stroomde toe [toestroomde] -- is toegestroomd | zuströmen | strömte zu [zuströmte] -- ist zugeströmt |
onderstromen | stroomde onder [onderstroomde] -- is ondergestroomd | überschwemmt werden
volstromen | stroomde vol [volstroomde] -- heeft/is volgestroomd | sich bevölkern | bevölkerte sich [sich bevölkerte] -- hat sich bevölkert |
uitstromen | stroomde uit [uitstroomde] -- is uitgestroomd | [uitmonden] sich ergießen | ergoss sich [sich ergoss] -- hat sich ergossen |
[alte Rechtschreibung:]
sich ergießen | ergoß sich [sich ergoß] -- hat sich ergossen | [in]
volstromen | stroomde vol [volstroomde] -- heeft/is volgestroomd | sich füllen | füllte sich [sich füllte] -- hat sich gefüllt |
volstromen | stroomde vol [volstroomde] -- heeft/is volgestroomd | voll laufen | lief voll [voll lief] -- ist voll gelaufen |
[alte Rechtschreibung:]
vollaufen | lief voll [vollief] -- ist vollgelaufen |
Redewendungen
De hele stad stroomde uit. Die ganze Stadt war auf den Beinen.
Beispiele
Regenwater stroomde langs de ruit naar beneden. Regenwasser rann die Scheibe hinunter.
Wähle den Eintrag durch Anklicken/Berühren aus.
Hinweise übermittelt – Anzahl: