stoten | stootte -- heeft gestoten | [alternatief:] stoten | stiet -- heeft gestoten |
|
abstoßen | stieß ab [abstieß] -- hat abgestoßen | [Bienen aus dem Korb zur Honigernte]
|
|
|
afstoten | stootte af [afstootte] -- heeft afgestoten | [alternatief:] afstoten | stiet af [afstiet] -- heeft afgestoten |
|
abstoßen | stieß ab [abstieß] -- hat abgestoßen | [auch medizinisch]
|
|
|
aanstoten | stootte aan [aanstootte] -- heeft aangestoten | [alternatief:] aanstoten | stiet aan [aanstiet] -- heeft aangestoten |
|
anstoßen | stieß an [anstieß] -- hat angestoßen |
|
|
|
uitstoten | stootte uit [uitstootte] -- heeft uitgestoten | [alternatief:] uitstoten | stiet uit [uitstiet] -- heeft uitgestoten |
|
auspuffen | puffte aus [auspuffte] -- hat ausgepufft | [z.B. Motor]
|
|
|
uitstoten | stootte uit [uitstootte] -- heeft uitgestoten | [alternatief:] uitstoten | stiet uit [uitstiet] -- heeft uitgestoten |
|
ausschlagen | schlug aus [ausschlug] -- hat ausgeschlagen | [z.B. eine Scheibe]
|
|
|
uitstoten | stootte uit [uitstootte] -- heeft uitgestoten | [alternatief:] uitstoten | stiet uit [uitstiet] -- heeft uitgestoten |
|
ausschließen | schloss aus [ausschloss] -- hat ausgeschlossen | [alte Rechtschreibung:] ausschließen | schloß aus [auschloß] -- hat ausgeschlossen |
|
|
|
uitstoten | stootte uit [uitstootte] -- heeft uitgestoten | [alternatief:] uitstoten | stiet uit [uitstiet] -- heeft uitgestoten |
|
ausstoßen | stieß aus [ausstieß] -- hat ausgestoßen |
|
|
|
misstoten | stootte mis [misstootte] -- heeft misgestoten | [alternatief:] misstoten | stiet mis [misstiet] -- heeft misgestoten |
|
danebenstoßen | stieß daneben [danebenstieß] -- hat danebengestoßen |
|
|
|
doorstoten | stootte door [doorstootte] -- hat doorgestoten | [alternatief:] doorstoten | stiet door [doorstiet] -- hat doorgestoten |
|
durchstoßen | durchstieß -- ist durchgestoßen |
|
|
|
doorstoten | stootte door [doorstootte] -- hat doorgestoten | [alternatief:] doorstoten | stiet door [doorstiet] -- hat doorgestoten |
|
durchstoßen | stieß durch [durchstieß] -- hat durchgestoßen |
|
|
|
instoten | stootte in [instootte] -- heeft ingestoot | [alternatief:] instoten | stiet in [instiet] -- heeft ingestoot |
|
einstoßen | stieß ein [einstieß] -- hat eingestoßen |
|
|
|
neerstoten | stootte neer [neerstootte] -- heeft neergestoten | [alternatief:] neerstoten | stiet neer [neerstiet] -- heeft neergestoten | [doden]
|
erstechen | erstach -- hat erstochen |
|
|
|
uitstoten | stootte uit [uitstootte] -- heeft uitgestoten | [alternatief:] uitstoten | stiet uit [uitstiet] -- heeft uitgestoten |
|
exorzieren | exorzierte -- hat exorziert |
|
|
|
uitstoten | stootte uit [uitstootte] -- heeft uitgestoten | [alternatief:] uitstoten | stiet uit [uitstiet] -- heeft uitgestoten |
|
exorzisieren | exorzisierte -- hat exorzisiert |
|
|
|
misstoten | stootte mis [misstootte] -- heeft misgestoten | [alternatief:] misstoten | stiet mis [misstiet] -- heeft misgestoten |
|
fehlstoßen | stieß fehl [fehlstieß] -- hat fehlgestoßen |
|
|
|
neerstoten | stootte neer [neerstootte] -- heeft neergestoten | [alternatief:] neerstoten | stiet neer [neerstiet] -- heeft neergestoten |
|
herabstoßen | stieß herab [herabstieß] -- hat herabgestoßen |
|
|
|
uitstoten | stootte uit [uitstootte] -- heeft uitgestoten | [alternatief:] uitstoten | stiet uit [uitstiet] -- heeft uitgestoten |
|
herausschlagen | schlug heraus [herausschlug] -- hat herausgeschlagen | [z.B. eine Scheibe]
|
|
|
instoten | stootte in [instootte] -- heeft ingestoot | [alternatief:] instoten | stiet in [instiet] -- heeft ingestoot |
|
hereinstoßen | stieß herein [hereinstieß] -- hat hereingestoßen |
|
|
|
neerstoten | stootte neer [neerstootte] -- heeft neergestoten | [alternatief:] neerstoten | stiet neer [neerstiet] -- heeft neergestoten |
|
herunterstoßen | stieß herunter [herunterstieß] -- hat heruntergestoßen |
|
|
|
uitstoten | stootte uit [uitstootte] -- heeft uitgestoten | [alternatief:] uitstoten | stiet uit [uitstiet] -- heeft uitgestoten |
|
hervorstoßen | stieß hervor [hervorstieß] -- hat hervorgestoßen | [Seufzer / Schrei]
|
|
|
neerstoten | stootte neer [neerstootte] -- heeft neergestoten | [alternatief:] neerstoten | stiet neer [neerstiet] -- heeft neergestoten |
|
hinabstoßen | stieß hinab [hinabstieß] -- hat hinabgestoßen |
|
|
|
uitstoten | stootte uit [uitstootte] -- heeft uitgestoten | [alternatief:] uitstoten | stiet uit [uitstiet] -- heeft uitgestoten |
|
hinausschlagen | schlug hinaus [hinausschlug] -- hat hinausgeschlagen | [z.B. eine Scheibe]
|
|
|
instoten | stootte in [instootte] -- heeft ingestoot | [alternatief:] instoten | stiet in [instiet] -- heeft ingestoot |
|
hineinstoßen | stieß hinein [hineinstieß] -- hat hineingestoßen |
|
|
|
neerstoten | stootte neer [neerstootte] -- heeft neergestoten | [alternatief:] neerstoten | stiet neer [neerstiet] -- heeft neergestoten |
|
hinunterstoßen | stieß hinunter [hinunterstieß] -- hat hinuntergestoßen |
|
|
|
neerstoten | stootte neer [neerstootte] -- heeft neergestoten | [alternatief:] neerstoten | stiet neer [neerstiet] -- heeft neergestoten |
|
niederstoßen | stieß nieder [niederstieß] -- hat niedergestoßen |
|
|
|
uitstoten | stootte uit [uitstootte] -- heeft uitgestoten | [alternatief:] uitstoten | stiet uit [uitstiet] -- heeft uitgestoten |
|
rausschlagen | schlug raus [rausschlug] -- hat rausgeschlagen | [umgangssprachlich] [z.B. eine Scheibe]
|
|
|
instoten | stootte in [instootte] -- heeft ingestoot | [alternatief:] instoten | stiet in [instiet] -- heeft ingestoot |
|
reinstoßen | stieß rein [reinstieß] -- hat reingestoßen | [umgangssprachlich]
|
|
|
neerstoten | stootte neer [neerstootte] -- heeft neergestoten | [alternatief:] neerstoten | stiet neer [neerstiet] -- heeft neergestoten |
|
runterstoßen | stieß runter [runterstieß] -- hat runtergestoßen | [umgangssprachlich]
|
|
|
stoten | stootte -- heeft gestoten | [alternatief:] stoten | stiet -- heeft gestoten |
|
stoßen | stieß -- ist gestoßen |
|
|
|
omstoten | stootte om [omstootte] -- heeft omgestoten | [alternatief:] omstoten | stiet om [omstiet] -- heeft omgestoten |
|
umstoßen | stieß um [umstieß] -- hat umgestoßen |
|
|
|
afstoten | stootte af [afstootte] -- heeft afgestoten | [alternatief:] afstoten | stiet af [afstiet] -- heeft afgestoten |
|
verkaufen | verkaufte -- hat verkauft |
|
|
|
doorstoten | stootte door [doorstootte] -- hat doorgestoten | [alternatief:] doorstoten | stiet door [doorstiet] -- hat doorgestoten |
|
vordringen | drang vor [vordrang] -- ist vorgedrungen |
|
|
|
doorstoten | stootte door [doorstootte] -- hat doorgestoten | [alternatief:] doorstoten | stiet door [doorstiet] -- hat doorgestoten | [leger]
|
vorrücken | rückte vor [vorrückte] -- ist vorgerückt |
|
|
|
doorstoten | stootte door [doorstootte] -- hat doorgestoten | [alternatief:] doorstoten | stiet door [doorstiet] -- hat doorgestoten | [leger]
|
vorstoßen | stieß vor [vorstieß] -- ist vorgestoßen |
|
|
|
voorstoten | stootte voor [voorstoote] -- heeft voorgestoten | [alternatief:] voorstoten | stiet voor [voorstiet] -- heeft voorgestoten |
|
vorstoßen | stieß vor [vorstieß] -- ist vorgestoßen |
|
|
|
afstoten | stootte af [afstootte] -- heeft afgestoten | [alternatief:] afstoten | stiet af [afstiet] -- heeft afgestoten |
|
zurückstoßen | stieß zurück [zurückstieß] -- hat zurückgestoßen |
|
|
|
uitstoten | stootte uit [uitstootte] -- heeft uitgestoten | [alternatief:] uitstoten | stiet uit [uitstiet] -- heeft uitgestoten |
|
ächten | ächtete -- hat geächtet |
|
|
|
neerstoten | stootte neer [neerstootte] -- heeft neergestoten | [alternatief:] neerstoten | stiet neer [neerstiet] -- heeft neergestoten |
|
zu Boden stoßen
|
|
|