Übersetzungen für 'abholen'

Für 'abholen' wurden 15 Übersetzung(en) gefunden:

Nederlands Deutsch
Direkte Treffer
ophalen | haalde op [ophaalde] -- heeft opgehaald | abholen | holte ab [abholte] -- hat abgeholt |
wegnemen | nam weg [wegnam] -- heeft weggenomen | abholen | holte ab [abholte] -- hat abgeholt |
afhalen | haalde af [afhaalde] -- heeft afgehaald | [halen] abholen | holte ab [abholte] -- hat abgeholt | [holen]
op te halen [ophalen] abzuholen [abholen]
weg te nemen [wegnemen] abzuholen [abholen]
Zusammensetzungen
de afhaal- en bezorgpizza die Abhol- und Lieferpizza
de kinderen van school halen die Kinder aus der Schule abholen
iemand van de trein afhalen jemanden vom Bahnhof abholen
iemand van de trein halen jemanden vom Bahnhof abholen
Redewendungen
zijn hoofd neerleggen vom Sensenmann abholen lassen
Beispiele
Het pakket zal ik later bij de buren afhalen. Das Paket werde ich später beim Nachbarn abholen.
Het pakket werd gisteren bij het pakketpunt afgehaald. Das Paket wurde gestern an der Packstation abgeholt.
Hij haalde haar stipt om middernacht op. Er holte sie pünktlich um Mitternacht ab.
U komt uw goederen bij ons afhalen. Kommen Sie und holen Sie Ihre Ware bei uns ab.
Waar moet ik wezen om mijn pas af te halen? Wo muss ich hin, um meinen Reisepass abzuholen?
[alte Rechtschreibung:]
Wo muß ich hin, um meinen Reisepaß abzuholen?
Wähle den Eintrag durch Anklicken/Berühren aus.
Hinweise übermittelt – Anzahl: