Vertalingen voor 'haalde'

Voor 'haalde' werden 142 vertaling(en) gevonden:

Nederlands Deutsch
Direkte Treffer
afhalen | haalde af [afhaalde] -- heeft afgehaald | [halen] abheben | hob ab [abhob] -- hat abgehoben [p] [Geld]
ophalen | haalde op [ophaalde] -- heeft opgehaald | abholen | holte ab [abholte] -- hat abgeholt |
afhalen | haalde af [afhaalde] -- heeft afgehaald | [halen] abholen | holte ab [abholte] -- hat abgeholt | [holen]
afhalen | haalde af [afhaalde] -- heeft afgehaald | [halen] abisolieren | isolierte ab [abisolierte] -- hat abisoliert |
afhalen | haalde af [afhaalde] -- heeft afgehaald | [halen] abnehmen | nahm ab [abnahm] -- hat abgenommen |
neerhalen | haalde neer [neerhaalde] -- heeft neergehaald | abreißen | riss ab [abriss] -- hat abgerissen |
[alte Rechtschreibung:]
abreißen | riß ab [abriß] -- hat abgerissen |
neerhalen | haalde neer [neerhaalde] -- heeft neergehaald | abschießen | schoss ab [abschoss] -- hat abgeschossen |
[alte Rechtschreibung:]
abschießen | schoß ab [abschoß] -- hat abgeschossen |
afhalen | haalde af [afhaalde] -- heeft afgehaald | [halen] abziehen | zog ab [abzog] -- hat abgezogen | [Tapete]
aanhalen | haalde aan [aanhaalde] -- heeft aangehaald | anführen | führte an [anführte] -- hat angeführt | [Worte]
aanhalen | haalde aan [aanhaalde] -- heeft aangehaald | anlocken | lockte an [anlockte] -- hat angelockt |
uithalen | haalde uit [uithaalde] -- heeft uitgehaald | anstellen | stellte an [anstellte] -- hat angestellt |
aanhalen | haalde aan [aanhaalde] -- heeft aangehaald | [vaster maken] anziehen | zog an [anzog] -- hat angezogen |
aanhalen | haalde aan [aanhaalde] -- heeft aangehaald | aprostrophieren | aprostrophierte -- hat aprostrophiert |
ademhalen | haalde adem [ademhaalde] -- heeft ademgehaald | atmen | atmete -- hat geatmet |
ophalen | haalde op [ophaalde] -- heeft opgehaald | auffrischen | frischte auf [auffrischte] -- hat aufgefrischt | [Kenntnisse]
inhalen | haalde in [inhaalde] -- heeft ingehaald | aufholen | holte auf [aufholte] -- hat aufholt | [Rückstand]
ophalen | haalde op [ophaalde] -- heeft opgehaald | aufnehmen | nahm auf [aufnahm] -- hat aufgenomen [Laufmasche]
ophalen | haalde op [ophaalde] -- heeft opgehaald | aufrühren | rührte auf [aufrührte] -- hat aufgerührt | [alte Geschichte]
ophalen | haalde op [ophaalde] -- heeft opgehaald | aufsammeln | sammelte auf [aufsammelte] -- hat aufgesammelt |
ophalen | haalde op [ophaalde] -- heeft opgehaald | aufziehen | zog auf [aufzog] -- hat aufgezogen |
omhooghalen | haalde omhoog [omhooghaalde] -- heeft omhooggehaald | aufziehen | zog auf [aufzog] -- hat aufgezogen | [hochziehen]
uithalen | haalde uit [uithaalde] -- heeft uitgehaald | ausholen | holte aus [ausholte] -- hat ausgeholt |
uithalen | haalde uit [uithaalde] -- heeft uitgehaald | ausnehmen | nahm aus [ausnahm] -- hat ausgenommen | [Nest]
leeghalen | haalde leeg [leeghaalde] -- heeft leeggehaald | ausräumen | räumte aus [ausräumte] -- hat ausgeräumt |
uithalen | haalde uit [uithaalde] -- heeft uitgehaald | ausscheren | scherte aus [ausscherte] -- hat ausgeschert | [Auto]
overhalen | haalde over [overhaalde] -- heeft overgehaald | [overreden] bekaspern | bekasperte -- hat bekaspert |
overhalen | haalde over [overhaalde] -- heeft overgehaald | [overreden] bequatschen | bequatschte -- hat bequatscht |
overhalen | haalde over [overhaalde] -- heeft overgehaald | [overreden] bereden | beredete -- hat beredet |
aanhalen | haalde aan [aanhaalde] -- heeft aangehaald | beschlagnahmen | beschlagnahmte -- hat beschlagnahmt | [juristisch]
overhalen | haalde over [overhaalde] -- heeft overgehaald | [overreden] beschnackeln | beschnackelte -- hat beschnackelt |
overhalen | haalde over [overhaalde] -- heeft overgehaald | [overreden] beschwatzen / beschwätzen | beschwatzte / beschwätzte -- hat beschwatzt / hat beschwätzt |
overhalen | haalde over [overhaalde] -- heeft overgehaald | [scheikunde] destillieren | destillierte -- hat destilliert |
overhalen | haalde over [overhaalde] -- heeft overgehaald | [overtrekken] durchpausen | pauste durch [durchpauste] -- hat durchgepaust |
doorhalen | haalde door [doorhaalde] -- heeft doorgehaald | durchstreichen | strich durch [durchstrich] -- hat durchgestrichen |
overhalen | haalde over [overhaalde] -- heeft overgehaald | [overtrekken] durchzeichnen | zeichnete durch [durchzeichnete] -- hat durchgezeichnet |
binnenhalen | haalde binnen [binnenhaalde] -- heeft binnengehaald | [oogst] einbringen | brachte ein [einbrachte] -- hat eingebracht |
binnenhalen | haalde binnen [binnenhaalde] -- heeft binnengehaald | [oogst] einfahren | fuhr ein [einfuhr] -- hat eingefahren |
binnenhalen | haalde binnen [binnenhaalde] -- heeft binnengehaald | [winst] einheimsen | heimste ein [einheimste] -- hat eingeheimst |
inhalen | haalde in [inhaalde] -- heeft ingehaald | einholen | holte ein [einholte] -- hat eingeholt |
neerhalen | haalde neer [neerhaalde] -- heeft neergehaald | einholen | holte ein [einholte] -- hat eingeholt |
binnenhalen | haalde binnen [binnenhaalde] -- heeft binnengehaald | [vlag / netten] einholen | holte ein [einholte] -- hat eingeholt |
omhalen | haalde om [omhaalde] -- heeft omgehaald | [collecteren] einsammeln | sammelte ein [einsammelte] -- hat eingesammelt |
ophalen | haalde op [ophaalde] -- heeft opgehaald | einsammeln | sammelte ein [einsammelte] -- hat eingesammelt | [Geld]
weghalen | haalde weg [weghaalde] -- heeft weggehaald | entfernen | entfernte -- hat entfernt | [medizinisch]
halen | haalde -- heeft gehaald | erreichen | erreichte -- hat erreicht |
halen | haalde -- heeft gehaald | erringen | erringte -- hat erringt |
afhalen | haalde af [afhaalde] -- heeft afgehaald | [halen] erwarten | erwartete -- hat erwartet |
halen | haalde -- heeft gehaald | erwerben | erwarb -- hat erworben | [Diplom]
halen | haalde -- heeft gehaald | erwischen | erwischte -- hat erwischt |
uithalen | haalde uit [uithaalde] -- heeft uitgehaald | fruchten | fruchtete -- hat gefruchtet |
afhalen | haalde af [afhaalde] -- heeft afgehaald | [halen] harren | harrte -- hat geharrt |
thuishalen | haalde thuis [thuishaalde] -- heeft thuisgehaald | heimholen | holte heim [heimholte] -- hat heimgeholt |
bijhalen | haalde bij [bijhaalde] -- heeft bijgehaald | heranholen | holte heran [heranholte] -- hat herangeholt |
omhooghalen | haalde omhoog [omhooghaalde] -- heeft omhooggehaald | heraufholen | holte herauf [heraufholte] -- hat heraufgeholt|
omhooghalen | haalde omhoog [omhooghaalde] -- heeft omhooggehaald | heraufziehen | zog herauf [heraufzog] -- hat heraufgezogen |
halen | haalde -- heeft gehaald | herausschaffen | schaffte heraus [herausschaffte] -- hat herausgeschafft | [Bus / Bahn]
uithalen | haalde uit [uithaalde] -- heeft uitgehaald | herausziehen | zog heraus [herauszog] -- hat herausgezogen |
inhalen | haalde in [inhaalde] -- heeft ingehaald | hereinholen | holte herein [hereinholte] -- hat hereingeholt |
binnenhalen | haalde binnen [binnenhaalde] -- heeft binnengehaald | [naar binnen brengen] hereinholen | holte herein [hereinholte] -- hat hereingeholt |
ophalen | haalde op [ophaalde] -- heeft opgehaald | herholen | holte her [herholte] -- hat hergeholt |
neerhalen | haalde neer [neerhaalde] -- heeft neergehaald | herunterholen | holte herunter [herunterholte] -- hat heruntergeholt |
neerhalen | haalde neer [neerhaalde] -- heeft neergehaald | [iemand onbillijk bekritiseren] heruntermachen | machte herunter [heruntermachte] -- hat heruntergemacht |
neerhalen | haalde neer [neerhaalde] -- heeft neergehaald | [iemand onbillijk bekritiseren] herunterputzen | putzte herunter [herunterputzte] -- hat heruntergeputzt |
overhalen | haalde over [overhaalde] -- heeft overgehaald | [met pontje] herüberholen | holte herüber [herüberholte] -- hat herübergeholt |
omhooghalen | haalde omhoog [omhooghaalde] -- heeft omhooggehaald | hinaufholen | holte hinauf [hinaufholte] -- hat hinaufgeholt|
omhooghalen | haalde omhoog [omhooghaalde] -- heeft omhooggehaald | hinaufziehen | zog hinauf [hinaufzog] -- hat hinaufgezogen |
doorhalen | haalde door [doorhaalde] -- heeft doorgehaald | hindurchziehen | zog hindurch [hindurchzog] -- ist hindurchgezogen |
binnenhalen | haalde binnen [binnenhaalde] -- heeft binnengehaald | [naar binnen brengen] hineinholen | holte hinein [hineinholte] -- hat hineingeholt |
neerhalen | haalde neer [neerhaalde] -- heeft neergehaald | hinunterholen | holte hinunter [hinunterholte] -- hat hinuntergeholt |
overhalen | haalde over [overhaalde] -- heeft overgehaald | [met pontje] hinüberholen | holte hinüber [hinüberholte] -- hat hinübergeholt |
ophalen | haalde op [ophaalde] -- heeft opgehaald | hochziehen | zog hoch [hochzog] -- hat hochgezogen |
omhooghalen | haalde omhoog [omhooghaalde] -- heeft omhooggehaald | hochziehen | zog hoch [hochzog] -- hat hochgezogen |
halen | haalde -- heeft gehaald | holen | holte -- hat geholt |
leeghalen | haalde leeg [leeghaalde] -- heeft leeggehaald | leeren | leerte -- hat geleert |
leeghalen | haalde leeg [leeghaalde] -- heeft leeggehaald | leerräumen | räumte leer [leerräumte] -- hat leergeräumt |
aanhalen | haalde aan [aanhaalde] -- heeft aangehaald | liebkosen | liebkoste -- hat liebkost |
afhalen | haalde af [afhaalde] -- heeft afgehaald | [halen] mitnehmen | nahm mit [mitnahm] -- hat mitgenommen |
weghalen | haalde weg [weghaalde] -- heeft weggehaald | mitnehmen | nahm mit [mitnahm] -- hat mitgenommen |
inhalen | haalde in [inhaalde] -- heeft ingehaald | nachholen | holte nach [nachholte] -- hat nachholt | [Versäumtes]
inhalen | haalde in [inhaalde] -- heeft ingehaald | nachlernen | lernte nach [nachlernte] -- hat nachgelernt |
neerhalen | haalde neer [neerhaalde] -- heeft neergehaald | niederholen | holte nieder [niederholte] -- hat niedergeholt |
neerhalen | haalde neer [neerhaalde] -- heeft neergehaald | [iemand onbillijk bekritiseren] niedermachen | machte nieder [niedermachte] -- hat niedergemacht |
omhalen | haalde om [omhaalde] -- heeft omgehaald | [omvertrekken] niederreißen | riss nieder [niederriss] -- hat niedergerissen |
[alte Rechtschreibung:]
niederreißen | riß nieder [niederriß] -- hat niedergerissen |
neerhalen | haalde neer [neerhaalde] -- heeft neergehaald | niederreißen | riss nieder [niederriss] -- hat niedergerissen |
[alte Rechtschreibung:]
niederreißen | riß nieder [niederriß] -- hat niedergerissen |
omverhalen | haalde omver [omverhaalde] -- heeft omvergehaald | niederreißen | riss nieder [niederriss] -- hat niedergerissen |
[alte Rechtschreibung:]
niederreißen | riß nieder [niederriß] -- hat niedergerissen |
neerhalen | haalde neer [neerhaalde] -- heeft neergehaald | niederschießen | schoss nieder [niederschoss] -- hat niedergeschossen |
[alte Rechtschreibung:]
niederschießen | schoß nieder [niederschoß] -- hat niedergeschossen |
bijhalen | haalde bij [bijhaalde] -- heeft bijgehaald | ranholen | holte ran [ranholte] -- hat rangeholt |
omhooghalen | haalde omhoog [omhooghaalde] -- heeft omhooggehaald | raufholen | holte rauf [raufholte] -- hat raufgeholt| [umgangssprachlich]
omhooghalen | haalde omhoog [omhooghaalde] -- heeft omhooggehaald | raufziehen | zog rauf [raufzog] -- hat raufgezogen | [umgangssprachlich]
inhalen | haalde in [inhaalde] -- heeft ingehaald | reinholen | holte rein [reinholte] -- hat reingeholt | [umgangssprachlich]
binnenhalen | haalde binnen [binnenhaalde] -- heeft binnengehaald | [naar binnen brengen] reinholen | holte rein [reinholte] -- hat reingeholt | [umgangssprachlich]
neerhalen | haalde neer [neerhaalde] -- heeft neergehaald | runterholen | holte runter [runterholte] -- hat runtergeholt | [umgangssprachlich]
neerhalen | haalde neer [neerhaalde] -- heeft neergehaald | [iemand onbillijk bekritiseren] runtermachen | machte runter [runtermachte] -- hat runtergemacht | [umgangssprachlich]
neerhalen | haalde neer [neerhaalde] -- heeft neergehaald | [iemand onbillijk bekritiseren] runterputzen | putzte runter [runterputzte] -- hat runtergeputzt | [umgangssprachlich]
overhalen | haalde over [overhaalde] -- heeft overgehaald | [met pontje] rüberholen | holte rüber [rüberholte] -- hat rübergeholt |
ophalen | haalde op [ophaalde] -- heeft opgehaald | rückholen | holte rück [rückholte] -- hat rückgeholt |
halen | haalde -- heeft gehaald | schaffen | schaffte -- hat geschafft | [Bus / Bahn / herausschaffen]
aanhalen | haalde aan [aanhaalde] -- heeft aangehaald | schmeicheln | schmeichelte -- hat geschmeichelt |
aanhalen | haalde aan [aanhaalde] -- heeft aangehaald | schmusen | schmuste -- hat geschmust | [mit jemandem]
overhalen | haalde over [overhaalde] -- heeft overgehaald | [wapen] spannen | spannte -- hat gespannt |
doorhalen | haalde door [doorhaalde] -- heeft doorgehaald | streichen | strich -- hat gestrichen |
uithalen | haalde uit [uithaalde] -- heeft uitgehaald | tun | tat -- hat getan |
overhalen | haalde over [overhaalde] -- heeft overgehaald | [omzetten] umlegen | legte um [umlegte] -- hat umgelegt |
onderuithalen | haalde onderuit [onderuithaalde] -- heeft onderuitgehaald |
[foutief:]
onderuit halen
umnieten | nietete um [umnietete] -- hat umgenietet |
omhalen | haalde om [omhaalde] -- heeft omgehaald | [omvertrekken] umreißen | riss um [umriss] -- hat umgerissen |
[alte Rechtschreibung:]
umreißen | riß um [umriß] -- hat umgerissen |
omverhalen | haalde omver [omverhaalde] -- heeft omvergehaald | umreißen | riss um [umriss] -- hat umgerissen |
[alte Rechtschreibung:]
umreißen | riß um [umriß] -- hat umgerissen |
overhalen | haalde over [overhaalde] -- heeft overgehaald | [omzetten] umstellen | stellte um [umstellte] -- hat umgestellt |
omhalen | haalde om [omhaalde] -- heeft omgehaald | [omvertrekken] umstürzen | stürzte um [umstürzte] -- hat umgestürzt |
onderuithalen | haalde onderuit [onderuithaalde] -- heeft onderuitgehaald |
[foutief:]
onderuit halen
umsäbeln | säbelte um [umsäbelte] -- hat umgesäbelt |
onderuithalen | haalde onderuit [onderuithaalde] -- heeft onderuitgehaald |
[foutief:]
onderuit halen
umwerfen | warf um [umwarf] -- hat umgeworfen |
afhalen | haalde af [afhaalde] -- heeft afgehaald | [halen] warten | wartete -- hat gewartet |
afhalen | haalde af [afhaalde] -- heeft afgehaald | [halen] wegholen | holte weg [wegholte] -- hat weggeholt |
weghalen | haalde weg [weghaalde] -- heeft weggehaald | wegholen | holte weg [wegholte] -- hat weggeholt |
weghalen | haalde weg [weghaalde] -- heeft weggehaald | wegmachen | machte weg [wegmachte] -- hat weggemacht | [medizinisch]
omhalen | haalde om [omhaalde] -- heeft omgehaald | [een schip] wenden | wendete -- hat gewendet |
[alternativ:]
wenden | wandte -- hat gewandt |
overhalen | haalde over [overhaalde] -- heeft overgehaald | [bel] ziehen | zog -- hat gezogen |
aanhalen | haalde aan [aanhaalde] -- heeft aangehaald | zitieren | zitierte -- hat zitiert | [Worte]
terughalen | haalde terug [terughaalde] -- heeft teruggehaald | zurückholen | holte zurück [zurückholte] -- hat zurückgeholt |
terughalen | haalde terug [terughaalde] -- heeft teruggehaald | [terugtrekken] zurückziehen | zog zurück [zurückzog] -- hat zurückgezogen |
aanhalen | haalde aan [aanhaalde] -- heeft aangehaald | [vaster maken] zuziehen | zog zu [zuzog] -- hat zugezogen |
toehalen | haalde toe [toehaalde] -- heeft toegehaald | zuziehen | zog zu [zuzog] -- hat zugezogen |
overhalen | haalde over [overhaalde] -- heeft overgehaald | [met pontje] überholen | holte über [überholte] -- hat übergeholt |
inhalen | haalde in [inhaalde] -- heeft ingehaald | überholen | überholte -- hat überholt | [Verkehr]
overhalen | haalde over [overhaalde] -- heeft overgehaald | [overreden] überreden | überredete -- hat überredet |
ademhalen | haalde adem [ademhaalde] -- heeft ademgehaald | Atem holen
overhoophalen | haalde overhoop [overhoophaalde] -- heeft overhoopgehaald | [door elkaar haspelen] durcheinander bringen | brachte durcheinander [durcheinander brachte] -- hat durcheinander gebracht |
[alte Rechtschreibung:]
durcheinanderbringen | brachte durcheinander [durcheinanderbrachte] -- hat durcheinandergebracht |
overhoophalen | haalde overhoop [overhoophaalde] -- heeft overhoopgehaald | [door elkaar gooien] durcheinander werfen | warf durcheinander [durcheinander warf] -- hat durcheinander geworfen |
[alte Rechtschreibung:]
durcheinanderwerfen | warf durcheinander [durcheinanderwarf] -- hat durcheinandergeworfen |
omverhalen | haalde omver [omverhaalde] -- heeft omvergehaald | durcheinander werfen | warf durcheinander [durcheinander warf] -- hat durcheinander geworfen |
[alte Rechtschreibung:]
durcheinanderwerfen | warf durcheinander [durcheinanderwarf] -- hat durcheinandergeworfen |
omhalen | haalde om [omhaalde] -- heeft omgehaald | [voetbal] einen Rückzieher machen
thuishalen | haalde thuis [thuishaalde] -- heeft thuisgehaald | nach Hause holen
[alternativ:]
nach Haus holen
[alternativ österreichisch / schweizerisch:]
nachhause holen
omhooghalen | haalde omhoog [omhooghaalde] -- heeft omhooggehaald | nach oben holen
terughalen | haalde terug [terughaalde] -- heeft teruggehaald | [ophalen] sich erinnern | erinnerte sich [sich erinnerte] -- hat sich erinnert |
terughalen | haalde terug [terughaalde] -- heeft teruggehaald | [ophalen] sich etwas ins Gedächtnis rufen
ophalen | haalde op [ophaalde] -- heeft opgehaald | wieder aufrühren | rührte wieder auf [wieder aufrührte] -- hat wieder aufgerührt | [alte Geschichte]
overhoophalen | haalde overhoop [overhoophaalde] -- heeft overhoopgehaald | auf den Kopf stellen
Zusammensetzungen
afhalen van | haalde van ... af [van ... afhaalde] -- heeft van ... afgehaald | [halen] abmontieren | montierte ab [abmontierte] -- hat abmontiert |
het halen | haalde het -- heeft het gehaald | durchkommen | kam durch [durchkam] -- ist durchgekommen |
afhalen van | haalde van ... af [van ... afhaalde] -- heeft van ... afgehaald | [halen] abmachen von | machte von ... ab [von ... abmachte] -- hat von ... abgemacht |
het halen | haalde het -- heeft het gehaald | es schaffen | schaffte es -- hat es geschafft |
afhalen van | haalde van ... af [van ... afhaalde] -- heeft van ... afgehaald | [halen] lösen von | löste von [von ... löste] -- hat von ... gelöst |
niets uithalen | haalde niets uit [niets uithaalde] -- heeft niets uitgehaald | nichts nützen | nützte nichts [nichts nützte] -- hat nichts genützt |
Redewendungen
neerhalen | haalde neer [neerhaalde] -- heeft neergehaald | auf die schiefe Bahn bringen
Wähle den Eintrag durch Anklicken/Berühren aus.
Hinweise übermittelt – Anzahl:

Ähnliche Wörter

Nederlands

  1. haalde op

Deutsch