Übersetzungen für 'anziehen'

Für 'anziehen' wurden 36 Übersetzung(en) gefunden:

Nederlands Deutsch
Direkte Treffer
aantrekken | trok aan [aantrok] -- heeft aangetrokken | anziehen | zog an [anzog] -- hat angezogen |
aankleden | kleedde aan [aankleedde] -- heeft/is aangekleed | anziehen | zog an [anzog] -- hat angezogen |
aanhalen | haalde aan [aanhaalde] -- heeft aangehaald | [vaster maken] anziehen | zog an [anzog] -- hat angezogen |
aandoen | deed aan [aandeed] -- heeft aangedaan | anziehen | zog an [anzog] -- hat angezogen | [Kleidung]
omhooggaan | ging omhoog [omhoogging] -- is omhooggegaan | anziehen | zog an [anzog] -- hat angezogen | [Preisen]
aandraaien | draaide aan [aandraaide] -- heeft aangedraaid | anziehen | zog an [anzog] -- hat angezogen | [Schraube]
aanschroeven | schroefde aan [aanschroefde] -- heeft aangeschroefd | anziehen | zog an [anzog] -- hat angezogen | [eine Schraube]
vastdraaien | draaide vast [vastdraaide] -- heeft vastgedraaid | anziehen | zog an [anzog] -- hat angezogen | [z.B. Schrauben]
de aanhaling [f] | de aanhalingen [p] das Anziehen
Zusammensetzungen
moeren vastdraaien of losdraaien Muttern anziehen oder lösen
schoeien | schoeide -- heeft geschoeid | Schuhe anziehen [p]
de spurt aantrekken den Sprint anziehen
de spurt aantrekken den Spurt anziehen
zijn benen intrekken [p] [gestrekt liggend] die Beine anziehen [p]
de handrem aantrekken die Handbremse anziehen
de schoenen aantrekken die Schuhe anziehen
een schroef vaster aandraaien eine Schraube fester anziehen
iets warms aantrekken etwas Warmes anziehen
vastschroeven | schroefde vast [vastschroefde] -- heeft vastgeschroefd | fest anziehen
vast te schroeven [vastschroeven] fest anzuziehen [fest anziehen]
schoon ondergoed aantrekken saubere Unterwäsche anziehen
[alternativ:]
saubre Unterwäsche anziehen
zijn oude kloffie aandoen seine alten Klamotten anziehen
zich aankleden | kleedde zich aan [zich aankleedde] -- heeft/is zich aangekleed | sich anziehen | zog sich an [sich anzog] -- hat sich angezogen |
zich chic aankleden sich chic anziehen / sich schick anziehen
Redewendungen
Laat haters haten en praters praten. Den Schuh musst du dir nicht anziehen.
[alte Rechtschreibung:]
Den Schuh mußt du dir nicht anziehen.
Wat hij daarin ziet. Was ihn wohl daran anzieht?
de teugels aanhalen [p] die Zügel anziehen [p]
de teugels straf houden [p] die Zügel straff anziehen [p]
zijn paasbeste kleren aantrekken [p] seine Sonntagskleider anziehen [p]
Wie de schoen past, trekke hem aan. sich die Jacke anziehen
iets aan zijn schoenen lappen sich nicht die Jacke anziehen
Sprichwörter
Tegenpolen trekken elkaar aan. Gegensätze ziehen sich an.
Beispiele
De Keukenhof is een bekend bloemenpark ten noordwesten van Lisse. Het trekt jaarlijks ongeveer 800.000 bezoekers vanuit de hele wereld. [Wikipedia] Der Keukenhof in den Niederlanden ist ein bekannter Blumenmarkt im Nordwesten des Dorfes Lisse. Er zieht jährlich etwa 800.000 Besucher aus aller Welt an.
Ik mis online gaming en er kwamen niet veel spellen uit die me echt aantrokken. Ich vermisse Online-Spiele, und es kamen nicht viele Spiele heraus, die mich echt anzogen.
Kunt u antwoord geven op de vraag wat uw kind het liefst draagt, waar uw kind overdag is, wie z'n schoolvriendjes zijn , of wat uw kind graag doet in het weekeind? Können Sie eine Antwort auf die Frage geben, was Ihr Kind am liebsten anzieht, wo sich Ihr Kind tagsüber aufhält, wer seine Schulfreunde sind oder was Ihr Kind gern am Wochenende macht?
Belangrijke criteria voor de schoolvaardigheid van een kind zijn zelfstandigheid (aankleden en uitkleden), concentratievermogen, sociale competentie, fijne motoriek en doorzettingsvermogen. Wichtige Kriterien für die Schulfähigkeit eines Kindes sind Selbstständigkeit (anziehen und ausziehen), Konzentrationsfähigkeit, soziale Kompetenz, Feinmotorik und Ausdauer.
Wähle den Eintrag durch Anklicken/Berühren aus.
Hinweise übermittelt – Anzahl:

Ähnliche Wörter