Vertalingen voor 'nam'

Voor 'nam' werden 126 vertaling(en) gevonden:

Nederlands Deutsch
Direkte Treffer
afnemen | nam af [afnam] -- is afgenomen | abflauen | flaute ab [abflaute] -- ist abgeflaut |
opnemen | nam op [opnam] -- heeft opgenomen | abheben | hob ab [abhob] -- hat abgehoben | [Geld]
afnemen | nam af [afnam] -- is afgenomen | abheben | hob ab [abhob] -- hat abgehoben | [Karte]
wegnemen | nam weg [wegnam] -- heeft weggenomen | abholen | holte ab [abholte] -- hat abgeholt |
afnemen | nam af [afnam] -- is afgenomen | abklingen | klang ab [abklang] -- ist abgeklungen |
opnemen | nam op [opnam] -- heeft opgenomen | ablesen | las ab [ablas] -- hat abgelesen | [Temperatur]
afnemen | nam af [afnam] -- is afgenomen | abmachen | machte ab [abmachte] -- hat abgemacht |
afnemen | nam af [afnam] -- is afgenomen | abnehmen | nahm ab [abnahm] -- hat abgenommen |
wegnemen | nam weg [wegnam] -- heeft weggenomen | abnehmen | nahm ab [abnahm] -- hat abgenommen |
innemen | nam in [innam] -- heeft ingenomen | abnähen | nähte ab [abnähte] -- abgenäht |
wegnemen | nam weg [wegnam] -- heeft weggenomen | abräumen | räumte ab [abräumte] -- hat abgeräumt |
opnemen | nam op [opnam] -- heeft opgenomen | abstoppen | stoppte ab [abstoppte] -- hat abgestoppt | [Zeit]
aannemen | nam aan [aannam] -- heeft aangenomen | adoptieren | adoptierte -- hat adoptiert | [Kind]
beetnemen | nam beet [beetnam] -- heeft beetgenomen | anfassen | fasste an [anfasste] -- hat angefasst |
[alte Rechtschreibung:]
anfassen | faßte an [anfaßte] -- hat angefaßt |
beetnemen | nam beet [beetnam] -- heeft beetgenomen | anführen | führte an [anführte] -- hat angeführt | [hereinlegen]
aannemen | nam aan [aannam] -- heeft aangenomen | annehmen | nahm an [annahm] -- hat angenommen |
gevangennemen | nam gevangen [gevangennam] -- heeft gevangengenomen | arretieren | arretierte -- hat arretiert |
opnemen | nam op [opnam] -- heeft opgenomen | aufnehmen | nahm auf [aufnahm] -- hat aufgenommen |
opnemen | nam op [opnam] -- heeft opgenomen | aufwischen | wischte auf [aufwischte] -- hat aufgewischt |
opnemen | nam op [opnam] -- heeft opgenomen | aufzeichnen | zeichnete auf [aufzeichnete] -- hat aufgezeichnet | [Film / Ton]
uitnemen | nam uit [uitnam] -- heeft uitgenomen | ausnehmen | nahm aus [ausnahm] -- hat ausgenommen |
voornemen | nam voor [voornam] -- heeft voorgenomen | beabsichtigen | beabsichtigte -- hat beabsichtigt |
beetnemen | nam beet [beetnam] -- heeft beetgenomen | belämmern | belämmerte -- ist belämmert |
[alte Rechtschreibung:]
belemmern | belemmerte -- ist belemmert |
waarnemen | nam waar [waarnam] – heeft waargenomen | beobachten | beobachtete -- hat beobachtet |
beetnemen | nam beet [beetnam] -- heeft beetgenomen | beschwindeln | beschwindelte -- hat beschwindelt |
wegnemen | nam weg [wegnam] -- heeft weggenomen | beseitigen | beseitigte -- hat beseitigt |
afnemen | nam af [afnam] -- is afgenomen | beziehen | bezog -- hat bezogen | [Ware]
doornemen | nam door [doornam] -- heeft doorgenomen | durchgehen | ging durch [durchging] -- ist durchgegangen |
doornemen | nam door [doornam] -- heeft doorgenomen | durchhecheln | hechtelte durch [durchhechelte] -- hat durchgehechelt | [Thema]
doornemen | nam door [doornam] -- heeft doorgenomen | durchkauen | kaute durch [durchkaute] -- hat durchgekaut | [Thema]
doornemen | nam door [doornam] -- heeft doorgenomen | durchnehmen | nahm durch [durchnahm] -- hat durchgenommen | [Thema]
doornemen | nam door [doornam] -- heeft doorgenomen | durchnudeln | nudelte durch [durchnudelte] -- hat durchgenudelt | [Thema]
innemen | nam in [innam] -- heeft ingenomen | einbehalten | behielt ein [einbehielt] -- hat einbehalten | [den Führerschein / Ausweis]
innemen | nam in [innam] -- heeft ingenomen | einnehmen | nahm ein [einnahm] -- hat eingenommen |
aannemen | nam aan [aannam] -- heeft aangenomen | einnehmen | nahm ein [einnahm] -- hat eingenommen | [Haltung]
gevangennemen | nam gevangen [gevangennam] -- heeft gevangengenomen | einsperren | sperrte ein [einsperrte] -- hat eingesperrt |
aannemen | nam aan [aannam] -- heeft aangenomen | einstellen | stellte ein [einstellte] -- hat eingestellt | [Personal]
aannemen | nam aan [aannam] -- heeft aangenomen | entgegennehmen | nahm entgegen [entgegennahm] -- hat entgegengenommen |
wegnemen | nam weg [wegnam] -- heeft weggenomen | entnehmen | entnahm -- hat entnommen |
afnemen | nam af [afnam] -- is afgenomen | entnehmen | entnahm -- hat entnommen |
overnemen | nam over [overnam] -- heeft overgenomen | [uit] entnehmen | entnahm -- hat entnommen | [einem Buch]
wegnemen | nam weg [wegnahm] -- heeft weggenomen | entziehen | entzog -- hat entzogen |
waarnemen | nam waar [waarnam] – heeft waargenomen | erfüllen | erfüllte -- hat erfüllt | [Pflichten]
wegnemen | nam weg [wegnam] -- heeft weggenomen | ergreifen | ergriff -- hat ergriffen |
nemen | nam -- heeft genomen | ergreifen | ergriff -- hat ergriffen | [Wort / Maßnahme]
toenemen | nam toe [toenam] -- is toegenomen | expandieren | expandierte -- hat expandiert |
beetnemen | nam beet [beetnam] -- heeft beetgenomen | fassen | fasste -- hat gefasst |
[alte Rechtschreibung:]
fassen | faßte -- hat gefaßt |
nemen | nam -- heeft genomen | fassen | fasste -- hat gefasst |
[alte Rechtschreibung:]
fassen | faßte -- hat gefaßt | [Beschluss]
gevangennemen | nam gevangen [gevangennam] -- heeft gevangengenomen | festnehmen | nahm fest [festnahm] -- hat festgenommen |
gevangennemen | nam gevangen [gevangennam] -- heeft gevangengenomen | festsetzen | setzte fest [festsetzte] -- hat festgesetzt |
wegnemen | nam weg [wegnam] -- heeft weggenomen | fortnehmen | nahm fort [fortnahm] -- hat fortgenommen |
beetnemen | nam beet [beetnam] -- heeft beetgenomen | hereinlegen | legte herein [hereinlegte] -- hat hereingelegt |
gevangennemen | nam gevangen [gevangennam] -- heeft gevangengenomen | inhaftieren | inhaftierte -- hat inhaftiert |
opnemen | nam op [opnam] -- heeft opgenomen | integrieren | integrierte -- hat integriert |
aannemen | nam aan [aannam] -- heeft aangenomen | konfirmieren | konfirmierte -- hat konfirmiert |
innemen | nam in [innam] -- heeft ingenomen | kürzen | kürzte -- hat gekürzt | [Kleidung]
afnemen | nam af [afnam] -- is afgenomen | lupfen | lupfte -- hat gelupft | [Hut]
nemen | nam -- heeft genomen | lösen | löste -- hat gelöst | [Fahrkarte]
afnemen | nam af [afnam] -- is afgenomen | lüpfen | lüpfte -- hat gelüpft | [Hut]
opnemen | nam op [opnam] -- heeft opgenomen | messen | maß -- hat gemessen | [Temperatur]
meenemen | nam mee [meenam] -- heeft meegenomen | mitnehmen | nahm mit [mitnahm] -- hat mitgenommen |
opnemen | nam op [opnam] -- heeft opgenomen | [op de band] mitschneiden | schnitt mit [mitschnitt] -- hat mitgeschnitten |
afnemen | nam af [afnam] -- is afgenomen | nachlassen | ließ nach [nachließ] -- hat nachgelassen |
nemen | nam -- heeft genomen | nehmen | nahm -- hat genommen |
waarnemen | nam waar [waarnam] – heeft waargenomen | nutzen | nutzte -- hat genutzt |
[alternativ:]
nützen | nützte -- hat genützt | [Gelegenheit]
voornemen | nam voor [voornam] -- heeft voorgenomen | planen | plante -- hat geplant |
meenemen | nam mee [meenam] -- heeft meegenomen | profitieren | profitierte -- hat profitiert |
opnemen | nam op [opnam] -- heeft opgenomen | raffen | raffte -- hat gerafft | [Rock]
uitnemen | nam uit [uitnam] -- heeft uitgenomen | schlachten | schlachtete -- hat geschlachtet |
opnemen | nam op [opnam] -- heeft opgenomen | schürzen | schürzte -- hat geschürzt | [Rock]
afnemen | nam af [afnam] -- is afgenomen | taillieren | taillierte -- hat tailliert | [Karten]
aannemen | nam aan [aannam] -- heeft aangenomen | verabschieden | verabschiedete -- hat verabschiedet | [Gesetz]
gevangennemen | nam gevangen [gevangennam] -- heeft gevangengenomen | verhaften | verhaftete -- hat verhaftet |
opnemen | nam op [opnam] -- heeft opgenomen | vermessen | vermaß -- hat vermessen |
waarnemen | nam waar [waarnam] – heeft waargenomen | versehen | versah -- hat versehen |
waarnemen | nam waar [waarnam] – heeft waargenomen | vertreten | vertrat -- hat vertreten | [Interessen]
aannemen | nam aan [aannam] -- heeft aangenomen | voraussetzen | setzte voraus [voraussetzte] -- hat vorausgesetzt |
voornemen | nam voor [voornam] -- heeft voorgenomen | vorhaben | hatte vor [vorhatte] -- hat vorgehabt | [haben]
toenemen | nam toe [toenam] -- is toegenomen | wachsen | wuchs -- ist gewachsen |
waarnemen | nam waar [waarnam] – heeft waargenomen | wahren | wahrte -- hat gewahrt | [Interessen]
waarnemen | nam waar [waarnam] – heeft waargenomen | wahrnehmen | nahm wahr [wahrnahm] – hat wahrgenommen |
wegnemen | nam weg [wegnam] -- heeft weggenomen | wegnehmen | nahm weg [wegnahm] -- hat weggenommen |
terugnemen | nam terug [terugnam] -- heeft teruggenomen | widerrufen | widerrief -- hat widerrufen |
doornemen | nam door [doornam] -- heeft doorgenomen | wiederholen | wiederholte -- hat wiederholt |
afnemen | nam af [afnam] -- is afgenomen | wischen | wischte -- hat gewischt | [Staub]
afnemen | nam af [afnam] -- is afgenomen | ziehen | zog -- hat gezogen | [Hut]
toenemen | nam toe [toenam] -- is toegenomen | zunehmen | nahm zu [zunahm] -- hat zugenommen |
terugnemen | nam terug [terugnam] -- heeft teruggenomen | zurücknehmen | nahm zurück [zurücknahm] -- hat zurückgenommen |
overnemen | nam over [overnam] -- heeft overgenomen | übernehmen | übernahm -- hat übernommen |
plaatsnemen | nam plaats [plaatsnam] -- heeft plaatsgenomen | Platz nehmen | nahm Platz [Platz nahm] -- hat Platz genommen |
toenemen | nam toe [toenam] -- is toegenomen | eine steigende Tendenz aufweisen
gevangennemen | nam gevangen [gevangennam] -- heeft gevangengenomen | gefangen nehmen | nahm gefangen [gefangen nahm] -- hat gefangen genommen |
[alte Rechtschreibung:]
gefangennehmen | nahm gefangen [gefangennahm] -- hat gefangengenommen |
innemen | nam in [innam] -- heeft ingenomen | kürzer machen [Kleidung]
afnemen | nam af [afnam] -- is afgenomen | sich mindern | minderte sich -- hat sich gemindert |
plaatsnemen | nam plaats [plaatsnam] -- heeft plaatsgenomen | sich setzen | setzte sich [sich setzte] -- hat sich gesetzt |
toenemen | nam toe [toenam] -- heeft toegenomen | sich verdichten | verdichtete sich [sich verdichtete] -- hat sich verdichtet |
voornemen | nam voor [voornam] -- heeft voorgenomen | sich vornehmen | nahm sich vor [sich vornahm] -- hat sich vorgenommen |
waarnemen | nam waar [waarnam] – heeft waargenomen | stellvertretend übernehmen
opnemen | nam op [opnam] -- heeft opgenomen | zu sich nehmen
Zusammensetzungen
scherp opnemen | nam scherp op [scherp opnam] -- heeft scherp opgenomen | beobachten | beobachtete -- hat beobachtet |
aandachtig opnemen | nam aandachtig op [aandachtig opnam] -- heeft aandachtig opgenomen | beobachten | beobachtete -- hat beobachtet |
in ontvangst nemen | nam in ontvangst [in ontvangst nam] -- heeft in ontvangst genomen | entgegennehmen | nahm entgegen [entgegennahm] -- hat entgegengenommen |
scherp opnemen | nam scherp op [scherp opnam] -- heeft scherp opgenomen | mustern | musterte -- hat gemustert |
aandachtig opnemen | nam aandachtig op [aandachtig opnam] -- heeft aandachtig opgenomen | mustern | musterte -- hat gemustert |
deelnemen in | nam deel in [in ... deelnaam] -- heeft in ... deelgenomen | Anteil nehmen an
deelnemen aan | nam deel aan [aan ... deelnaam] -- heeft aan ... deelgenomen | Anteil nehmen an
ik nam aan
jij nam aan
hij nam aan
wij namen aan
jullie namen aan
zij namen aan [aannemen]
ich nahm entgegen
du nahmst entgegen
er nahm entgegen
wir nahmen entgegen
ihr nahmt entgegen
sie nahmen entgegen [entgegennehmen]
ik nam
jij nam
hij nam
wij namen
jullie namen
zij namen [nemen]
ich nahm
du nahmst
er nahm
wir nahmen
ihr nahmt
sie nahmen [nehmen]
deelnemen in | nam deel in [in ... deelnam] -- heeft in ... deelgenomen | mitfühlen mit | fühlte mit ... mit [mit ... mitfühlte] -- hat mit ... mitgefühlt |
deelnemen aan | nam deel aan [aan ... deelnaam] -- heeft aan ... deelgenomen | sich beteiligen an | beteiligte sich an [sich an ... beteiligte] -- hat sich an ... beteiligt |
deelnemen in | nam deel in [in ... deelnaam] -- heeft in ... deelgenomen | sich beteiligen an | beteiligte sich an [sich an ... beteiligte] -- hat sich an ... beteiligt |
deelnemen aan | nam deel aan [aan ... deelnam] -- heeft aan ... deelgenomen | teilnehmen an | nahm an ... teil [an ... teilnahm] -- hat an ... teilgenommen |
deelnemen in | nam deel in [in ... deelnam] -- heeft in ... deelgenomen | teilnehmen an | nahm an ... teil [an ... teilnahm] -- hat an ... teilgenommen |
Redewendungen
beetnemen | nam beet [beetnam] -- heeft beetgenomen | zum Narren halten
Zitate
Treedt binnen, want ook hier zijn goden.
[Introite, nam et hic dii sunt.]
Tretet ein, denn auch hier sind Götter.
[Introite, nam et hic dii sunt.]
Beispiele
De koorts nam langzaam af. Das Fieber nahm langsam ab.
De storm nam nog in hevigheid toe. Der Sturm nahm noch an Stärke zu.
De golving nam toe. [van water] Der Wellengang nahm zu.
De golving nam toe. [van water] Der Wellengang wurde stärker.
Een slang kwam aangeslopen, en beet een man,
toen nam Wodan 9 roemtwijgen,
sloeg daarmee het serpent, zodat het in 9 (stukken) uiteenvloog.
Eine Schlange kam geschlichen und biss einen Mann,
da nahm Woden neun Ruhmeszweige,
schlug damit die Schlange, dass sie in neun (Teilen) auseinander flog. [Neunkräuterzauber, Vers 31-33]
Het worde licht. De duisternis verdween, het licht nam bezit van de duisternis. Es wurde hell. Die Finsternis verschwand, das Licht bemächtigte sich der Finsternis.
Ik herinner me hem als iemand die veel van het leven genoot, maar die ook zijn verantwoordelijkheid nam. Ich erinnere mich an ihn als jemand, der das Leben stark genoß, aber sich auch nicht um seine Verantwortung drückte.
Niemand nam deze opmerking serieus. Niemand nahm diese Anmerkung ernst.
Ze nam de uitdaging meteen aan. Sie nahm die Herausforderung sofort an.
Ze nam de melodie meteen op. Sie nahm die Melodie sofort auf.
Ze nam de taak onmiddellijk over. Sie übernahm die Aufgabe sofort.
Wähle den Eintrag durch Anklicken/Berühren aus.
Hinweise übermittelt – Anzahl:

Ähnliche Wörter