Vertalingen voor 'bouwde'

Voor 'bouwde' werden 40 vertaling(en) gevonden:

Nederlands Deutsch
Direkte Treffer
afbouwen | bouwde af [afbouwde] -- heeft afgebouwd | [verminderen] abbauen | baute ab [abbaute] -- hat abgebaut |
aanbouwen | bouwde aan [aanbouwde] -- heeft aangebouwd | anbauen | baute an [anbaute] -- hat angebaut |
bouwen | bouwde -- heeft gebouwd | [verbouwen] anbauen | baute an [anbaute] -- hat angebaut |
bijbouwen | bouwde bij [bijbouwde] -- heeft bijgebouwd | anbauen | baute an [anbaute] -- hat angebaut |
opbouwen | bouwde op [opbouwde] -- heeft opgebouwd | aufbauen | baute auf [aufbaute] -- hat aufgebaut |
uitbouwen | bouwde uit [uitbouwde] -- heeft uitgebouwd | ausbauen | baute aus [ausbaute] -- hat ausgebaut |
bouwen | bouwde -- heeft gebouwd | bauen | baute -- hat gebaut |
aanbouwen | bouwde aan [aanbouwde] -- heeft aangebouwd | bauen | baute -- hat gebaut |
bouwen | bouwde -- heeft gebouwd | [bouwland bewerken] bebauen | bebaute -- hat bebaut |
bouwen | bouwde -- heeft gebouwd | [bouwland bewerken] bestellen | bestellte -- hat bestellt |
inbouwen | bouwde in [inbouwde] -- heeft ingebouwd | einbauen | baute ein [einbaute] -- hat eingebaut |
bouwen | bouwde -- heeft gebouwd | erbauen | erbaute -- hat erbaut |
aanbouwen | bouwde aan [aanbouwde] -- heeft aangebouwd | erbauen | erbaute -- hat erbaut |
bouwen | bouwde -- heeft gebouwd | [oogsten] ernten | erntete -- hat geerntet |
bouwen | bouwde -- heeft gebouwd | erstellen | erstellte -- hat erstellt |
inbouwen | bouwde in [inbouwde] -- heeft ingebouwd | umbauen | baute um [umbaute] -- hat umgebaut |
ombouwen | bouwde om [ombouwde] -- heeft omgebouwd | umbauen | baute um [umbaute] -- hat umgebaut | [Maschine]
ombouwen | bouwde om [ombouwde] -- heeft omgebouwd | umrüsten | rüstete um [umrüstete] -- hat umgerüstet |
bouwen | bouwde -- heeft gebouwd | verbauen | verbaute -- hat verbaut |
dichtbouwen | bouwde dicht [dichtbouwde] -- heeft dichtgebouwd | verbauen | verbaute -- hat verbaut | [Aussicht / Gegend / Zugang]
volbouwen | bouwde vol [volbouwde] -- heeft volgebouwd | vollbauen | baute voll [vollbaute] -- hat vollgebaut |
volbouwen | bouwde vol [volbouwde] -- heeft volgebouwd | vollpflastern | pflasterte voll [vollpflasterte] -- hat vollgepflastert |
voortbouwen | bouwde voort [voortbouwde] -- heeft voortgebouwd | weiterbauen | baute weiter [weiterbaute] -- hat weitergebaut |
volbouwen | bouwde vol [volbouwde] -- heeft volgebouwd | zubauen | baute zu [zubaute] -- hat zugebaut |
volbouwen | bouwde vol [volbouwde] -- heeft volgebouwd | zupflastern | pflasterte zu [zupflasterte] -- hat zugepflastert |
overbouwen | bouwde over [overbouwde] -- heeft overgebouwd | [opnieuw bouwen] aufs Neue bauen
[alte Rechtschreibung:]
aufs neue bauen
overbouwen | bouwde over [overbouwde] -- heeft overgebouwd | [opnieuw ploegen] aufs Neue pflügen
[alte Rechtschreibung:]
aufs neue pflügen
afbouwen | bouwde af [afbouwde] -- heeft afgebouwd | [voltooien] den Bau fertig stellen
[alte Rechtschreibung:]
den Bau fertigstellen [eines Hauses]
afbouwen | bouwde af [afbouwde] -- heeft afgebouwd | [voltooien] den Bau vollenden
overbouwen | bouwde over [overbouwde] -- heeft overgebouwd | [opnieuw bouwen] erneut bauen
overbouwen | bouwde over [overbouwde] -- heeft overgebouwd | [opnieuw ploegen] erneut pflügen
afbouwen | bouwde af [afbouwde] -- heeft afgebouwd | [voltooien] fertig bauen | baute fertig [fertig baute] -- hat fertig gebaut |
[alte Rechtschreibung:]
fertigbauen | baute fertig [fertigbaute] -- hat fertiggebaut |
afbouwen | bouwde af [afbouwde] -- heeft afgebouwd | [voltooien] fertig stellen | stellte fertig [fertig stellte] -- hat fertig gestellt |
[alte Rechtschreibung:]
fertigstellen | stellte fertig [fertigstellte] -- hat fertiggestellt |
overbouwen | bouwde over [overbouwde] -- heeft overgebouwd | [opnieuw bouwen] noch einmal bauen
[alternativ:]
nochmals bauen
[alternativ:]
noch mal bauen
[umgangssprachlich:]
nochmal bauen
overbouwen | bouwde over [overbouwde] -- heeft overgebouwd | [opnieuw ploegen] noch einmal pflügen
[alternativ:]
nochmals pflügen
[alternativ:]
noch mal pflügen
[umgangssprachlich:]
nochmal pflügen
heropbouwen | bouwde herop [heropbouwde] -- heeft heropgebouwd | wieder aufbauen | baute wieder auf [wieder aufbaute] -- hat wieder aufgebaut |
[alternativ:]
wiederaufbauen | baute wieder auf [wiederaufbaute] -- hat wiederaufgebaut |
Zusammensetzungen
hoger bouwen | bouwde hoher -- heeft hoger gebouwd | aufstocken | stockte auf [aufstockte] -- hat aufgestockt | [Haus]
Beispiele
De professor bouwde een gemene valkuil in het tentamen in. Der Professor baute eine gemeine Stolperfalle in die Klausur ein.
Hij bouwde in zijn laatste jaren merkbaar af. Er baute in seinen letzten Jahren merklich ab.
Hij bouwde in zijn laatste levensjaren merkbaar af. Er baute in seinen letzten Lebensjahren spürbar ab.
Wähle den Eintrag durch Anklicken/Berühren aus.
Hinweise übermittelt – Anzahl:

Ähnliche Wörter

Nederlands

  1. bouwde af
  2. bouwdeel
  3. bouwdelen

Deutsch