Vertalingen voor 'voornaamwoord'

Voor 'voornaamwoord' werden 24 vertaling(en) gevonden:

Nederlands Deutsch
Direkte Treffer
het voornaamwoord | de voornaamwoorden [p] das Fürwort | die Fürwörter [p]
het voornaamwoord | de voornaamwoorden [p] das Pronomen | die Pronomen [p] / die Pronomina [p]
Zusammensetzungen
het aanwijzende voornaamwoord | de aanwijzende voornaamwoorden [p]
een aanwijzend voornaamwoord | aanwijzende voornaamwoorden [p]
das Demonstrativpronomen | die Demonstrativpronomen [p] / die Demonstrativpronomina [p]
ein Demonstrativpronomen | Demonstrativpronomen [p] / Demonstrativpronomina [p]
het bepalingaankondigend voornaamwoord | de bepalingaankondigend voornaamwoorden [p] das Determinativpronomen | die Determinativpronomen [p] / die Determinativpronomina [p] [z.B. dasjenige / dieselbe]
het vragende voornaamwoord | de vragende voornaamwoorden [p]
een vragend voornaamwoord | vragende voornaamwoorden [p]
das Fragefürwort | die Fragefürwörter [p]
ein Fragefürwort | Fragefürwörter [p]
het indefiniete pronomen
een indefiniet pronomen [onbepaald voornaamwoord]
das Indefinitpronomen / Indef.pron.
ein Indefinitpronomen [unbestimmtes Fürwort]
het onbepaalde voornaamwoord | de onbepaalde voornaamwoorden [p]
een onbepaald voornaamwoord | onbepaalde voornaamwoorden [p]
das Indefinitpronomen | die Indefinitpronomen [p] / die Indefinitpronomina [p]
ein Indefinitpronomen | Indefinitpronomen [p] / Indefinitpronomina [p]
het vragende voornaamwoord | de vragende voornaamwoorden [p]
een vragend voornaamwoord | vragende voornaamwoorden [p]
das Interrogativpronomen | die Interrogativpronomen [p] / die Interrogativpronomina [p]
het vragende voornaamwoord | de vragende voornaamwoorden [p]
een vragend voornaamwoord | vragende voornaamwoorden [p]
das Interrogativpronomen | die Interrogativpronomen [p] / die Interrogativpronomina [p]
ein Interrogativpronomen | Interrogativpronomen [p] / Interrogativpronomina [p]
het persoonlijke voornaamwoord | de persoonlijke voornaamwoorden [p]
een persoonlijk voornaamwoord | persoonlijke voornaamwoorden [p]
das Personalpronomen | die Personalpronomen [p] / die Personalpronomina [p]
ein Personalpronomen | Personalpronomen [p] / Personalpronomina [p] [er / wir]
het bezittelijke voornaamwoord | de bezittelijke voornaamwoorden [p]
een bezittelijk voornaamwoord | bezittelijke voornaamwoorden [p]
das Possessiv / das Possessivum | die Possessiva [p]
ein Possessiv / ein Possessivum | Possessiva [p]
het bezittelijke voornaamwoord | de bezittelijke voornaamwoorden [p]
een bezittelijk voornaamwoord | de bezittelijke voornaamwoorden [p]
das Possessivpronomen | die Possessivpronomen [p] / die Possessivpronomina [p]
ein Possessivpronomen | die Possessivpronomen [p] / die Possessivpronomina [p]
het wederkerende voornaamwoord | de wederkerende voornaamwoorden [p]
een wederkerend voornaamwoord | wederkerende voornaamwoorden [p]
das Reflexivpronomen | die Reflexivpronomen [p] / die Reflexivpronomina [p]
ein Reflexivpronomen | Reflexivpronomen [p] / Reflexivpronomina [p] [Grammatik]
het betrekkelijke voornaamwoord | de betrekkelijke voornaamwoorden [p]
betrekkelijk voornaamwoord | betrekkelijke voornaamwoorden [p]
das Relativpronomen | die Relativpronomen [p] / die Relativpronomina [p]
Relativpronomen | Relativpronomen [p] / Relativpronomina [p]
het bezittelijke voornaamwoord | de bezittelijke voornaamwoorden [p]
een bezittelijk voornaamwoord | de bezittelijke voornaamwoorden [p]
das besitzanzeigende Fürwort | die besitzanzeigenden Fürwörter [p]
ein besitzanzeigendes Fürwort | besitzanzeigende Fürwörter [p]
het betrekkelijke voornaamwoord | de betrekkelijke voornaamwoorden [p]
een betrekkelijk voornaamwoord | betrekkelijke voornaamwoorden [p]
das bezügliche Fürwort | die bezüglichen Fürwörter [p]
ein bezügliches Fürwort | bezügliche Fürwörter [p]
het vragende voornaamwoord | de vragende voornaamwoorden [p]
een vragend voornaamwoord | vragende voornaamwoorden [p]
das fragende Fürwort | die fragenden Fürwörter [p]
ein fragendes Fürwort | fragende Fürwörter [p]
het aanwijzende voornaamwoord | de aanwijzende voornaamwoorden [p]
een aanwijzend voornaamwoord | aanwijzende voornaamwoorden [p]
das hinweisende Fürwort | die hinweisenden Fürwörter [p]
ein hinweisendes Fürwort | hinweisende Fürwörter [p]
het persoonlijke voornaamwoord | de persoonlijke voornaamwoorden [p]
een persoonlijk voornaamwoord | persoonlijke voornaamwoorden [p]
das persönliche Fürwort | die persönlichen Fürwörter [p]
ein persönliches Fürwort | persönliche Fürwörter [p] [er / wir]
het wederkerige voornaamwoord
een wederkerig voornaamwoord
das reziproke Fürwort
ein reziprokes Fürwort
het wederkerende voornaamwoord | de wederkerende voornaamwoorden [p]
een wederkerend voornaamwoord | wederkerende voornaamwoorden [p]
das rückbezügliche Fürwort | die rückbezüglichen Fürwörter [p]
ein rückbezügliches Fürwort | rückbezügliche Fürwörter [p]
het onbepaalde voornaamwoord | de onbepaalde voornaamwoorden [p]
een onbepaald voornaamwoord | onbepaalde voornaamwoorden [p] [indefiniet pronomen]
das unbestimmte Fürwort | die unbestimmten Fürwörter [p]
ein unbestimmtes Fürwort | unbestimmte Fürwörter [p] [Indefinitpronomen]
Beispiele
Er bestaat een vrij groot aantal afleidingen op -lei en -hande, die als eerste element een telwoord, het woord 'geen' of een onbepaald voornaamwoord hebben. Voorbeelden zijn: enerlei -- enerhande | beiderlei -- beiderhande | tweeërlei -- tweeërhande | en d Es existieren [im Niederländischen] eine ziemlich große Anzahl Ableitungen auf -lei und -hande, denen als erstes Element ein Zahlwort, das Wort "geen" [kein] oder ein unbestimmtes Fürwort vorausgehen. Beispiele sind: enerlei -- enerhande [einerlei] | bei
Tot de onbepaalde hoofdtelwoorden rekent men onder meer alle, enige, sommige (deze worden ook wel onbepaalde voornaamwoorden genoemd), veel en weinig. Zu den unbestimmten Kardinalzahlen rechnet man unter anderem alle, einige, manche [diese werden auch unbestimmte Fürwörter genannt] sowie viel und wenig.
Wähle den Eintrag durch Anklicken/Berühren aus.
Hinweise übermittelt – Anzahl:

Ähnliche Wörter

Nederlands

  1. voornaamwoorden

Deutsch