|
het voornaamwoord | de voornaamwoorden [p]
|
das Fürwort | die Fürwörter [p]
|
|
|
|
het voornaamwoord | de voornaamwoorden [p]
|
das Pronomen | die Pronomen [p] / die Pronomina [p]
|
|
|
het aanwijzende voornaamwoord | de aanwijzende voornaamwoorden [p] een aanwijzend voornaamwoord | aanwijzende voornaamwoorden [p]
|
das Demonstrativpronomen | die Demonstrativpronomen [p] / die Demonstrativpronomina [p] ein Demonstrativpronomen | Demonstrativpronomen [p] / Demonstrativpronomina [p]
|
|
|
|
het bepalingaankondigend voornaamwoord | de bepalingaankondigend voornaamwoorden [p]
|
das Determinativpronomen | die Determinativpronomen [p] / die Determinativpronomina [p] [z.B. dasjenige / dieselbe]
|
|
|
het vragende voornaamwoord | de vragende voornaamwoorden [p] een vragend voornaamwoord | vragende voornaamwoorden [p]
|
das Fragefürwort | die Fragefürwörter [p] ein Fragefürwort | Fragefürwörter [p]
|
|
|
het indefiniete pronomen een indefiniet pronomen [onbepaald voornaamwoord]
|
das Indefinitpronomen / Indef.pron. ein Indefinitpronomen [unbestimmtes Fürwort]
|
|
|
het onbepaalde voornaamwoord | de onbepaalde voornaamwoorden [p] een onbepaald voornaamwoord | onbepaalde voornaamwoorden [p]
|
das Indefinitpronomen | die Indefinitpronomen [p] / die Indefinitpronomina [p] ein Indefinitpronomen | Indefinitpronomen [p] / Indefinitpronomina [p]
|
|
|
het vragende voornaamwoord | de vragende voornaamwoorden [p] een vragend voornaamwoord | vragende voornaamwoorden [p]
|
das Interrogativpronomen | die Interrogativpronomen [p] / die Interrogativpronomina [p]
|
|
|
het vragende voornaamwoord | de vragende voornaamwoorden [p] een vragend voornaamwoord | vragende voornaamwoorden [p]
|
das Interrogativpronomen | die Interrogativpronomen [p] / die Interrogativpronomina [p] ein Interrogativpronomen | Interrogativpronomen [p] / Interrogativpronomina [p]
|
|
|
het persoonlijke voornaamwoord | de persoonlijke voornaamwoorden [p] een persoonlijk voornaamwoord | persoonlijke voornaamwoorden [p]
|
das Personalpronomen | die Personalpronomen [p] / die Personalpronomina [p] ein Personalpronomen | Personalpronomen [p] / Personalpronomina [p] [er / wir]
|
|
|
het bezittelijke voornaamwoord | de bezittelijke voornaamwoorden [p] een bezittelijk voornaamwoord | bezittelijke voornaamwoorden [p]
|
das Possessiv / das Possessivum | die Possessiva [p] ein Possessiv / ein Possessivum | Possessiva [p]
|
|
|
het bezittelijke voornaamwoord | de bezittelijke voornaamwoorden [p] een bezittelijk voornaamwoord | de bezittelijke voornaamwoorden [p]
|
das Possessivpronomen | die Possessivpronomen [p] / die Possessivpronomina [p] ein Possessivpronomen | die Possessivpronomen [p] / die Possessivpronomina [p]
|
|
|
het wederkerende voornaamwoord | de wederkerende voornaamwoorden [p] een wederkerend voornaamwoord | wederkerende voornaamwoorden [p]
|
das Reflexivpronomen | die Reflexivpronomen [p] / die Reflexivpronomina [p] ein Reflexivpronomen | Reflexivpronomen [p] / Reflexivpronomina [p] [Grammatik]
|
|
|
het betrekkelijke voornaamwoord | de betrekkelijke voornaamwoorden [p] betrekkelijk voornaamwoord | betrekkelijke voornaamwoorden [p]
|
das Relativpronomen | die Relativpronomen [p] / die Relativpronomina [p] Relativpronomen | Relativpronomen [p] / Relativpronomina [p]
|
|
|
het bezittelijke voornaamwoord | de bezittelijke voornaamwoorden [p] een bezittelijk voornaamwoord | de bezittelijke voornaamwoorden [p]
|
das besitzanzeigende Fürwort | die besitzanzeigenden Fürwörter [p] ein besitzanzeigendes Fürwort | besitzanzeigende Fürwörter [p]
|
|
|
het betrekkelijke voornaamwoord | de betrekkelijke voornaamwoorden [p] een betrekkelijk voornaamwoord | betrekkelijke voornaamwoorden [p]
|
das bezügliche Fürwort | die bezüglichen Fürwörter [p] ein bezügliches Fürwort | bezügliche Fürwörter [p]
|
|
|
het vragende voornaamwoord | de vragende voornaamwoorden [p] een vragend voornaamwoord | vragende voornaamwoorden [p]
|
das fragende Fürwort | die fragenden Fürwörter [p] ein fragendes Fürwort | fragende Fürwörter [p]
|
|
|
het aanwijzende voornaamwoord | de aanwijzende voornaamwoorden [p] een aanwijzend voornaamwoord | aanwijzende voornaamwoorden [p]
|
das hinweisende Fürwort | die hinweisenden Fürwörter [p] ein hinweisendes Fürwort | hinweisende Fürwörter [p]
|
|
|
het persoonlijke voornaamwoord | de persoonlijke voornaamwoorden [p] een persoonlijk voornaamwoord | persoonlijke voornaamwoorden [p]
|
das persönliche Fürwort | die persönlichen Fürwörter [p] ein persönliches Fürwort | persönliche Fürwörter [p] [er / wir]
|
|
|
het wederkerige voornaamwoord een wederkerig voornaamwoord
|
das reziproke Fürwort ein reziprokes Fürwort
|
|
|
het wederkerende voornaamwoord | de wederkerende voornaamwoorden [p] een wederkerend voornaamwoord | wederkerende voornaamwoorden [p]
|
das rückbezügliche Fürwort | die rückbezüglichen Fürwörter [p] ein rückbezügliches Fürwort | rückbezügliche Fürwörter [p]
|
|
|
het onbepaalde voornaamwoord | de onbepaalde voornaamwoorden [p] een onbepaald voornaamwoord | onbepaalde voornaamwoorden [p] [indefiniet pronomen]
|
das unbestimmte Fürwort | die unbestimmten Fürwörter [p] ein unbestimmtes Fürwort | unbestimmte Fürwörter [p] [Indefinitpronomen]
|
|
|
|
Er bestaat een vrij groot aantal afleidingen op -lei en -hande, die als eerste element een telwoord, het woord 'geen' of een onbepaald voornaamwoord hebben. Voorbeelden zijn: enerlei -- enerhande | beiderlei -- beiderhande | tweeërlei -- tweeërhande | en d
|
Es existieren [im Niederländischen] eine ziemlich große Anzahl Ableitungen auf -lei und -hande, denen als erstes Element ein Zahlwort, das Wort "geen" [kein] oder ein unbestimmtes Fürwort vorausgehen. Beispiele sind: enerlei -- enerhande [einerlei] | bei
|
|
|
|
Tot de onbepaalde hoofdtelwoorden rekent men onder meer alle, enige, sommige (deze worden ook wel onbepaalde voornaamwoorden genoemd), veel en weinig.
|
Zu den unbestimmten Kardinalzahlen rechnet man unter anderem alle, einige, manche [diese werden auch unbestimmte Fürwörter genannt] sowie viel und wenig.
|
|
|