Vertalingen voor 'bespreken'

Voor 'bespreken' werden 19 vertaling(en) gevonden:

Nederlands Deutsch
Direkte Treffer
bespreken | besprak -- heeft besproken | bekaspern | bekasperte -- hat bekaspert | [besprechen]
bespreken | besprak -- heeft besproken | belegen | belegte -- hat belegt | [Platz]
bespreken | besprak -- heeft besproken | bereden | beredete -- hat beredet |
bespreken | besprak -- heeft besproken | besprechen | besprach -- hat besprochen |
bespreken | besprak -- heeft besproken | erörtern | erörterte -- hat erörtert |
bespreken | besprak -- heeft besproken | reservieren | reservierte -- hat reserviert |
bespreken | besprak -- heeft besproken | vorbestellen | bestellte vor [vorbestellte] -- hat vorbestellt | [bestellen]
Zusammensetzungen
het onderwerp van bespreken | de onderwerpen van bespreken [p] das Gesprächsthema | die Gesprächsthemen [p] / die Gesprächsthemata [p]
het onderwerp van bespreken der Gesprächsgegenstand
uitvoerig bespreken erörtern | erörterte -- hat erörtert |
het bespreken met de arts van iets die Abstimmung mit dem Arzt über etwas
ik besprak
jij besprak
hij besprak
wij bespraken
jullie bespraken
zij bespraken [bespreken]
ich besprach
du besprachst
er besprach
wir besprachen
ihr bespracht
sie besprachen [besprechen]
de geschiedenis bespreken sich mit der Vergangenheit auseinander setzen
[alte Rechtschreibung:]
sich mit der Vergangenheit auseinandersetzen
uitgenodigd zijn om een paar thema's te bespreken zur Themenbesprechung geladen sein
Beispiele
Dat hebben we vorige week al besproken. Das haben wir letzte Woche bereits besprochen.
De directeur besprak de cijfers met het team. Der Direktor besprach die Zahlen mit dem Team.
In de auto bespraken we wat we ervan vonden. Im Auto besprachen wir, was wir davon hielten.
Ze hebben de voor-en-tegens uitvoerig besproken. Sie haben die Für und Wider ausführlich besprochen.
We moeten dit morgen bespreken. Wir müssen das morgen besprechen.
Wähle den Eintrag durch Anklicken/Berühren aus.
Hinweise übermittelt – Anzahl:

Ähnliche Wörter

Nederlands

  1. besprak
  2. besproken
  3. bespraken

Deutsch