Übersetzungen für 'brennen'

Für 'brennen' wurden 38 Übersetzung(en) gefunden:

Nederlands Deutsch
Direkte Treffer
branden | brandde -- heeft gebrand | brennen | brannte -- hat gebrannt |
schrijnen | schrijnde -- heeft geschrijnd | brennen | brannte -- hat gebrannt |
blaken | blaakte -- heeft geblaakt | [gloeiende hitte afgeven] brennen | brannte -- hat gebrannt |
stoken | stookte -- heeft gestookt | [distilleren] brennen | brannte -- hat gebrannt | [Schnaps]
popelen | popelde -- heeft gepopeld | brennen | brannte -- hat gebrannt | [z.B. vor Ungeduld]
Zusammensetzungen
brandnetels prikkelen [p] Brennnesseln brennen [p]
[alte Rechtschreibung:]
Brennesseln brennen [p]
Er is brand! Es brennt!
Brand! [brand] Es brennt! [es brennt]
cokes stoken Koks brennen
brandewijn stoken Schnaps brennen
branden van | brandde van -- heeft van ... gebrand | brennen vor | brannte vor -- hat vor ... gebrannt |
een cd of DVD branden eine CD oder DVD brennen
een kaars aanhebben eine Kerze brennen lassen
in brand staan in Brand stehen
in brand staan in Flammen stehen
in lichterlaaie staan lichterloh brennen
moorden en branden sengen und brennen
blaken van liefde vor Liebe brennen
in geval van brand wenn's brennt
Redewendungen
Hij gaat door het behang. Bei ihm brennen die Lampen durch.
Dat brandt als een lier. Es brennt lichterloh.
Het brandt als een lier. Es brennt wie Zunder.
Zij brandt van verlangen. Sie brennt vor Verlangen.
in vlam staan brennen | brannte -- hat gebrannt | [auf etwas]
op het netvlies blijven hangen sich in die Netzhaut brennen
van nieuwsgierigheid branden vor Neugierde brennen / vor Neugier brennen
van ongeduld popelen vor Ungeduld brennen
Sprichwörter
Bemoei je niet met zaken die je niet aangaan. Was dich nicht brennt, blase nicht.
Beispiele
Het huis brandde de hele nacht. Das Haus brannte die ganze Nacht.
Het kampvuur moet de hele nacht branden. Das Lagerfeuer soll die ganze Nacht brennen.
De lamp zal volgens fabrieksspecificaties ca 50 uur branden. Die Birne soll laut Fabrikangaben ca. 50 Stunden brennen.
De lippen gloeien. Die Lippen brennen.
De zon brandde heet. Die Sonne brannte heiß.
De zon gloeit. Die Sonne brennt.
De zon blaakt. Die Sonne brennt.
De zon heeft op de huid gebrand. Die Sonne hat auf der Haut gebrannt.
De wond van de verwijdering schrijnde nog. Die Wunde der Entfremdung brannte noch.
Titel
Bezeten stad [Stephen King / Richard Bachman / John Swithen] Brennen muss Salem [Stephen King / Richard Bachman / John Swithen]
Wähle den Eintrag durch Anklicken/Berühren aus.
Hinweise übermittelt – Anzahl:

Ähnliche Wörter