Vertalingen voor 'aflopen'

Voor 'aflopen' werden 33 vertaling(en) gevonden:

Nederlands Deutsch
Direkte Treffer
aflopen | liep af [afliep] -- heeft/is afgelopen | abfallen | fiel ab [abfiel] -- ist abgefallen | [Straße]
aflopen | liep af [afliep] -- heeft/is afgelopen | abklappern | klapperte ab [abklapperte] -- hat abgeklappert |
aflopen | liep af [afliep] -- heeft/is afgelopen | ablaufen | lief ab [ablief] -- ist abgelaufen |
aflopen | liep af [afliep] -- heeft/is afgelopen | ausgehen | ging aus [ausging] -- ist ausgegangen |
aflopen | liep af [afliep] -- heeft/is afgelopen | auslaufen | lief aus [auslief] -- ist ausgelaufen | [Vertrag]
de afloop [m] | de aflopen [p] der Ablauf | die Abläufe [p]
aflopen | liep af [afliep] -- heeft/is afgelopen | enden | endete -- hat/ist geendet |
aflopen | liep af [afliep] -- heeft/is afgelopen | erlöschen | erlosch / erlöschte -- ist erloschen / ist erlöscht |
aflopen | liep af [afliep] -- heeft/is afgelopen | herunterlaufen | lief herunter [herunterlief] -- ist heruntergelaufen |
aflopen | liep af [afliep] -- heeft/is afgelopen | hinunterlaufen | lief hinunter [hinunterlief] -- ist hinuntergelaufen |
aflopen | liep af [afliep] -- heeft/is afgelopen | klingeln | klingelte -- hat geklingelt | [Wecker]
aflopen | liep af [afliep] -- heeft/is afgelopen | rappeln | rappelte -- hat gerappelt | [Wecker]
aflopen | liep af [afliep] -- heeft/is afgelopen | rasseln | rasselte -- hat gerasselt | [Wecker]
aflopen | liep af [afliep] -- heeft/is afgelopen | runterlaufen | lief runter [runterlief] -- ist runtergelaufen | [umgangssprachlich]
aflopen | liep af [afliep] -- heeft/is afgelopen | zu Ende gehen
aflopen | liep af [afliep] -- heeft/is afgelopen | zur Neige gehen
Zusammensetzungen
de afloop van de veiling | de aflopen van de veiling [p] das Auktionsende | die Auktionsenden [p]
het aflopen van de termijn der Fristablauf
aflopen op | liep op ... af [op ... afliep] -- heeft/is op ... afgelopen | zugehen auf | ging auf ... zu [auf ... zuging] -- ist auf ... zugegangen |
aflopen op | liep op ... af [op ... afliep] -- heeft/is op ... afgelopen | zulaufen auf | lief auf ... zu [auf ... zulief] -- ist auf ... zugelaufen |
alles aflopen sich die Hacken ablaufen
Redewendungen
de kantjes er van aflopen trödeln | trödelte -- hat getrödelt |
Daarmee was het afgelopen! Damit war Sense!
met een sisser aflopen im Sande verlaufen
op een sisser aflopen im Sande verlaufen
niet juist aflopen nicht mit rechten Dingen zugehen
Zitate
Als Rome gesproken heeft, is de zaak afgelopen. [Rom: der Papst]
[Roma locuta, causa finita.]
Rom hat gesprochen, der Fall ist beendet. [Rom: der Papst]
[Roma locuta, causa finita.]
Beispiele
'Dat loopt af als het Hornberger schieten', is een gevleugelde uitdrukking in het Duits. "Es geht aus wie das Hornberger Schießen" ist ein geflügeltes Wort im Deutschen.
Dat loopt faliekant af. Das geht schief.
Het is afgelopen met hem. Es ist zu Ende mit ihm.
Ze vermoedde dat de avond niet goed zou aflopen. Sie ahnte, dass der Abend nicht gut ausgehen würde.
Titel
Ach bot, je sprookje loopt slecht af Ach Butt, dein Märchen geht böse aus [Günter Grass]
Ach bot, je sprookje loopt slecht af : gedichten en grafiek Ach Butt, dein Märchen geht böse aus, Gedichte und Radierungen [Günter Grass]
Wähle den Eintrag durch Anklicken/Berühren aus.
Hinweise übermittelt – Anzahl:

Ähnliche Wörter

Nederlands

  1. aflopende
  2. aflopend

Deutsch