Vertalingen voor 'afgelopen'

Voor 'afgelopen' werden 44 vertaling(en) gevonden:

Nederlands Deutsch
Direkte Treffer
aflopen | liep af [afliep] -- heeft/is afgelopen | abfallen | fiel ab [abfiel] -- ist abgefallen | [Straße]
aflopen | liep af [afliep] -- heeft/is afgelopen | abklappern | klapperte ab [abklapperte] -- hat abgeklappert |
aflopen | liep af [afliep] -- heeft/is afgelopen | ablaufen | lief ab [ablief] -- ist abgelaufen |
aflopen | liep af [afliep] -- heeft/is afgelopen | ausgehen | ging aus [ausging] -- ist ausgegangen |
aflopen | liep af [afliep] -- heeft/is afgelopen | auslaufen | lief aus [auslief] -- ist ausgelaufen | [Vertrag]
aflopen | liep af [afliep] -- heeft/is afgelopen | enden | endete -- hat/ist geendet |
aflopen | liep af [afliep] -- heeft/is afgelopen | erlöschen | erlosch / erlöschte -- ist erloschen / ist erlöscht |
aflopen | liep af [afliep] -- heeft/is afgelopen | herunterlaufen | lief herunter [herunterlief] -- ist heruntergelaufen |
aflopen | liep af [afliep] -- heeft/is afgelopen | hinunterlaufen | lief hinunter [hinunterlief] -- ist hinuntergelaufen |
afgelopen jüngstvergangen
aflopen | liep af [afliep] -- heeft/is afgelopen | klingeln | klingelte -- hat geklingelt | [Wecker]
afgelopen letzt / letzte
aflopen | liep af [afliep] -- heeft/is afgelopen | rappeln | rappelte -- hat gerappelt | [Wecker]
aflopen | liep af [afliep] -- heeft/is afgelopen | rasseln | rasselte -- hat gerasselt | [Wecker]
aflopen | liep af [afliep] -- heeft/is afgelopen | runterlaufen | lief runter [runterlief] -- ist runtergelaufen | [umgangssprachlich]
afgelopen vergangen
afgelopen vorig
aflopen | liep af [afliep] -- heeft/is afgelopen | zu Ende gehen
aflopen | liep af [afliep] -- heeft/is afgelopen | zur Neige gehen
Zusammensetzungen
de afgelopen parkeermeter die abgelaufene Parkuhr
de afgelopen dagen in den letzten Tagen
de afgelopen weken in den letzten Wochen
in de afgelopen maanden in den vergangenen Monaten
het afgelopen jaar letztes Jahr / im letzten Jahr
het afgelopen weekeinde letztes Wochenende / am letzten Wochenende
het afgelopen jaar vergangenes Jahr / im vergangenen Jahr
aflopen op | liep op ... af [op ... afliep] -- heeft/is op ... afgelopen | zugehen auf | ging auf ... zu [auf ... zuging] -- ist auf ... zugegangen |
aflopen op | liep op ... af [op ... afliep] -- heeft/is op ... afgelopen | zulaufen auf | lief auf ... zu [auf ... zulief] -- ist auf ... zugelaufen |
Redewendungen
Daarmee was het afgelopen! Damit war Sense!
kinderen in een afgelopen reeks Kinder wie die Orgelpfeifen
Zitate
Als Rome gesproken heeft, is de zaak afgelopen. [Rom: der Papst]
[Roma locuta, causa finita.]
Rom hat gesprochen, der Fall ist beendet. [Rom: der Papst]
[Roma locuta, causa finita.]
Beispiele
Vanwege de aanhoudende regenval van de afgelopen dagen geeft het hoogwatercentrum elk uur een nieuwe waterstandsmeting uit voor de Rijn. Aufgrund der anhaltenden Regenfälle der letzten Tage gibt die Hochwasserzentrale stündlich eine neue Wasserstandsmeldung für den Rhein heraus.
Bankdiensten zijn de afgelopen jaren duurder geworden, terwijl het serviceniveau is gedaald. Bankleistungen sind in den letzten Jahren teurer geworden, während das Niveau vom Service gesunken ist.
Dat het de afgelopen honderd jaar waarschijnlijk een ietsiepietsie warmer is geworden, zou door onszelfvia de uitstoot van broeikasgas kooldioxidekomen. Dass es die letzten hundert Jahre wahrscheinlich ein piepkleines bisschen wärmer geworden ist, würde von uns selberdurch den Ausstoß des Treibhausgases Kohlendioxidkommen.
De prijs van rijst en tarwe is in het afgelopen jaar [2007] verdubbeld. Der Reis- und Weizenpreis hat sich im letzten Jahr [2007] verdoppelt.
De stress van de afgelopen maanden werd tijdens de vakantie langzaam weggewerkt. Der Stress der letzten Monate wurde im Urlaub langsam abgebaut.
Het oude station moest voor een nieuw flatgebouw wijken. De sloop begon afgelopen maandag. Der alte Bahnhof musste einem neuen Hochhaus weichen. Der Abriss begann letzten Montag.
Het aantal Nederlanders dat zich in België vestigt, is de afgelopen vijftien jaar verdubbeld. In 2006 woonden er 111 duizend landgenoten in België. [de Volkskrant 10 januari 2008] Die Anzahl Niederländer, die nach Belgien übersiedelt, hat sich in den vergangenen 15 Jahren verdoppelt. Im Jahre 2006 wohnten 111.000 Landsleute in Belgien.
De Europese Unie heeft afgelopen weekeinde de maximumnormen voor radioctiviteit in voedingswaren uit Japan verhoogd, omdat er officieel sprake is van een nucleair ongeval of noodsituatie. [zie visolie] [de Volkskrant, 31 maart 2011] Die EU hat am letzten Wochenende die Höchstwerte für Radioaktivität in Nahrungsmitteln aus Japan erhöht, weil offiziell die Rede von einem Atomunfall oder einer Notsituation ist.
Het overzicht van de rijstproductie in de afgelopen twintig jaar spreekt boekdelen. Die Übersicht über die Reisproduktion der vergangenen 20 Jahre spricht Bände.
Het is afgelopen. Es ist aus.
Het is afgelopen met hem. Es ist zu Ende mit ihm.
De afgelopen maanden was enkele keren het geval. In den vergangenen Monaten war das machesmal der Fall.
Hoe dat afgelopen is, vermeldt de geschiedenis niet. Wie das abgelaufen ist, darüber sagt die Geschichte nichts aus.
Wähle den Eintrag durch Anklicken/Berühren aus.
Hinweise übermittelt – Anzahl:

Ähnliche Wörter

Nederlands

  1. afplaggen

Deutsch