Vertalingen voor 'vertrekken'

Voor 'vertrekken' werden 37 vertaling(en) gevonden:

Nederlands Deutsch
Direkte Treffer
vertrekken | vertrok -- is vertrokken | abfahren | fuhr ab [abfuhr] -- ist abgefahren |
vertrekken | vertrok -- is vertrokken | abfliegen | flog ab [abflog] -- ist abgeflogen |
vertrekken | vertrok -- is vertrokken | abgehen | ging ab [abging] -- ist abgegangen |
vertrekken | vertrok -- is vertrokken | abrauschen | rauschte ab [abrauschte] -- ist abgerauscht |
vertrekken | vertrok -- is vertrokken | abreisen | reiste ab [abreiste] -- ist abgereist |
vertrekken | vertrok -- is vertrokken | abziehen | zog ab [abzog] -- ist abgezogen | [weggehen]
vertrekken | vertrok -- is vertrokken | aufbrechen | brach auf [aufbrach] -- ist aufgebrochen |
vertrekken | vertrok -- is vertrokken | ausziehen | zog aus [auszog] -- ist ausgezogen | [Hotelgast]
het vertrek | de vertrekken [p] das Gemach | die Gemächer [p]
het vertrek | de vertrekken [p] das Zimmer | die Zimmer [p]
het vertrek | de vertrekken [p] der Abzug | die Abzüge [p]
het vertrek | de vertrekken [p] der Raum | die Räume [p]
vertrekken | vertrok -- is vertrokken | fortfahren | fuhr fort [fortfuhr] -- ist fortgefahren |
vertrekken | vertrok -- is vertrokken | fortgehen | ging fort [fortging] -- ist fortgegangen |
vertrekken | vertrok -- is vertrokken | verzerren | verzerrte -- hat verzerrt |
vertrekken | vertrok -- is vertrokken | verziehen | verzog -- ist verzogen |
vertrekken | vertrok -- is vertrokken | weggehen | ging weg [wegging] -- ist weggegangen |
vertrekken | vertrok -- is vertrokken | das Zimmer räumen [Hotelgast]
Zusammensetzungen
49. De Binnenste Vertrekken [soera] Sure 49. Die Gemächer
een teken geven om te vertrekken ein Zeichen zum Aufbruch geben
op vertrekken staan im Begriff sein abzureisen
naar het vakantiekamp vertrekken ins Ferienlager fahren
geen spier vertrekken keine Miene verziehen
zich gereedmaken om te vertrekken sich zum Gehen anschicken
klaar om te vertrekken zur Abfahrt bereit
klaar om te vertrekken zur Abreise bereit
Redewendungen
met de noorderzon vertrekken sich verkrümeln | verkrümelte sich -- hat sich verkrümelt |
met pak en zak vertrekken mit Sack und Pack von dannen ziehen
zonder een spier te vertrekken ohne mit der Wimper zu zucken
met (de) stille trom vertrekken sang- und klanglos abziehen
vertrekken | vertrok -- is vertrokken | vom Hof reiten
Sprichwörter
Studeer je, ofwel vertrek je!
[Disce aut discede!]
Lerne oder troll dich!
[Disce aut discede!]
Studeer je, ofwel vertrek je! Studeer je, ofwel vertrek je!
[Disce aut discede!]
Schuffte oder verduffte!
[Disce aut discede!]
Beispiele
Bijtijds opgestaan, koffers gepakt, ontbeten, de parkeergarage afgerekend en vertrokken richting vliegveld. Beizeiten aufgestanden, die Koffer gepackt, gefrühstückt, das Parkhaus abgerechnet und abgereist Richtung Flughafen.
Eén/Een hunner vrienden is vertrokken. Einer ihrer Freunde ist abgefahren.
Wij vertrekken morgen. Wir fahren morgen.
We vertrekken vanuit het diepste punt in de vijver, om te eindigen in de vochtige randzone. Wir verlassen den tiefsten Punkt des Teichs, um in der feuchten Randzone zu enden.
Wähle den Eintrag durch Anklicken/Berühren aus.
Hinweise übermittelt – Anzahl:

Ähnliche Wörter