Vertalingen voor 'trapte'

Voor 'trapte' werden 49 vertaling(en) gevonden:

Nederlands Deutsch
Direkte Treffer
aftrappen | trapte af [aftrapte] -- heeft afgetrapt | ablatschen | latschte ab [ablatschte] -- hat abgelatscht |
aftrappen | trapte af [aftrapte] -- heeft afgetrapt | abtreten | trat ab [abtrat] -- ist abgetreten |
aftrappen | trapte af [aftrapte] -- heeft afgetrapt | anstoßen | stieß an [anstieß] -- hat angestoßen | [Sport]
mistrappen | trapte mis [mistrapte] -- heeft misgetrapt | danebentreten | trat daneben [danebentrat] -- ist danebengetreten |
wegtrappen | trapte weg [wegtrapte] -- is weggetrapt | [wegfietsen] davonradeln | radelte davon [davonradelte] -- ist davongeradelt |
doortrappen | trapte door [doortrapte] -- heeft doorgetrapt | [over zijn toeren zijn] [België] durchdrehen | drehte durch [durchdrehte] -- hat durchgedreht |
doortrappen | trapte door [doortrapte] -- heeft doorgetrapt | [van trappers] durchrutschen | rutschte durch [durchrutschte] -- ist durchgerutscht |
intrappen | trapte in [intrapte] -- heeft ingetrapt | eintreten | trat ein [eintrat] -- hat eingetreten |
mistrappen | trapte mis [mistrapte] -- heeft misgetrapt | fehltreten | trat fehl [fehltrat] -- ist fehlgetreten |
wegtrappen | trapte weg [wegtrapte] -- heeft/is weggetrapt | [verjagen] fortjagen | jagte fort [fortjagte] -- hat fortgejagt | [mit Fußtritten]
neertrappen | trapte neer [neertrapte] -- heeft neergetrapt | heruntertrampeln | trampelte herunter [heruntertrampelte] -- hat heruntergetrampelt |
aftrappen | trapte af [aftrapte] -- heeft afgetrapt | heruntertreten | trat herunter [heruntertrat] -- hat heruntergetreten |
neertrappen | trapte neer [neertrapte] -- heeft neergetrapt | heruntertreten | trat herunter [heruntertrat] -- hat heruntergetreten |
aftrappen | trapte af [aftrapte] -- heeft afgetrapt | hinuntertreten | trat hinunter [hinuntertrat] -- ist hinuntergetreten |
stuktrappen | trapte stuk [stuktrapte] -- heeft stukgetrapt | kaputttreten | trat kaputt [kaputttrat] -- hat kaputtgetreten |
[alternativ:]
kaputt treten | trat kaputt [kaputt trat] -- hat kaputtgetreten |
neertrappen | trapte neer [neertrapte] -- heeft neergetrapt | niedertrampeln | trampelte nieder [niedertrampelte] -- hat niedergetrampelt |
plattrappen | trapte plat [plattrapte] -- heeft platgetrapt | niedertreten | trat nieder [niedertrat] -- hat niedergetreten |
neertrappen | trapte neer [neertrapte] -- heeft neergetrapt | niedertreten | trat nieder [niedertrat] -- hat niedergetreten |
plattrappen | trapte plat [plattrapte] -- heeft platgetrapt | platttreten | trat platt [platttrat] -- hat plattgetreten |
[alternativ:]
platt treten | trat platt [platt trat] -- hat plattgetreten |
[alte Rechtschreibung:]
plattreten | trat platt [plattrat] -- hat plattgetreten |
trappen | trapte -- heeft/is getrapt | radeln | radelte -- ist geradelt |
neertrappen | trapte neer [neertrapte] -- heeft neergetrapt | runtertrampeln | trampelte runter [runtertrampelte] -- hat runtergetrampelt | [umgangssprachlich]
aftrappen | trapte af [aftrapte] -- heeft afgetrapt | runtertreten | trat runter [runtertrat] -- hat runtergetreten | [umgangssprachlich]
neertrappen | trapte neer [neertrapte] -- heeft neergetrapt | runtertreten | trat runter [runtertrat] -- hat runtergetreten | [umgangssprachlich]
doodtrappen | trapte dood [doodtrapte] -- heeft doodgetrapt | tottreten | trat tot [tottrat] -- hat totgetreten |
trappen | trapte -- heeft/is getrapt | treten | trat -- hat getreten |
omtrappen | trapte om [omtrapte] -- heeft omgetrapt | umtreten | trat um [umtrat] -- hat umgetreten |
wegtrappen | trapte weg [wegtrapte] -- heeft/is weggetrapt | [verjagen] wegjagen | jagte weg [wegjagte] -- hat weggejagt | [mit Fußtritten]
wegtrappen | trapte weg [wegtrapte] -- is weggetrapt | [wegfietsen] wegradeln | radelte weg [wegradelte] -- ist weggeradelt |
wegtrappen | trapte weg [wegtrapte] -- heeft/is weggetrapt | [wegschoppen] wegtreten | trat weg [wegtrat] -- ist weggetreten |
doortrappen | trapte door [doortrapte] -- heeft doorgetrapt | [per fiets verder rijden] weiterradeln | radelte weiter [weiterradelte] -- ist weitergeradelt |
doortrappen | trapte door [doortrapte] -- heeft doorgetrapt | [per fiets verder rijden] weiterstrampeln | strampelte weiter [weiterstrampelte] -- ist weitergestrampelt |
doortrappen | trapte door [doortrapte] -- heeft doorgetrapt | [doorgaan met trappen] weitertreten | trat weiter [weitertrat] -- hat weitergetreten |
terugtrappen | trapte terug [terugtrapte] -- heeft teruggetrapt | wiedertreten | trat wieder [wiedertrat] -- hat wiedergetreten |
stuktrappen | trapte stuk [stuktrapte] -- heeft stukgetrapt | [vertrappelen] zertrampeln | zertrampelte -- hat zertrampelt |
plattrappen | trapte plat [plattrapte] -- heeft platgetrapt | zertreten | zertrat -- hat zertreten |
stuktrappen | trapte stuk [stuktrapte] -- heeft stukgetrapt | zertreten | zertrat -- hat zertreten |
terugtrappen | trapte terug [terugtrapte] -- heeft teruggetrapt | zurücktreten | trat zurück [zurücktrat] -- hat zurückgetreten |
trappen | trapte -- heeft/is getrapt | Rad fahren | fuhr Rad [Rad fuhr] -- ist Rad gefahren |
[alte Rechtschreibung:]
radfahren | fuhr Rad [radfuhr] -- ist radgefahren |
trappen | trapte -- heeft/is getrapt | [iemand] mit Tritten traktieren [jemanden]
wegtrappen | trapte weg [wegtrapte] -- heeft/is weggetrapt | [wegschoppen] mit dem Fuß wegstoßen
doortrappen | trapte door [doortrapte] -- heeft doorgetrapt | [van trappers] nicht richtig greifen
doortrappen | trapte door [doortrapte] -- heeft doorgetrapt | [voortmaken met fietsen] schneller radeln
doortrappen | trapte door [doortrapte] -- heeft doorgetrapt | [voortmaken met fietsen] schneller strampeln
doortrappen | trapte door [doortrapte] -- heeft doorgetrapt | [doorgaan met trappen] unablässig treten
doortrappen | trapte door [doortrapte] -- heeft doorgetrapt | [doorgaan met trappen] unaufhörlich treten
doortrappen | trapte door [doortrapte] -- heeft doorgetrapt | [voortmaken met fietsen] sich kräftig in die Pedale legen
doortrappen | trapte door [doortrapte] -- heeft doorgetrapt | [voortmaken met fietsen] tüchtig in die Pedale treten
Beispiele
Ze trapte helaas in de val van een gewetenloze kwakzalver en kocht werkeloze tincturen voor heel veel geld. Sie fiel leider auf einen skrupellosen Scharlatan herein und kaufte wirkungslose Tinkturen für sehr viel Geld.
Sokrates werd voor zijn socratische methode ter dood veroordeeld, omdat hij daarmee bij machtige mensen te veel op de tenen trapte. Sokrates wurde für seine Sokratische Methode zum Tode verurteilt, weil er bei mächtigen Leuten damit zu sehr aneckte.
Wähle den Eintrag durch Anklicken/Berühren aus.
Hinweise übermittelt – Anzahl:

Ähnliche Wörter

Nederlands

  1. trapt
  2. trapauto's
  3. trapauto

Deutsch