Übersetzungen für 'packen'

Für 'packen' wurden 33 Übersetzung(en) gefunden:

Nederlands Deutsch
Direkte Treffer
pakken | pakte -- heeft gepakt | packen | packte -- hat gepackt |
snappen | snapte -- heeft gesnapt | packen | packte -- hat gepackt |
inpakken | pakte in [inpakte] -- heeft ingepakt | packen | packte -- hat gepackt |
vastpakken | pakte vast [vastpakte] -- heeft vastgepakt | packen | packte -- hat gepackt |
emballeren | emballeerde -- heeft geëmballeerd | packen | packte -- hat gepackt |
beetkrijgen | kreeg beet [beetkreeg] -- heeft beetgekregen | packen | packte -- hat gepackt | [erwischen]
Zusammensetzungen
Pak in! Pack dich!
Ruk uit! [ruk uit] Pack dich! [pack dich]
Ruk in! [ruk in] Pack dich! [pack dich]
Pak in! Pack ein!
zijn spullen bij elkaar pakken seine Sachen packen
hun boeltje pakken seine Siebensachen packen
ophoepelen | hoepelde op [ophoepelde] -- is opgehoepeld | sich packen | packte sich -- hat sich gepackt |
oprukken | rukte op [oprukte] -- is opgerukt | [weggaan] sich packen | packte sich -- hat sich gepackt |
te pakken krijgen zu packen kriegen
Redewendungen
Hij moet zijn koffers pakken. Er muss die Koffer packen.
Men moet het kwaad met wortel en taak uitroeien. Man muss das Übel bei der Wurzel packen.
hooien als de zon schijnt das Glück beim Schopfe packen
de bijl aan de wortel leggen das Übel an der Wurzel packen
de koe bij de hoorns pakken den Stier bei den Hörnern packen
hooien als de zon schijnt die Gelegenheit beim Schopfe packen
iets te pakken krijgen etwas zu packen kriegen
de wind niet door de hekken laten waaien jede Gelegenheit beim Schopfe packen
[alternativ:]
jede günstige Gelegenheit beim Schopfe packen
iemand bij de slippen grijpen jemandem am Kragen packen
iemand bij kop en kont pakken jemanden am Kragen packen
iemand bij zijn vodden pakken jemanden am Schlafittchen packen
iemand bij de kraag vatten jemanden beim Kragen packen
iemand bij de kraag lurven jemanden beim Kragen packen
iemand ratten jemanden zu packen kriegen
Beispiele
Pak de paraplu en pluk de prachtige paarse papaver. Pack den Regenschirm und pflücke den prächtigen purpurnen Mohn.
Bijtijds opgestaan, koffers gepakt, ontbeten, de parkeergarage afgerekend en vertrokken richting vliegveld. Beizeiten aufgestanden, die Koffer gepackt, gefrühstückt, das Parkhaus abgerechnet und abgereist Richtung Flughafen.
Een verschrikkelijk afgrijzen maakte zich van hem meester. Das kalte Grausen packte ihn.
De hond kreeg haar broek beet. Der Hund packte sie an der Hose.
Wähle den Eintrag durch Anklicken/Berühren aus.
Hinweise übermittelt – Anzahl:

Ähnliche Wörter

Nederlands

Deutsch

  1. Pack
  2. Packer
  3. packend
  4. Packs
  5. Packeis
  6. packende
  7. packe