|
vinden | vond -- heeft gevonden |
|
auffinden | fand auf [auffand] -- hat aufgefunden [p]
|
|
|
|
goedvinden | vond goed [goedvond] -- heeft goedgevonden | [toelaten]
|
bewilligen | bewilligte -- hat bewilligt |
|
|
|
|
goedvinden | vond goed [goedvond] -- heeft goedgevonden | [toestemmen]
|
billigen | billigte -- hat gebilligt |
|
|
|
|
vinden | vond -- heeft gevonden |
|
erachten | erachtete -- hat erachtet |
|
|
|
|
uitvinden | vond uit [uitvond] -- heeft uitgevonden |
|
erfinden | erfand -- hat erfunden |
|
|
|
|
goedvinden | vond goed [goedvond] -- heeft goedgevonden | [toelaten]
|
erlauben | erlaubte -- hat erlaubt |
|
|
|
|
vinden | vond -- heeft gevonden |
|
finden | fand -- hat gefunden |
|
|
|
|
goedvinden | vond goed [goedvond] -- heeft goedgevonden | [officieel toestemmen]
|
genehmigen | genehmigte -- hat genehmigt |
|
|
|
|
goedvinden | vond goed [goedvond] -- heeft goedgevonden | [niet veroordelen / de juistheid erkennen / toejuichen]
|
gut finden / gutfinden | fand gut [gutfand] -- hat gutgefunden |
|
|
|
|
uitvinden | vond uit [uitvond] -- heeft uitgevonden | [te weten komen]
|
herausfinden | fand heraus [herausfand] -- hat herausgefunden |
|
|
|
|
uitvinden | vond uit [uitvond] -- heeft uitgevonden | [te weten komen]
|
rausfinden | fand raus [rausfand] -- hat rausgefunden | [umgangssprachlich]
|
|
|
|
plaatsvinden | vond plaats [plaatsvond] -- heeft plaatsgevonden |
|
stattfinden | fand statt [stattfand] -- hat stattgefunden |
|
|
|
|
plaatsvinden | vond plaats [plaatsvond] -- heeft plaatsgevonden |
|
steigen | stieg -- ist gestiegen | [stattfinden]
|
|
|
|
terugvinden | vond terug [terugvond] -- heeft teruggevonden |
|
zurückfinden | fand zurück [zurückfand] -- hat zurückgefunden |
|
|
|
|
goedvinden | vond goed [goedvond] -- heeft goedgevonden | [geen bezwaar hebben]
|
einverstanden sein [mit]
|
|
|
|
goedvinden | vond goed [goedvond] -- heeft goedgevonden | [nuttig achten / dienstig achten]
|
für gut halten
|
|
|
|
vinden | vond -- heeft gevonden |
|
halten für | hielt für -- hat für ... gehalten |
|
|
|
|
plaatsvinden | vond plaats [plaatsvond] -- heeft plaatsgevonden |
|
vonstatten gehen
|
|
|
|
terugvinden | vond terug [terugvond] -- heeft teruggevonden |
|
wieder finden | fand wieder [wieder fand] -- hat wieder gefunden | [alte Rechtschreibung:] wiederfinden | fand wieder [wiederfand] -- hat wiedergefunden |
|
|
|
|
Wat ik van ze vond ...
|
Was ich von ihr hielt
|
|
|
|
Wat ik van ze vond ...
|
Wie ich sie fand ...
|
|
|
|
Zo alle zotten kolven droegen, men vond geen hout genoeg, om zich te warmen.
|
Wenn alle Narren Kolben trügen, das Holz würde teuer.
|
|
|
|
Op 18 juni 1815 vond Napoleon Bonaparte zijn Waterloo.
|
Am 18. Juni 1815 fand Napoleon Bonaparte sein Waterloo.
|
|
|
|
Edison vond de gloeilamp uit.
|
Edison erfand die Glühbirne.
|
|
|
|
Hij snauwde me toe dat hij het een 'zeer kwalijke zaak' vond dat ik mijn achterstand nog niet had betaald.
|
Er brüllte mich an, dass er das als "sehr üble Sache" empfand, dass ich meine Schulden noch nicht bezahlt hatte.
|
|
|
|
Hij vond een oude schat in de kelder.
|
Er fand einen alten Schatz im Keller.
|
|
|
|
Hij snauwde me toe dat hij het een 'zeer kwalijke zaak' vond dat ik mijn achterstand nog niet had betaald.
|
Er schnauzte mich an, dass er das eine "sehr üble Angelegenheit" fand, dass ich meinen Rückstand noch nicht ausgeglichen hatte.
|
|
|
|
Er stond het een en ander in je brief wat ik niet zo leuk vond.
|
In Deinem Brief stand einiges, was ich nicht so gut fand.
|
|
|
Zij vond Koninginnedag het mooiste van Nederland, nu vindt zij dat helemaal. [verouderd, vergelijk Koningsdag]
|
Sie fand, dass der Königinnentag das Schönste von den Niederlanden ist, nun findet sie das erst recht. [veraltet, vergleiche Königstag]
|
|
|
|
Ze zochten net zolang tot ze hem vonden.
|
Sie suchten so lange, bis sie ihn fanden.
|
|
|