Übersetzungen für 'erledigen'

Für 'erledigen' wurden 61 Übersetzung(en) gefunden:

Nederlands Deutsch
Direkte Treffer
afwikkelen | wikkelde af [afwikkelde] -- heeft afgewikkeld | erledigen | erledigte -- hat erledigt |
afmaken | maakte af [afmaakte] -- heeft afgemaakt | erledigen | erledigte -- hat erledigt |
afhandelen | handelde af [afhandelde] -- heeft afgehandeld | erledigen | erledigte -- hat erledigt |
afdoen | deed af [afdeed] -- heeft afgedaan | erledigen | erledigte -- hat erledigt |
doen | deed -- heeft gedaan | erledigen | erledigte -- hat erledigt |
afwerken | werkte af [afwerkte] -- heeft afgewerkt | erledigen | erledigte -- hat erledigt |
eindigen | eindigde -- is geëindigd | erledigen | erledigte -- hat erledigt |
beklinken | beklonk -- heeft/is beklonken | erledigen | erledigte -- hat erledigt |
verhapstukken | verhapstukte -- heeft verhapstukt | erledigen | erledigte -- hat erledigt |
verhakstukken | verhakstukte -- heeft verhakstukt | erledigen | erledigte -- hat erledigt |
bedisselen | bedisselde -- heeft bedisseld | erledigen | erledigte -- hat erledigt |
volbrengen | volbracht -- heeft volbracht | [ten uitvoer brengen] erledigen | erledigte -- hat erledigt |
killen | kilde -- heeft gekild | [meedogenloos optreden tegen iemand] erledigen | erledigte -- hat erledigt |
kwijten | kweet -- heeft gekweten | erledigen | erledigte -- hat erledigt | [Aufgaben]
uitvoeren | voerde uit [uitvoerde] -- heeft uitgevoerd | erledigen | erledigte -- hat erledigt | [Auftrag]
vervullen | vervulde -- heeft vervuld | erledigen | erledigte -- hat erledigt | [Formalitäten]
uit de weg ruimen erledigen | erledigte -- hat erledigt | [jemanden]
Zusammensetzungen
bankieren [geen vervoeging] Bankgeschäfte erledigen [p]
boodschappen doen Einkäufe erledigen
winkelen | winkelde -- heeft gewinkeld | Einkäufe erledigen [p]
zakendoen | deed zaken [zakendeed] -- heeft zakengedaan | Geschäfte erledigen [p]
huiswerk maken Hausaufgaben erledigen
kerstwinkelen Weihnachtseinkäufe erledigen [p]
klussen | kluste -- heeft geklust | [karweitjes opknappen] allerhand Kleinkram erledigen
de afwas doen den Abwasch erledigen
de vaat doen den Abwasch erledigen
omwassen | waste om [omwaste] -- heeft omgewassen | den Abwasch erledigen
zich van een taak kwijten eine Aufgabe erledigen
een zaak afhandelen eine Sache erledigen
een zaak vlot afwikkelen eine Sache zügig erledigen
een opdracht volbrengen einen Auftrag erledigen
iets voor elkaar hebben etwas erledigt haben
iets voor elkander hebben etwas erledigt haben
iets voor elkander hebben etwas erledigt haben
afhameren | hamerde af [afhamerde] -- heeft afgehamerd | [snel afhandelen] schnell erledigen
uit te voeren [uitvoeren] zu erledigen
Redewendungen
Daarmee is de kous af. Damit ist die Sache erledigt.
Dat is van de baan. Das hat sich erledigt.
Dat is een bakerdienstje. Das ist in Nullkommanichts erledigt.
grote schoonmaak houden [NL] das Großreinemachen erledigen
grote kuis houden [B] [in Belgien auch übertragen auf die Politik: alle Ausländer hinauswerfen] das Großreinemachen erledigen
iets holderdebolder doen etwas im Hauruckverfahren erledigen
iets met één hand kunnen doen etwas mit links erledigen
een plas doen sein Geschäftchen erledigen
een plasje doen sein Geschäftchen erledigen
een plasje plegen sein Geschäftchen erledigen
een plas doen sein kleines Geschäft erledigen
een plasje doen sein kleines Geschäft erledigen
een plasje plegen sein kleines Geschäft erledigen
Zitate
Er zijn twee soorten mensen: degenen die het werk doen en degenen die de eer opstrijken. Probeer bij de eerste groep te horendaar is minder concurrentie. [Indira Gandhi, 19171984] Es gibt zwei Arten von Menschen: diejenigen, die Arbeit erledigen, und diejenigen, die die Anerkennung dafür nehmen. Versuche, in der ersten Gruppe zu seindort gibt es weniger Konkurrenz. [Indira Gandhi, 19171984]
Beispiele
Alles is inmiddels afgehandeld. Alles ist inzwischen erledigt.
Dat is voldoende. Damit ist es erledigt.
Dat is afgedaan. Das hat sich erledigt.
Dat kunnen wij wel even ertussendoor doen. Das können wir schnell zwischendurch erledigen.
De hen zit op de eieren te broeden. Die Henne erledigt das Brutgeschäft.
De commissie handelde de agenda puntsgewijs af. Die Kommission erledigte die Tagesordnung Punkt für Punkt.
Het gaat haar slecht, nochtans doet zij haar werk. Es geht ihr schlecht, dennoch erledigt sie ihre Arbeit.
Het gaat haar slecht, nochtans doet zij haar werk. Es geht ihr schlecht, trotzdem erledigt sie ihre Arbeit.
Vlot deed ze haar werk. Flott erledigte sie ihre Arbeit.
Ik zal dat dadelijk wel even doen. Ich erledige das gleich mal eben.
Ik heb haar opgedragen, dit dadelijk te doen. Ich habe sie angewiesen, dies sofort zu erledigen.
Wähle den Eintrag durch Anklicken/Berühren aus.
Hinweise übermittelt – Anzahl: