Vertalingen voor 'opzetten'

Voor 'opzetten' werden 61 vertaling(en) gevonden:

Nederlands Deutsch
Direkte Treffer
opzetten | zette op [opzette] -- heeft opgezet | aufbauen | baute auf [aufbaute] -- hat aufgebaut | [Zelt]
opzetten | zette op [opzette] -- heeft opgezet | auflegen | legte auf [auflegte] -- hat aufgelegt | [Schallplatte]
opzetten | zette op [opzette] -- heeft opgezet | aufrichten | richtete auf [aufrichtete] -- hat aufgerichtet |
opzetten | zette op [opzette] -- heeft opgezet | aufrücken | rückte auf [aufrückte] -- ist aufgerückt | [Spiel]
opzetten | zette op [opzette] -- heeft opgezet | aufsetzen | setzte auf [aufsetzte] -- hat aufgesetzt |
opzetten | zette op [opzette] -- heeft opgezet | aufstellen | stellte auf [aufstellte] -- hat aufgestellt |
opzetten | zette op [opzette] -- heeft opgezet | auftun | tat auf [auftat] – hat aufgetan | [Brille / Hut]
opzetten | zette op [opzette] -- heeft opgezet | aufwiegeln | wiegelte auf [aufwiegelte] -- hat aufgewiegelt |
opzetten | zette op [opzette] -- heeft opgezet | aufziehen | zog auf [aufzog] -- hat/ist aufgezogen |
opzetten | zette op [opzette] -- heeft opgezet | ausstopfen | stopfte aus [ausstopfte] -- hat ausgestopft | [Tiere]
de opzet [m] | de opzetten [p] das Konzept | die Konzepte [p]
de opzet [m] | de opzetten [p] das Ziel | die Ziele [p]
het opzet | de opzetten [p] der Anschlag | die Anschläge [p] [Textil]
het opzet | de opzetten [p] der Aufriss | die Aufrisse [p]
[alte Rechtschreibung:]
der Aufriß | die Aufrisse [p]
het opzet | de opzetten [p] der Entwurf | die Entwürfe [p]
het opzet | de opzetten [p] der Plan | die Pläne [p]
het opzet | de opzetten [p] der Vorsatz | die Vorsätze [p] [auch juristisch]
de opzet [m] | de opzetten [p] der Zweck | die Zwecke [p]
het opzet | de opzetten [p] die Absicht | die Absichten [p] [auch juristisch]
de opzet [m] | de opzetten [p] die Konzeption | die Konzeptionen [p]
opzetten | zette op [opzette] -- heeft opgezet | [van een kraag] hochklappen | klappte hoch [hochklappte] -- hat hochgeklappt |
opzetten | zette op [opzette] -- heeft opgezet | [van een kraag] hochschlagen | schlug hoch [hochschlug] -- hat hochgeschlagen |
opzetten | zette op [opzette] -- heeft opgezet | organisieren | organisierte -- hat organisiert |
opzetten | zette op [opzette] -- heeft opgezet | schwellen | schwoll -- ist geschwollen |
opzetten | zette op [opzette] -- heeft opgezet | veranstalten | veranstaltete -- hat veranstaltet |
Zusammensetzungen
komen opzetten heraufziehen | zog herauf [heraufzog] -- ist heraufgezogen |
komen opzetten raufziehen | zog rauf [raufzog] -- ist raufgezogen | [umgangssprachlich]
de televisie opzetten den Fernseher anmachen
de tv opzetten den Fernseher anmachen
de film opzetten den Film laufen lassen
het opzetten van een politieke dialoog die Eröffnung eines politischen Dialogs
de vloed komt opzetten die Flut kommt
de kegels opzetten [p] die Kegel aufsetzen [p]
de kegels opzetten [p] die Kegel hinstellen [p]
het opzetten van een regionale vrijhandelszone die Schaffung einer regionalen Freihandelszone
een systeem van scheepvaartcontrole opzetten en verbeteren ein Kontrollsystem des Seeverkehrs in Gang setzen und verbessern
een zaakje opzetten ein kleines Geschäft eröffnen
een actie grootscheeps opzetten eine Aktion groß aufziehen
een actie grootscheeps opzetten eine Aktion in großem Stil aufziehen
een plaat opzetten eine Platte auflegen [Schallplatte]
een externe organisatie voor het verzamelen en verwerken van de statistische gegevens opzetten eine externe Stelle mit der Erhebung und Verarbeitung der statistischen Daten beauftragen
Redewendungen
grote ogen opzetten Bauklötze staunen [p]
[alternativ:]
Bauklötzer staunen [p]
grote ogen opzetten Kulleraugen machen
een grote smoel opzetten ein großes Mundwerk haben
een grote smoel opzetten eine große Klappe haben
een grote smoel opzetten einen großen Rand haben
grote ogen opzetten große Augen machen
iemand hoorns opzetten jemandem Hörner aufsetzen
iemand ergens een domper opzetten jemandem den Spaß verderben
iemand ergens een domper opzetten jemandem einen Dämpfer verpassen
een grote smoel opzetten mit der Klappe immer vorneweg sein
een grote smoel opzetten mit der Schnauze immer vorneweg sein
een grote smoel opzetten sein Maul weit aufreißen
zijn stekels opzetten [p] seine Borsten aufstellen [p]
een hoge borst opzetten sich in die Brust werfen
Beispiele
De lak moet je goed verdelen (kruislings opzetten). Den Lack musst du gut verteilen (kreuzweise aufbringen).
De pauw zet zijn staart op. Der Pfau schlägt ein Rad.
Zet eens een andere grammofoonplaat op. Leg / Lege mal eine andere Schallplatte auf.
Zet eens een andere grammofoonplaat op. Leg / Lege mal eine neue Platte auf.
Met een rollertje kunt u grote oppervlakken verf egaal opzetten en verdelen. Mit einem Farbroller können Sie Farbe auf großen Oberflächen gleichmäßig auftragen und verteilen.
Ze heeft uitgelegd hoe je een hoed moet op en afzetten: nooit met één hand en met de vinger in de gleuf, maar altijd met twee handen, eentje voor, eentje achter, aan de randen vastpakken. Sie hat erklärt, wie man einen Hut auf- und absetzen muss: Niemals mit einer Hand und mit dem Finger in den Kniff, sondern immer mit zwei Händen, einer vorn, einer hinten an den Rändern anfassen.
Wähle den Eintrag durch Anklicken/Berühren aus.
Hinweise übermittelt – Anzahl: