Übersetzungen für 'Spitze'

Für 'Spitze' wurden 67 Übersetzung(en) gefunden:

Nederlands Deutsch
Direkte Treffer
Onwijs gaaf! [onwijs gaaf] Spitze! [Spitze]
kanten Spitzen-
de spits [m] | de spitsen [p] [hond] der Spitz | die Spitze [p]
de spitshond [m] | de spitshonden [p] der Spitz | die Spitze [p] [Hund]
de keeshond [m] | de keeshonden [p] der Spitz | die Spitze [p] [Hunderasse]
de SPD-top [m] die SPD-Spitze [Deutschland]
de punt [m] | de punten [p] die Spitze | die Spitzen [p]
de top [m] | de toppen [p] die Spitze | die Spitzen [p]
de topper [m] | de toppers [p] die Spitze | die Spitzen [p]
de/het spits [f/n] | de spitsen [p] die Spitze | die Spitzen [p]
het toppertje | de toppertjes [p] die Spitze | die Spitzen [p]
het toppunt | de toppunten [p] die Spitze | die Spitzen [p]
de piek [m] | de pieken [p] [hoogtepunt / bergtop] die Spitze | die Spitzen [p]
de toespitsing [f] | de toespitsingen [p] die Spitze | die Spitzen [p] [Botanik]
de uitschieter | de uitschieters [p] die Spitze | die Spitzen [p] [Leistung]
het kantwerk | de kantwerken [p] die Spitze | die Spitzen [p] [Textil]
de apex [m] | de apexen [p] die Spitze | die Spitzen [p] [anatomisch]
de/het kant [m/n] | de kanten [p] die Spitze | die Spitzen [p] [im übertragenen Sinne / Textil]
snibbig | snibbige spitz | spitze
scherp | scherpe spitz | spitze
spits | spitse spitz | spitze
puntig | puntige spitz | spitze
spitsig | spitsige spitz | spitze
gepunt | gepunte spitz | spitze
piekig | piekige spitz | spitze
heetbloedig | heetbloedige [hitsig] spitz | spitze
pikant | pikante [scherp / beledigend] spitz | spitze
bits | bitse spitz | spitze
heet | hete spitz | spitze [geil]
steengoed | steengoede spitze
puntgaaf spitze
Zusammensetzungen
aan de boom schudden an der Spitze das Tempo verschärfen
aan de top staan an der Spitze stehen
aan het hoofd staan van iets an der Spitze von etwas stehen
ten top drijven auf die Spitze treiben
kanten aus Spitze
de puntschoen [m] | de puntschoenen [p]
een puntschoen | puntschoenen [p]
der spitze Schuh | die spitzen Schuhe [p]
ein spitzer Schuh | spitze Schuhe [p]
de scherpe hoek | de scherpe hoeken [p]
een scherpe hoek | scherpe hoeken [p]
der spitze Winkel | die spitzen Winkel [p]
ein spitzer Winkel | spitze Winkel [p]
de/het Brusselse kant die Brüsseler Spitze
[alternativ:]
die Brüssler Spitze
[alte Rechtschreibung:]
die Brüßler Spitze
de/het Mechelse kant die Mechelner Spitze
de naald zonder punt | de naalden zonder punt [p] die Nadel ohne Spitze | die Nadeln ohne Spitze [p]
het voorste van de stoet die Spitze des Zuges
bijpunten | puntte bij [bijpunte] -- heeft bijgepunt | [m.b.t. haar] die Spitzen schneiden [p]
de naald met scherpe punt | de naalden met scherpe punt [p] die spitze Nadel | die spitzen Nadeln [p]
niet boven de subtop uitkomen nicht zur Spitze vordringen
Redewendungen
Dat is waarschijnlijk nog maar het topje van de ijsberg. Das ist wahrscheinlich nur die Spitze des Eisbergs.
Zijn tong is zo scherp als een sabel. Er hat eine spitze Zunge.
Zij is een mannetjesputter. Sie ist absolute Spitze.
aan het hoofd staan van an der Spitze stehen
de/het spits afbijten van die Spitze abbrechen
het topje van de ijsberg die Spitze des Eisbergs
van zijn scherpe kanten ontdoen die Spitze nehmen
iets de angel uittrekken einer Sache die Spitze nehmen
iets tot het uiterste drijven etwas auf die Spitze treiben
iets op de spits drijven etwas auf die Spitze treiben
Beispiele
De deelblaadjes zijn langwerpig en alleen bovenaan gezaagd. Die Einzelblätter sind länglich und nur an der Spitze gesägt.
Een ander voordeel dat mannen hebben, is dat ze makkelijker toegang hebben tot het informele netwerk van de top, die nog steeds vaak uit mannen bestaat. Dankzij dat netwerk hoor je makkelijker wat je moet doen om carrière te maken. Ein anderer Vorteil, den Männer haben, ist, dass sie einfacher zum informellen Netzwerk der Spitze Zugang haben, die noch immer oft aus Männern besteht. Dank dieses Netzwerks erfahren sie leichter, was sie für ihre Karriere tun müssen.
Een ander voordeel dat mannen hebben, is dat ze makkelijker toegang hebben tot het informele netwerk van de top, die nog steeds vaak uit mannen bestaat. Mensen gaan immers makkelijker om met hun eigen soort. [de Volkskrant, 25 maart 2010] Ein anderer Vorteil, den Männer haben, ist, dass sie leichter zum informellen Netzwerk der Spitze Zugang haben, die noch immer oft aus Männern besteht. Menschen gehen ja leichter mit ihrem eigenen Geschlecht um.
Niet enkel dames, maar ook heren droegen lange tijd kanten in de kraag: de bef of later de das. Nicht nur Damen, sondern auch Herren trugen lange Zeit Spitzen im Kragen: das Beffchen oder später den Schlips.
Zij zullen nauwgezet plannen, dan methodisch hun pad naar de top volgen. Sie werden gewissenhaft planen und dann planmäßig ihren Weg an die Spitze verfolgen.
Topgangers (ook hoefgangers) raken alleen met de toppen van de tenen of een enkele teen de grond en de kootjes eindigen in een hoefvoorbeelden zijn paarden, koeien, schapen en geiten, zwijnen en herten. Spitzengänger (auch Hufgänger) berühren allein mit der Spitze der Zehen oder eines einzelnen Zehs den Boden und die Finger- bzw. Zehenglieder enden in einem Huf oder SchalenBeispiele sind Pferde, Kühe, Schafe und Ziegen, Schweine und Hirsche.
Fachbegriffe
de spitse vlekplaat
spitse vlekplaat [Panaeolus acuminatus]
der Spitze Düngerling
Spitzer Düngerling [Panaeolus acuminatus] [Pilz]
de spitse moerasvezelkop
spitse moerasvezelkop [Inocybe acutella]
der Spitze Risspilz
Spitzer Risspilz
[alte Rechtschreibung:]
der Spitze Rißpilz
Spitzer Rißpilz [Inocybe acutella] [Pilz]
de spitse gordijnzwam
spitse gordijnzwam [Cortinarius acutus]
der Spitze Wasserkopf
Spitzer Wasserkopf [Cortinarius acutus] [Pilz]
de puntige blaashoorn [Physella acuta] die Spitze Blasenschnecke [Physella acuta]
de spitse stinkzwam [Mutinus elegans] die Spitze Hundsrute [Mutinus elegans] [Pilz]
de ribbelbies [Schoenoplectus mucronatus] die Spitze Teichbinse [Schoenoplectus mucronatus]
Wähle den Eintrag durch Anklicken/Berühren aus.
Hinweise übermittelt – Anzahl:

Ähnliche Wörter

Nederlands

Deutsch

  1. Spitzen
  2. Spitz
  3. Spizaetus
  4. spitzer
  5. Spitzheit