Übersetzungen für 'treiben'

Für 'treiben' wurden 113 Übersetzung(en) gefunden:

Nederlands Deutsch
Direkte Treffer
de beoefening [f] das Treiben
het gewoel das Treiben
de bedrijvigheid [f] das Treiben [Geschäftigkeit]
de drukte [f] das Treiben [Geschäftigkeit]
kweken | kweekte -- heeft gekweekt | [planten in een kas] treiben | trieb -- hat getrieben [p]
aandrijven | dreef aan [aandreef] -- heeft aangedreven | treiben | trieb -- hat getrieben |
stuwen | stuwde -- heeft gestuwd | treiben | trieb -- hat getrieben |
porren | porde -- heeft gepord | treiben | trieb -- hat getrieben |
bedrijven | bedreef -- heeft bedreven | treiben | trieb -- hat getrieben |
krijgen | kreeg -- heeft gekregen | treiben | trieb -- hat getrieben | [Knospen / Blätter]
krijgen | kreeg -- heeft gekregen | treiben | trieb -- hat getrieben | [Knospen]
opdrijven | dreef op [opdreef] -- heeft/is opgedreven | treiben | trieb -- hat getrieben | [Wild]
uitspoken | spookte uit [uitspookte] -- heeft uitgespookt | treiben | trieb -- hat getrieben | [anstellen]
drijven | dreef -- heeft/is gedreven | treiben | trieb -- hat getrieben | [auch Handel treiben]
doen aan | deed aan -- heeft aan ... gedaan | treiben | trieb -- hat getrieben | [ausüben]
uitoefenen | oefende uit [uitoefende] -- heeft uitgeoefend | treiben | trieb -- hat getrieben | [ausüben]
beoefenen | beoefende -- heeft beoefend | treiben | trieb -- hat getrieben | [betreiben]
doen | deed -- heeft gedaan | treiben | trieb -- hat getrieben | [tun]
dobberen | dobberdeheeft/is gedobberd | treiben | trieb -- hat/ist getrieben |
flotteren | flotteerde -- heeft geflotteerd | [vlotten] treiben | trieb -- ist getrieben |
Zusammensetzungen
gymmen | gymde -- heeft gegymd | Gymnastik treiben
gymnastiek doen Gymnastik treiben
handelen | handelde -- heeft gehandeld | Handel treiben
koopmanschap drijven Handel treiben
negotiëren | negotieerde -- heeft genegotieerd | Handel treiben
knoppen | knopte -- heeft geknopt | Knospen treiben
botten | botte -- heeft gebot | Knospen treiben
oppositie voeren Opposition treiben
sjacheren | sjacherde -- heeft gesjacherd | Schacher treiben
aan sport doen Sport treiben
sport beoefenen Sport treiben
sporten | sportte -- heeft gesport | Sport treiben
venten | ventte -- heeft gevent | Straßenhandel treiben
ruilhandel drijven Tauschhandel treiben
theologiseren | theologiseerde -- heeft getheologiseerd | Theologie treiben
geintjes uithalen [p] Unfug treiben
kattenkwaad uithalen Unfug treiben
liggen te duvelen Unfug treiben
woeker drijven Wucher treiben [mit etwas]
wortels boren in Wurzeln treiben in
ten top drijven auf die Spitze treiben
uiteen te drijven auseinander zu treiben
[alte Rechtschreibung:]
auseinanderzutreiben
de handel en wandel das Tun und Treiben
het vee naar de wei drijven das Vieh auf die Weide treiben
de huizenprijzen opdrijven [p] die Häuserpreise in die Höhe treiben
een charge uitvoeren [door de politie] die Menge auseinander treiben
[alte Rechtschreibung:]
die Menge auseinandertreiben
de spruit schieten die Sprosse treiben [p]
[alternativ:]
die Sprossen treiben [p]
een dolle boel ein tolles Treiben
een wilde boel ein wildes Treiben
een wilde boel ein wüstes Treiben
het met iemand doen es mit jemandem treiben [sexuell]
seksen | sekste -- heeft gesekst | [gemeenschap hebben] es treiben [mit jemandem]
een rivier afzakken flussabwärts treiben
[alte Rechtschreibung:]
flußabwärts treiben [mit dem Wasser]
opjagen | jaagde op [opjaagde] -- heeft opgejaagd |
[alternatief :]
opjagen | joeg of [opjoeg] -- heeft opgejaagd | [opdrijven / opvoeren]
in die Höhe treiben
opdrijven | dreef op [opdreef] -- heeft/is opgedreven | in die Höhe treiben [Preise]
omhoogdrijven | dreef omhoog [omhoogdreef] -- heeft omhooggedreven | [naar boven drijven] in die Höhe treiben [auch Preise]
op drift raken ins Treiben kommen
iemand tot razernij brengen jemanden zur Raserei treiben
een practical joke met iemand uithalen mit jemandem Schabernack treiben
de spot drijven met iemand mit jemandem seinen Spott treiben
lelijk huishouden | hield lelijk huis [lelijk huishield] -- heeft lelijk huisgehouden | sein Unwesen treiben
huishouden | hield huis [huishield] -- heeft huisgehouden | sein Unwesen treiben
actief zijn [van dieven] sein Unwesen treiben
bezig zijn [van dieven] sein Unwesen treiben
een kwajongensstreek uithalen seinen Schabernack [mit jemandem] treiben
afzakken met de stroom
[alternatief:]
afzakken voor de stroom
sich mit der Strömung treiben lassen [eines Flusses]
een rivier afzakken stromabwärts treiben [mit dem Wasser]
aanzetten tot | zette tot ... aan [tot ... aanzette] -- heeft tot ... aangezet | treiben zu | trieb zu [zutrieb] -- hat zu ... getrieben |
opbrengen | bracht op [opbracht] -- heeft opgebracht | vor das Tor treiben [Sport]
voortstuwen | voortstuwde -- heeft voortgestuwd | vorwärts treiben | trieb vorwärts [vorwärts trieb] -- hat vorwärts getrieben |
[alte Rechtschreibung:]
vorwärtstreiben | trieb vorwärts [vorwärtstrieb] -- hat vorwärtsgetrieben |
voortdrijven | dreef voort [voortdreef] -- heeft/is voortgedreven | [opdrijven] vorwärts treiben | trieb vorwärts [vorwärts trieb] -- ist vorwärts getrieben |
[alte Rechtschreibung:]
vorwärtstreiben | trieb vorwärts [vorwärtstrieb] -- ist vorwärtsgetrieben |
wanhopig maken zur Verzweiflung treiben
Redewendungen
Iets leidt tot zonderlinge excessen. Etwas treibt seltsame Blüten.
een haar in de boter zoeken, vinden Haarspalterei treiben
Nu maak je het te bont! Jetzt treibst du es zu bunt!
Nu maak je het niet te erg! / Nu maak je het niet al te erg! Jetzt treibst du es zu bunt! / Jetzt treibst du es aber zu bunt!
Nu maakt hij het te grof. Jetzt treibt er es zu bunt.
De beste paarden staan op stal. Mädchen zum Heiraten treiben sich nicht rum.
roofbouw plegen Raubbau treiben
de dingen op hun beloop laten die Dinge treiben lassen
het al te bont maken es allzu bunt treiben
het te gortig maken es zu arg treiben
het te gortig maken es zu bunt treiben
het te erg maken es zu bunt treiben
iets tot het uiterste drijven etwas auf die Spitze treiben
iets op de spits drijven etwas auf die Spitze treiben
in het nauw drijven in die Enge treiben
vastzetten | zette vast [vastzette] -- heeft vastgezet | in die Enge treiben [jemanden mit Argumenten]
opschuiven | schoof op [opschoop] -- heeft opgeschoven | in die Höhe treiben
iemand het Frans praten afleren jemandem die Flausen aus dem Kopf treiben
iemand het schaamrood op de kaken jagen jemandem die Schamesröte ins Gesicht treiben
iemand de dood injagen jemanden in den Tod treiben
iemand klemzetten jemanden in die Enge treiben [z.B. mit Argumenten]
iemand het hoofd warm maken jemanden zur Weißglut treiben
iemand witgloeiend maken jemanden zur Weißglut treiben
de spot drijven met iets seinen Schabernack mit etwas treiben
met alles spotten seinen Spott mit allem treiben
Sprichwörter
We worden allen naar dezelfde plaats gedreven.
[Omnes eodem cogimur.]
Alle werden wir zum selben Ort getrieben. [zum Hades, in die Unterwelt]
[Omnes eodem cogimur.]
Zitate
Genadeloze liefde, tot wat dwing je niet de harten van de stervelingen!
[Improbe amor, quid non mortalia pectora cogis!]
Unersättliche Liebe, wozu treibst du nicht die sterblichen Herzen!
[Improbe amor, quid non mortalia pectora cogis!]
Tot wat dwing je de stervelingen niet, vervloekte honger naar goud!
[Quid non mortalia pectora cogis, auri sacra fames!]
Wozu nicht treibst du die sterblichen Herzen, verfluchter Hunger nach Gold!
[Quid non mortalia pectora cogis, auri sacra fames!]
Beispiele
De boot moet rustig op het water drijven. Das Boot soll ruhig auf dem Wasser treiben.
De boot dreef stuurloos de zee op. Das Boot trieb führerlos aufs Meer.
De ellende dreef velen tot waanzin. Das Elend trieb viele in den Wahnsinn.
De herdershond moet de kudde de omheining in drijven. Der Hütehund soll die Herde in das Gatter treiben.
Eerzucht dreef de man aan. Der Mann wurde von Ehrgeiz getrieben.
Het utopische socialisme viert er hoogtij. Der utopische Sozialismus treibt dort seine Blüten.
De door de militaire junta veroorzaakte dramatische verslechtering van de mensenrechtensituatie in Myanmar leidt tot steeds brutere bloedvergieten. Die von der Militärjunta in Burma verursachte dramatische Verschlechterung der Menschenrechtslage treibt immer brutalere Blüten. [Eur-Lex]
Er komen nieuwe spruiten aan die plant. Diese Pflanze treibt neue Sprosse.
[alternativ:]
Diese Pflanze treibt neue Sprossen.
Hij heeft veel aan sport gedaan. Er hat viel Sport getrieben.
Hij heeft te veel vrijheid gekregen en daar heeft hij misbruik van gemaakt. Er hat zu viele Freiheiten gehabt, und damit hat er Missbrauch getrieben.
[alte Rechtschreibung:]
Er hat zu viele Freiheiten gehabt, und damit hat er Mißbrauch getrieben.
Hier dreven net nog bootjes rond. Hier trieben gerade noch Boote umher.
Wat doe jij daar? Was treibst du da?
Titel
Christus drijft de wisselaren uit de tempel [Rembrandt, 1606-1669] Christus treibt die Wechsler aus dem Tempel
Wähle den Eintrag durch Anklicken/Berühren aus.
Hinweise übermittelt – Anzahl:

Ähnliche Wörter