Übersetzungen für 'Tisch'

Für 'Tisch' wurden 78 Übersetzung(en) gefunden:

Nederlands Deutsch
Direkte Treffer
het ronde tafel gesprek | de ronde tafel gesprekken [p] das Runde-Tisch-Gespräch | die Runde-Tisch-Gespräche [p]
de ok-tafel [f] | de ok-tafels [p] der OP-Tisch | die OP-Tische [p]
de operatietafel [f] | de operatietafels [p] der OP-Tisch | die OP-Tische [p]
de tafel [f] | de tafels [p] der Tisch | die Tische [p]
de dis [m] | de dissen [p] der Tisch | die Tische [p]
dichromatisch | dichromatische di­chro­ma­tisch | di­chro­ma­tische
Zusammensetzungen
5. De Tafel [soera] Sure 5. Der Tisch
aanzitten | zat aan [aanzat] -- heeft aangezeten | am Tisch sitzen
aan tafel bei Tisch
aan tafel zitten bei Tisch sitzen
aangelegen zijn bei Tische liegen
[alternativ:]
bei Tisch liegen
aan tafel aanliggen bei Tische liegen
[alternativ:]
bei Tisch liegen
het draaipunt van de tafel das Drehgelenk des Tisches
het ontbijt klaarzetten das Frühstück auf den Tisch stellen
de tafel afwrijven den Tisch abwischen
de tafel uitschuiven den Tisch ausziehen
de tafel dekken den Tisch decken
het tafeldekken den Tisch decken
de ronde Tafel over Armoede en Sociale Uitsluiting der Runde Tisch über Armut und Soziale Ausgrenzung
de tafel, waar de gasten omheen zaten der Tisch, um den herum die Gäste saßen
de opgedekte tafel der eingedeckte Tisch
het tafeltje | de tafeltjes [p]
een tafeltje | tafeltjes [p]
der kleine Tisch | die kleinen Tische [p]
ein kleiner Tisch | kleine Tische [p]
de rondetafelconferentie [f] die Konferenz am runden Tisch
de kruimels van tafel vegen / de kruimels van de tafel vegen die Krümel vom Tisch fegen
de tafel opdekken die Tisch decken
een tafel met een kleed er overheen ein Tisch mit einer Decke darauf
[umgangssprachlich:]
ein Tisch mit einer Decke drauf
een rijkgevulde tafel ein reich gedeckter Tisch
[alternativ:]
ein reichgedeckter Tisch
een tafel reserveren einen Tisch reservieren
ik zat aan
jij zat aan
hij zat aan
wij zaten aan
jullie zaten aan
zij zaten aan [aanzitten]
ich saß am Tisch
du saßst am Tisch [alternativ:] du saßest am Tisch
er saß am Tisch
wir saßen am Tisch
ihr saßt am Tisch [alternativ:] ihr saßet am Tisch
sie saßen am Tisch [am Tisch sitzen]
iemand aan de maaltijd nodigen jemanden zu Tisch bitten
bijschikken | schikte bij [bijschikte] -- heeft bijgeschikt | [mede aan tafel gaan zitten] mit am Tisch Platz nehmen
Met je vingers op de tafel trommelen mit den Fingern auf den Tisch trommeln
natafelen | tafelde na [natafelde] -- heeft nagetafeld | noch bei Tisch sitzen bleiben
mee ... aanschuiven sich mit ... zu Tisch setzen
bijschikken | schikte bij [bijschikte] -- heeft bijgeschikt | [mede aan tafel gaan zitten] sich mit an den Tisch setzen
met de vakbonden om te tafel gaan zitten sich mit den Gewerkschaften an einen Tisch setzen
aanschikken | schikte aan [aanschikte] -- is aangeschikt | [zich aan tafel zetten] sich zu Tisch setzen
[alternativ:]
sich zu Tische setzen [Tische = Einzahl]
ongeduldig op de tafel stompen ungeduldig mit der Faust auf den Tisch hauen
van tafel opstaan vom Tisch aufstehen
aan tafel gaan zu Tisch gehen
Redewendungen
Dat is een gesloten boek. Das ist vom Tisch.
Dat is van de baan. Das ist vom Tisch.
De één moet je betalen en de ander moet je geld geven. Du wirst in jenem Fall über den Tisch gezogen.
bedenken wegpoetsen [p] Einwände vom Tisch fegen [p]
Hij heeft iets op het tapijt gebracht. Er hat etwas auf den Tisch gebracht.
Hij lust van het hele varken. Er isst, was auf den Tisch kommt.
het bed delen met iemand Tisch und Bett mit jemandem teilen
Veel geld is over de tafel gegaan. Viel Geld ist über den Tisch gegangen.
alle tegenargumenten wegpraten [p] alle Gegenargumente vom Tisch fegen
alle tegenargumenten wegpraten [p] alle Gegenargumente vom Tisch wischen
doortasten | tastte door [doortastte] -- heeft doorgetast | mit der Faust auf den Tisch hauen
schoon schip maken reinen Tisch machen
onder tafel schuiven unter den Tisch fallen lassen
[umgangssprachlich:]
untern Tisch fallen lassen
onder tafel schuiven unter den Tisch kehren
[umgangssprachlich:]
untern Tisch kehren
van tafel vegen vom Tisch fegen
wegpraten | praatte weg [wegpraatte] -- heeft weggepraat | [abstracta pratend uitschakelen] vom Tisch fegen
van tafel zijn vom Tisch sein
van tafel vegen vom Tisch wischen
wegpraten | praatte weg [wegpraatte] -- heeft weggepraat | [abstracta pratend uitschakelen] vom Tisch wischen
van de hand gaan über den Tisch gehen
Sprichwörter
Als de kat van honk is, dansen de muizen in het schotelhuis. Ist die Katze aus dem Haus, tanzen die Mäuse auf dem Tisch.
Als de kat van huis is, dansen de muizen op tafel. Ist die Katze aus dem Haus, tanzen die Mäuse auf dem Tisch.
De kaars uit, de schaamte uit. Ist die Katze aus dem Haus, tanzen die Mäuse auf dem Tisch.
Als de poes slaapt, lopen de ratten over de vloer. Ist die Katze aus dem Haus, tanzen die Mäuse auf dem Tisch.
Gekken en dwazen schrijven hun namen op deuren en glazen. Narrenhände beschmieren Tisch und Wände.
Als er zaad in't bakje is, kan de vogel pikken. [in't: in het] Wenn die Saat im Feld, ist auch dem Vogel der Tisch bestellt.
Beispiele
Ben jij ook zo iemand die altijd op de tafel zit te trommelen en dan denkt dat het onwijs geweldig klinkt wat je doet? Bist du auch so einer, der immerzu auf den Tisch trommelt und dann denkt, dass das irre toll klingt, was du tust?
Darmee kwam de vraag ter tafel die de Berlijners tot op de dag van heden bezighoudt: ... Damit kam die Frage auf den Tisch, die die Berliner bis zum heutigen Tag beschäftigt: ...
Het glas viel van de tafel. Das Glas fiel vom Tisch.
Het was tafeltje-dek-je. Der Tisch war im Handumdrehen gedeckt.
Het was tafeltje-dek-je. Der Tisch war im Nu gedeckt.
De mess op een schip is meestal uitgerust met een bak (tafel), comfortabele zitbanken of stoelen en is bedoeld voor de ontspanning van de bemanning. Die Messe auf einem Schiff ist meist mit einer Back (Tisch), Sitzbänken oder Stühlen ausgestattet und dient der Besatzung zur Erholung.
De tafels waren versierd met kerststukjes en met het licht van kaarsen was er een echte kerstsfeer. Die Tische waren mit Weihnachtsartikeln geschmückt, und mit dem Kerzenschein gab es eine echte Weihnachtsatmospäre.
Zet de vaas met bloemen op tafel. Stell/Stelle die Vase mit den Blumen auf den Tisch.
Als er drie broodjes op tafel liggen, zullen dikke mensen ze allemaal opeten, ook al hebben ze na één genoeg. Wenn drei Schnitten auf dem Tisch liegen, werden dicke Menschen sie allesamt aufessen, auch wenn sie schon nach einem einzigen genug haben.
Er moet eerst brood op de plank. Zuerst muss Brot auf den Tisch.
[alte Rechtschreibung:]
Zuerst muß Brot auf den Tisch.
Titel
Lord Edgware sterft [Agatha Christie / Agatha Mary Clarissa Miller / Agatha Christie Mallowan / Mary Westmacott, 1890-1976] Dreizehn bei Tisch [Agatha Christie / Agatha Mary Clarissa Miller / Agatha Christie Mallowan / Mary Westmacott, 1890-1976]
Scarpetta's wintertafel [Patricia D. Cornwell] Kay Scarpetta bittet zu Tisch [Patricia D. Cornwell]
Wähle den Eintrag durch Anklicken/Berühren aus.
Hinweise übermittelt – Anzahl:

Ähnliche Wörter

Nederlands

Deutsch

  1. Tische
  2. Tisches